Zoekresultaten 12321-12330 van de 48147 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-953

    Raadsbeslissing. Verschillende klachtonderdelen niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang of tijdsverloop. Klacht voor het overige ongegrond vanwege het ontbreken van bewijs.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-329/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. De raad overweegt dat het een advocaat in beginsel vrij staat om verweer te voeren tegen een door een voormalig cliënt tegen die advocaat ingestelde vordering. Voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor het voeren van verweer mag de advocaat bij het voeren van verweer gebruik maken van de informatie uit het onderliggende dossier. In de onderhavige zaak heeft verweerster bij monde van haar advocaat in rechte aansprakelijkheid erkend. Het debat dat klaagster enerzijds en verweerster anderzijds ten overstaan van de civiele rechter hebben gevoerd spitste zich toe op de omvang van de schade. Het feit dat verweerster althans haar advocaat in dat debat een van klaagsters standpunt afwijkend standpunt heeft ingenomen levert nog geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Klaagster en verweerster hebben zich tijdens de onderhandelingen laten bijstaan en adviseren door een advocaat. Dat het niet is gelukt om een minnelijke regeling tot stand te brengen kan verweerster naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk worden verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:188 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-040/DB/OB

    Verzetbeslissing. De raad is van oordeel dat de voorzitter terecht en op juiste gronden toepassing heeft gegeven aan de artikelen 46g en 46j Advocatenwet, op grond waarvan de klacht zonder voorafgaande mondelinge behandeling bij beslissing van de voorzitter kan worden afgedaan. Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-370/DH/RO

    Ongeoorloofde verrekening van derdengelden die een kwetsbare cliënt toekwamen met de eigendeclaraties. Gelet op eerdere veroordelingen waarbij de financiële integriteit in het geding was, legt de raad aan verweerder de maatregel van schrapping van het tableau op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:223 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-584

    Klacht tegen eigen advocaat. Gelet op hetgeen ter zitting van de zijde van klager is verklaard, heeft de raad niet kunnen vaststellen dat verweerder heeft nagelaten om klager tijdig te wijzen op de mogelijkheid van hoger beroep en, gelet op het telefonische contact dat er is geweest binnen de beroepstermijn, verweerder geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat klager in die periode in het buitenland verbleef en daardoor geen kennis kon nemen van naar zijn huisadres gezonden brieven. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:182 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-316/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de diverse door klaagster verstrekte opdrachten niet schriftelijk vast te leggen. Het gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is, mede gelet op het feit dat niet is gebleken dat klaagster ten gevolge daarvan enig nadeel heeft ondervonden, naar het oordeel van de raad van een dermate beperkt gewicht dat wordt afgezien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:189 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-463/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. De raad overweegt dat het een advocaat niet vrijstaat te dreigen met (laat staan over te gaan tot) overdracht van een betwiste en in rechte nog niet onherroepelijk vastgestelde vordering op een (voormalig) cliënt wegens onbetaalde declaraties aan een wederpartij van die (voormalig) cliënt. Daartegen verzetten zich de geheimhoudingsplicht van de advocaat en de vereiste terughoudendheid bij de inning van betwiste declaraties. Een dergelijke overdracht zou de (ex-)cliënt aanzienlijk kunnen schaden in zijn rechtspositie omdat het zeer wel mogelijk is dat voor het voeren van een adequaat verweer tegen de vordering wegens onbetaalde declaraties informatie over (de behandeling van) de onderliggende zaak zal moeten worden verschaft, waarvan de vertrouwelijkheid wordt gegarandeerd door de geheimhoudingsplicht van de advocaat. Dat verweerder voorafgaand aan de cessie van zijn vordering aan klaagsters wederpartij de deken heeft geconsulteerd is niet gebleken, terwijl vast staat dat verweerder bij de totstandkoming van de akten van cessie vertrouwelijke informatie heeft gedeeld met klaagsters wederpartij. Aldus heeft verweerder gehandeld in strijd met de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. Vast staat dat verweerder zonder voorafgaande afstemming met klagers, klagers zoon, die op geen enkele wijze betrokken was bij het geschil tussen klaagster en PS B.V., noch bij het geschil tussen klaagster en verweerder, telefonisch heeft benaderd en hem vervolgens deelgenoot heeft gemaakt van het feit dat klaagster was verwikkeld in een gerechtelijke procedure. Een duidelijke reden voor het initiatief tot dit telefonisch contact heeft verweerder niet gegeven. Dit betaamt een behoorlijk handelend advocaat niet. Uit de inhoud en strekking van verweerders e-mail d.d. 7 augustus 2020 in samenhang met zijn berichten aan de FIOD d.d. 31 augustus en 1 september 2020 blijkt naar het oordeel van de raad dat verweerder melding heeft gemaakt van klaagsters verzuim tot openbaarmaking van de jaarrekeningen met het doel klaagster te bewegen tot betaling van openstaande declaraties van verweerders kantoor. Verweerder heeft zich laten leiden door zijn wens betaling te verkrijgen van zijn openstaande declaraties en heeft zich bediend van middelen die een advocaat onwaardig zijn. Verweerders handelen betaamt een behoorlijk handelend advocaat niet en komt in strijd met de kernwaarde integriteit en vertrouwelijkheid. Klacht voor het overige ongegrond. Schorsing voor de duur van 12 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:230 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-1011

    Raadsbeslissing. Klacht over het delen van vertrouwelijke informatie ongegrond, nu niet is komen vast te staan dat verweerster de informatie gedeeld heeft. Ten overvloede overweegt de raad dat het verweerder vrij had gestaan deze informatie met de betreffende persoon te delen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-394/DH/RO

    Advocaat die in de rol van executeur testamentair de kernwaarde integriteit heeft geschonden. Gelet op de ernst van de gedraging en het tuchtrechtelijk verleden legt de raad een schorsing op van acht weken waarvan vier voorwaardelijk. Zaak hangt samen met 21-432.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:224 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-742

    De raad oordeelt het verzet met de klacht over de eigen advocaat ongegrond.