Zoekresultaten 12591-12600 van de 48123 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:209 Raad van Discipline Amsterdam 21-176/A/NH

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft in strijd met gedragsregels 21 en 25 gehandeld door bij zowel de betekening als de aanbrenging van de dagvaarding niet een kopie van de dagvaarding aan de bij hem bekende advocaat van klaagster te sturen. Het is daarnaast tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder de advocaat van klaagster niet op de hoogte heeft gebracht van zijn voornemen het verstekvonnis te gaan executeren. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-585/DB/LI

    Verzetbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij is door de voorzitter terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond. Ter zake het verzoek van verweerder om voor recht te verklaren dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan misbruik van procesrecht biedt de Advocatenwet geen wettelijke basis, zodat dit verzoek niet in behandeling kan worden genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210039

    Beroep in zaak waar appelverbod geldt. Klager stelt dat fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden, omdat in strijd met de waarheidsplicht is geoordeeld en de beslissing van de raad geen feitelijke inhoudelijk oordeel bevat. Het hof overweegt dat de stellingen neerkomen op een beroep op een motiveringsgebrek en oordeelt dat dit geen doorbreking van het appelverbod kan meebrengen. Beroep niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:184 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210079

    Klacht over advocaat wederpartij in familiezaak. Wederzijds beroep. Het beroep van verweerster dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het gebeurde al te lang geleden is en zij de precieze gang van zaken zich niet kan heugen, faalt. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door ondanks de onherroepelijke gerechtelijke uitspraken, het oordeel van klagers behandelaren en het rapport van RvdK waaruit volgt dat zij geen risico van recidive van ontucht bij klager zien, toch (klacht)brieven te blijven sturen naar instanties dat klager een agressieve pedofiel is en meer van dit soort opvattingen van haar cliënte als feitelijk en neutraal te presenteren. Het beroep van klager faalt, omdat het verweerster vrij stond om met haar cliënte andere processtappen te verkennen en zich niet neer te leggen bij de uitspraak van het gerechtshof. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200260

    Klacht tegen eigen advocaat. Ontvankelijkheid klacht: uit de overgelegde stukken blijkt niet concreet dat klaagsters eerder dan in de civiele aansprakelijkheidsprocedure kennis konden hebben van verweerders (vermeende) betrokkenheid bij de overdracht van een licentie door de voormalig bestuurder van klaagster. Klaagsters zijn ontvankelijk. Voor de beoordeling van het beroep gelast het hof een getuigenverhoor, gezien de ernst van het verwijt aan verweerder en de uiteenlopende verklaringen (en stukken) die partijen hebben overgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:185 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210080W

    Wraking. Verweerder heeft een aanhoudingsverzoek van verzoekster wegens coronagerelateerde acute klachten geweigerd. Verzoekster meent dat uit de gang van zaken rondom het aanhoudingsverzoek een schijn van partijdigheid van verweerder blijkt. De wrakingskamer stelt voorop dat een klaagster uit het oogpunt van goede procesorde er baat bij heeft dat zij bijgestaan kan worden door haar gemachtigde, bij voorkeur fysiek en anders via Skype. Uit de gang van zaken en de toelichting van verweerder blijkt dat hij er vanuit ging dat de gemachtigde zich ten onrechte beriep op een snel verslechterende gezondheid om de zitting geen doorgang te laten vinden. De wrakingskamer ziet echter geen objectieve aanwijzing voor die aanname. Verweerder heeft de ziekmelding van de gemachtigde onvoldoende serieus genomen. Wraking gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200268

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een e-mail met inhoudelijke zaaksinformatie aan klager in CC aan de maatschappelijk werkster. Het enkele feit dat zij nauw betrokken was bij de gang van zaken, is geen rechtvaardiging dergelijke vertrouwelijke informatie voor klager met haar te delen. Dit zou anders zijn als klager toestemming heeft gegeven voor het zenden van die informatie aan haar. De stelling van verweerder dat hij die toestemming had, is gemotiveerd door klager en niet nader onderbouwd. Het hof verklaart de klacht gegrond. Het hof zou normaliter een berisping opleggen voor de schending van de kernwaarde vertrouwelijkheid, maar ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding te matigen naar een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200273

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft de zaak van klaagster neergelegd, terwijl zij binnen een week nadere stukken kon indienen bij de rechtbank. Het hof komt evenals de raad tot de conclusie dat een opdracht tot stand is gekomen (gezien de correspondentie tussen partijen) en dat verweerder de zaak ontijdig heeft neergelegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210030W

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft verweerders gewraakt omdat is geweigerd de zitting van 28 mei 2021 aan te houden en omdat is geweigerd het e-mailbericht van 20 mei 2021 van verzoeker gericht aan de griffie van het hof bij de behandeling van zijn zaak te betrekken en het terzijde te leggen. Een onwelgevallige (processuele) beslissing van het hof kan geen grond vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het procesreglement is correct toegepast. Het wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:155 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-1008/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De raad stelt vast dat het Hof ’s-Hertogenbosch ter zake bij arrest d.d. 22 oktober 2020 heeft geoordeeld dat jegens klager rauwelijks een faillissementsverzoek is ingediend. Het aan op 15 juli 2020 aan klager betekende betalingsbevel maakte geen expliciete melding van een faillissementsaanvraag. Klager hoefde, gezien het door deurwaarder E beschikken over een executoriale titel alsook gezien de omvang van het aan de orde zijnde verschuldigde bedrag, geen faillissementsaanvraag te verwachten. Op grond van het voorgaande staat vast dat het faillissementsverzoek rauwelijks ingediend. In zoverre is de klacht gegrond. Dat het verzoek zonder grond is ingediend is evenwel niet gebleken. De curator heeft blijkens het arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch d.d. 22 oktober 2020 aan het hof medegedeeld dat sprake was van meerdere schuldeisers. Dat klager het bestaan van de vorderingen heeft betwist, maakt naar het oordeel van de raad dan ook niet dat verweerder, door in het faillissementsrekest te betogen dat sprake was van pluraliteit van schuldeisers, een onpleitbaar standpunt heeft ingenomen. Dat naar het oordeel van het Hof niet kan worden uitgesloten dat klager reeds had betaald voordat hij had kennis genomen van het door verweerder ingediende faillissementsverzoek betekent naar het oordeel van de raad voorts dat over de vraag of deurwaarder E ten tijde van het indienen van het faillissementsverzoek een openstaande vordering op klager had, minst genomen discussie kon bestaan. Omdat op grond van het voorgaande naar het oordeel van de raad niet is gebleken dat het faillissementsverzoek zonder grond is ingediend, is de klacht in zoverre ongegrond. Berisping. Proceskostenveroordeling