Zoekresultaten 11451-11460 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-050/AL/GLD

    verzetbeslissing: verzet deels ongegrond, deels gegrond. Verweerster heeft in de gegeven omstandigheden onvoldoende onderzoek naar de wilsbekwaamheid van haar cliënte, de moeder van klager, gedaan in het kader van de opdracht om in rechte om een bewindvoerder te verzoeken. Klager was krachtens levenstestament de algemeen gevolmachtigde van zijn moeder. In het levenstestament was hij als haar mogelijk voorkeursbewindvoerder genoemd met uitdrukkelijke uitsluiting van de naaste familie. Verweerster was met dit levenstestament bekend maar heeft de moeder van cliënte in bijzijn van de zus van klager te woord gestaan. Uitgebreide bouwsteen wilsbekwaamheidsonderzoek advocaat. Belangen van klager zijn door het handelen van verweerster onevenredig geschaad. Berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:34 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705845 / DW RK 21/367

    Verzet. Klagers stellen dat zij alle verschuldigde premies hebben voldaan en dat de gerechtsdeurwaarder niet reageert op e-mailberichten met bewijzen van klagers. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.250

    Klacht tegen verzekeringsarts. Verweerder heeft klager gekeurd in verband met een aanvraag van een bewonersparkeervergunning voor gehandicapten. In zijn medisch rapport aan de gemeente heeft verweerder onder meer – kort gezegd – geconcludeerd dat klager niet permanent rolstoel gebonden is en dat hij te voet meer dan 100 meter aaneengesloten zelfstandig kan afleggen. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende onderzoek en een rapport dat niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1114

    Klacht tegen een arts die eigenaar is van een instituut waar haartransplantaties worden verricht. Klager heeft bij dit instituut tweemaal een behandeling ondergaan. Klager verwijt de arts dat: 1. hij hem in telefoongesprekken onjuiste informatie heeft verstrekt over de te gebruiken methode en deze methode heeft aanbevolen met als gevolg dat het donorgebied bij klager beschadigd is en haartransplantatie niet meer mogelijk is; 2. Hij heeft geweigerd de haardichtsheidsmetingen bij klager en de onderzoeksresultaten van nadere studies aan klager beschikbaar te stellen; 3. Hij als bedenker van de gebruikte methode en arts-eigenaar van het instituut arts medewerkers heeft opgedragen om deze methode, en niet de algemeen aanvaarde methode, op klager toe te passen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en wijst het verzoek om een veroordeling in de proceskosten af.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:28 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-765/DH/RO

    Niet-ontvankelijk. Geen omstandigheden die rechtvaardigen dat er sprake is van een verschoonbare niet-tijdige betaling van het griffierecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:29 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-955/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in de nasleep van een echtscheiding gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1042

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klager is de zoon van een inmiddels overleden vrouw met dementie die door de waarnemend huisarts voor beoordeling naar de specialist ouderengeneeskunde was verwezen. De specialist ouderengeneeskunde heeft een geneeskundige verklaring als bedoeld in art. 2 Wet Bopz afgegeven. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij weigerde om onderzoek naar de feiten te doen, dat zij doelbewust zijn moeder grote angsten heeft aangejaagd en een onterechte rechtsgang heeft ingezet en dat zij zonder zich te legitimeren en onder valse voorwendselen het woonhuis van zijn moeder is binnengedrongen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1040

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde en basisarts. Dochter dient een klacht in over de behandeling van haar moeder die in een verpleeghuis verbleef en na een ziekenhuisopname is overleden. De werkdiagnose in het ziekenhuis was urosepsis. De basisarts van het verpleeghuis heeft na overleg met het verzorgend/verplegend personeel besloten dat er geen medische indicatie was om de urine te testen en heeft een vangnetadvies gegeven. Later heeft hij dit met zijn supervisor/specialist ouderengeneeskunde nabesproken. De dochter verwijt de basisarts ernstige nalatigheid door rapportages van de verzorging onvoldoende te hebben meegenomen in zijn besluitvorming en niet te overleggen met de superviserend specialist ouderengeneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat het beter was geweest als de basisarts de rapportages van de verzorgenden wel had geraadpleegd, maar dat dit niet leidt tot gegrondverklaring van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt dit oordeel en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-707/AL/MN/D

    De deken is ontvankelijk in zijn dekenbezwaar. Verweerder is tussentijds voldoende door de deken op de hoogte gehouden van de over verweerder ontvangen signalen. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich onvoldoende gelegen laten liggen aan zijn tijdelijke schorsing door in strijd met een aantal beleidsregels bij schorsing te handelen. Daarmee heeft verweerder in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit ex artikel 10a Advocatenwet en met artikel 46 Advocatenwet door niet te handelen als een behoorlijk advocaat betaamt. Daarnaast heeft de kwaliteit van de door verweerder verrichte werkzaamheden niet voldaan aan de daarvan te verwachten eisen. De daarover ontvangen ernstige signalen van de rechtbank zijn onvoldoende door verweerder weersproken. Daarmee heeft verweerder de kernwaarde deskundigheid ex artikel 10a Advocatenwet geschonden en in strijd met artikel 46 Advocatenwet zijn cliënten niet voorzien van gedegen juridische bijstand. Tegen het derde dekenbezwaar, toegespitst op de slechte bereikbaarheid van verweerder, heeft verweerder gemotiveerd verweer gevoerd. De raad kan, ondanks andere signalen daarover, uit de mogelijke slechte bereikbaarheid van verweerder niet afleiden dat de gehele praktijkvoering van verweerder ondermaats is geweest. Verweerder heeft niet alleen twee kernwaarden geschonden, hij heeft ook een tuchtrechtelijk verleden met 17 gegronde klachten, waaronder 4 schorsingen. De raad is niet gebleken van enig zelfinzicht bij verweerder in het laakbare van zijn handelen. Daarnaast heeft verweerder zich tijdens de zitting op onprofessionele wijze gedragen met zijn onbetamelijke en een advocaat onwaardige uitlatingen over de deken en opstelling richting de raad. De raad legt daarom aan verweerder, die zich net voor de zitting als advocaat had uitgeschreven, een schrapping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:30 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1005/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding en voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van rechtstreeks belang.