Zoekresultaten 13871-13880 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-043/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van managing-partner. Klacht kennelijk ongegrond nu niet is gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van diens andere hoedanigheid zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:53 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200228

    Anders dan de raad acht het hof een klachtonderdeel niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop. Een ander klachtonderdeel, betreffende het niet nakomen van een door de beklaagde advocaat met klager gemaakte verrekeningsafspraak is gegrond. Verweerder was niet de advocaat van klager, hoewel de belangen van klager en de cliënten van verweerder deels parallel liepen. Het hof hanteert de maatstaf van de advocaat van de wederpartij. De ongegrondverklaring door de raad van het laatste klachtonderdeel over bejegening wordt bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:54 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200225

    Bekrachtiging beslissing raad. Waarschuwing omdat verweerder geen stukken voor klager had mogen achterhouden op het moment dat hij nog geen declaratie had opgesteld en dus ook nog geen betalingstermijn was gaan lopen, laat staan verstreken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:55 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200230

    Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:56 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200220

    Beslissing van de raad op klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening in een strafzaak wordt grotendeels bekrachtigd. Verwijt dat een (het hof onbekende brief) niet zou zijn overgelegd in een procedure ongegrond. Geen tuchtrechtelijke verwijtbaarheid na onttrekking door verweerder, ook al was dat wel erg kort voor de zitting. Dat verweerder klager een cassatieschriftuur niet op voorhand in concept heeft toegezonden is wel tuchtrechtelijk verwijtbaar. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 100/2020

    Klacht van een zorgverzekeraar over onjuist declareren door beklaagde, tandarts (destijds met specialisme kaakchirurgie). Klacht gegrond, doorhaling en schorsing bij wijze van voorlopige voorziening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 102-2021

    Klacht van een zorgverzekeraar over onjuist declareren door beklaagde, tandarts (destijds met specialisme kaakchirurgie en het niet meewerken aan een (fraude-)onderzoek van de verzekeraar. Klacht gegrond, doorhaling en schorsing bij wijze van voorlopige voorziening.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/242

    Klaagster verwijt de huisarts dat zij 1) nalatig is geweest, 2) de verkeerde diagnose heeft gesteld, 3) (de klachten van) klaagster niet serieus heeft genomen en 4) te laat actie heeft ondernomen. De huisarts betwist dat zij klaagster niet serieus heeft genomen. Het is juist dat de huisarts de diagnose heeft gemist, maar de huisarts betwist dat zij hierdoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. De huisarts betreurt het dat zij klaagster niet eerder heeft doorverwezen. In retrospectie, met de wetenschap van nu, had zij dat liever eerder gedaan. De huisarts begrijpt dat klaagster van mening is dat zij (te) laat actie heeft ondernomen. De huisarts voelt zich schuldig maar meent te hebben gehandeld zoals van een redelijk bekwaam handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. De huisarts verzoekt het college de klachten af te wijzen als (kennelijk) ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 131/2020

    Klacht over verloskundige. Klaagster verwijt beklaagde o.a. dat zij haar geen goede zorg heeft geboden en haar niet met respect heeft behandeld. Klaagster, op het moment van het eerste contact met de praktijk van beklaagde 27 weken zwanger, werd tot dan toe niet begeleid door een verloskundige. Zij had een afwijkende zorgbehoefte. Beklaagde maakte zich zorgen omdat de zwangerschap tot dan toe onbegeleid was verlopen. Zij had bij een eerdere zwangerschap een keizersnee gekregen, zonder dat beklaagde bekend was waarom. Klaagster was terughoudend informatie te geven en wilde eerder gemaakte echo’s niet geven. Er vindt één thuisbezoek plaats waar geen bijzonderheden worden vastgesteld. Klaagster zegt een vervolgafspraak af en laat weten niet verder te willen met de praktijk van beklaagde. Beklaagde legt de casus geanonimiseerd ter advies voor aan Veilig Thuis (VT). Vervolgens mailt zij klaagster met de boodschap dat zij zich verplicht acht melding te doen bij VT als klaagster niet vertelt wie de opvolgend verloskundige is. Het college oordeelt dat beklaagde onvoldoende oog heeft gehad voor de wensen van klaagster bij zwangerschapsbegeleiding. Het thuisconsult gaf geen aanleiding tot zorgen. Ze had klaagster moeten spreken i.p.v. mailen. Meldcode kindermishandeling niet goed gevolgd. Geen plicht tot melding. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/36 en 37

    Klaagster verwijt de notarissen dat zij met een beroep op hun geheimhoudingsplicht weigeren om inzage te verlenen in de aantekeningen die zijn gemaakt bij het opmaken/passeren van erflaters testament. De kamer heeft de klachten ongegrond verklaard. Op grond van artikel 22 lid 1 Wna is een notaris in beginsel verplicht tot geheimhouding van alle informatie waarvan hij/zij uit hoofde van zijn/haar werkzaamheden als zodanig kennis neemt. De vraag hoe ver de geheimhoudingsplicht van een notaris zich uitstrekt, wordt in beginsel door de betrokken notaris zelf beantwoord. Immers, alleen de notaris kan precies beoordelen of bepaalde gegevens onder zijn verschoningsrecht vallen. De (tucht)rechter moet het beroep van de notaris op diens verschoningsrecht aanvaarden zolang hij aan redelijke twijfel onderhevig acht of verstrekking van de gevraagde gegevens zou kunnen geschieden zonder dat (tegenover klaagster) geopenbaard wordt wat verborgen dient te blijven. De kamer heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat notaris 1 - die als kandidaat-notaris betrokken was bij het opmaken van het testament en later het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór zijn ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij zijn protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft - zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht jegens klaagster beroept. Ten aanzien van notaris 2 overweegt de kamer dat de opgevraagde aantekeningen niet tot haar protocol behoren en dat zij reeds hierom niet bevoegd is klaagster inzage te verlenen in de aantekeningen en/of kopieën van deze aantekeningen aan klaagster te verstrekken.