Zoekresultaten 11161-11170 van de 48285 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/709985 / DW RK 21/519 MdV/SM
- Datum publicatie: 25-04-2022
- Datum uitspraak: 22-04-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:83
Beslissing op verzet. Gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft zonder wettelijk grondslag de beslagvrije voet van klager op nihil gesteld.
-
ECLI:NL:TGDKG:2022:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/691395 / DW RK 20/521 MdV/SM
- Datum publicatie: 25-04-2022
- Datum uitspraak: 22-04-2022
- ECLI:NL:TGDKG:2022:84
Beslissing op verzet. In verzet heeft klaagster aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder disproportioneel beslag heeft gelegd op alle bankrekeningen, waaronder ook op de rekeningen van de kinderen. De kamer merkt onder meer op dat voorafgaand aan het bankbeslag bij de gerechtsdeurwaarder niet bekend is of de schuldenaar verschillende rekeningen bij de bank houdt. Dit maakt evenwel geen verschil. Er wordt namelijk beslag onder de bank gelegd en niet op een specifieke rekening. De kamer acht de beslissing van de voorzitter juist en de door klaagster aangevoerde gronden geven geen aanleiding de motivering van de beslissing aan te passen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1029/DB/LI
- Datum publicatie: 25-04-2022
- Datum uitspraak: 25-04-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:59
Advocaat heeft zich in de procedure na beslaglegging niet gesteld omdat partijen een regeling hadden getroffen. Advocaat mocht erop vertrouwen dat zijn cliënt de regeling tijdig zou nakomen, waarmee de zaak zou zijn afgedaan. Advocaat heeft geen signalen ontvangen dat de getroffen regeling door zijn cliënt niet tijdig was nagekomen en dat de procedure door de wederpartij was doorgezet. Advocaat heeft na kennisname van het verstekvonnis met de wederpartij de regeling getroffen dat het verstekvonnis niet werd uitgevoerd. Van zijn handelwijze valt verweerder tuchtrechtelijk geen verwijt te maken.Advocaat heeft zonder schriftelijke toestemming derdengelden verrekend en is niet overgegaan tot onmiddellijke doorbetaling van derdengelden aan zijn cliënt.Klacht (gedeeltelijk) gegrond, berisping
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3058
- Datum publicatie: 24-04-2022
- Datum uitspraak: 22-04-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:44
Gegronde klacht tegen tandarts. Klaagster heeft in het verleden haar gebit, op het onderfront na, laten voorzien van palladium kronen en facings vanwege erosie door reflux. In totaal heeft zij 21 kronen en zes facings. Vanwege allergie voor de gebruikte tandheelkundige materialen, heeft klaagster zich tot beklaagde gewend om de kronen en facings te laten vervangen. Beklaagde heeft alle kronen en facings vervangen voor noodkronen en –facings voor materiaal waarvan hij dacht dat dit geschikt was voor klaagster. Nadien bleek klaagster ook hierop allergisch te reageren. Naast verwijten over (het niet serieus nemen van) de opspelende allergische klachten en het onvoldoende inspannen voor doorverwijzing voor expertise, verwijt klaagster beklaagde dat het haar nooit duidelijk was dat hij niet tevens de definitieve kronen en facings zou plaatsen. Volgens beklaagde heeft hij niet gezegd dat hij de noodkronen door definitieve kronen zou vervangen. Aangezien rehabilitatie niet zijn specialisme is, heeft hij ook niet aangeboden om die te verrichten. Beklaagde ging ervan uit dat de noodkronen vrij snel door een andere tandarts zouden worden vervangen door definitieve kronen. Het college constateert dat beide partijen een andere lezing hebben over de afspraken ten aanzien van de te verrichten behandeling. De onduidelijkheid over de feiten is naar het oordeel van het college te wijten aan het feit dat beklaagde niet heeft voldaan aan zijn dossierplicht. Beklaagde heeft geen behandel- of zorgplan opgesteld waaruit kan worden afgeleid wat de afspraken omtrent de behandeling waren. Omdat beklaagde de afspraken niet heeft vastgelegd, laat het college de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of beklaagde klaagster voldoende heeft geïnformeerd over de behandeling in zijn nadeel uitvallen en gaat het college ervan uit dat dit niet het geval is. Het college acht dit tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gelet op het feit dat beklaagde overigens niet onzorgvuldig heeft gehandeld en het feit dat hij inmiddels met pensioen is, kan naar het oordeel van het college volstaan worden met het opleggen van een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3048
- Datum publicatie: 24-04-2022
- Datum uitspraak: 22-04-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:42
Ongegronde klacht tegen tandarts. Klaagster heeft in het verleden haar gebit, op het onderfront na, laten voorzien van palladium kronen en facings vanwege erosie door reflux. In totaal heeft zij 21 kronen en zes facings. Deze zijn eerder al door een andere tandarts vervangen vanwege allergie voor de gebruikte tandheelkundige materialen. Omdat zij na vervanging van de kronen en facings opnieuw klachten ervaarde van de gebruikte materialen, is zij na doorverwijzing bij beklaagde terechtgekomen. Klaagster is hier, samen met haar echtgenoot, voor een eerste consult geweest. Daar heeft beklaagde onder meer uitgelegd dat hij, gezien de complexiteit van de casus en de veelheid aan klachten, vervolgonderzoek noodzakelijk achtte. Hij heeft met klaagster en haar echtgenoot besproken dat hij eerst een screeningsformulier ter inventarisering van de klachten wilde bespreken met de psycholoog en dan in overleg met zijn collega’s een vervolgtraject wilde uitstippelen. Nadien heeft beklaagde nog telefonisch contact gehad met de echtgenoot van klaagster, waarin hij heeft aangegeven dat er ten behoeve van uitbreiding van de diagnostiek een gecombineerd tandarts-/psycholoogconsult noodzakelijk was.Volgens klaagster heeft beklaagde haar klachten gepsychologiseerd en heeft hij haar fysieke en allergische gezondheidsklachten ontkend. Het college volgt klaagster hierin niet. Door naast de tandheelkundige aspecten tevens oog te hebben voor een mogelijke psychologische component, heeft beklaagde juist het nodige gedaan om een diagnose te kunnen stellen en op grond daarvan tot een compleet behandelvoorstel te kunnen komen. Ook voor het overige volgt het college klaagster niet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3056
- Datum publicatie: 24-04-2022
- Datum uitspraak: 22-04-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:43
Gegronde klacht tegen tandarts. Klaagster heeft in het verleden haar gebit, op het onderfront na, laten voorzien van palladium kronen en facings vanwege erosie door reflux. In totaal heeft zij 21 kronen en zes facings. Deze zijn eerder al door een andere tandarts vervangen voor noodkronen en -facings vanwege allergie voor de gebruikte tandheelkundige materialen. Klaagster heeft zich tot beklaagde gewend om de noodkronen en –facings te laten vervangen voor definitieve kronen en facings. Tijdens een eerste consult is door klaagster, haar echtgenoot en beklaagde gesproken over de te gebruiken materialen. Ruim twee weken later heeft de behandeling plaatsgevonden. Zonder dat daarvoor een acute medische noodzaak bestond, heeft beklaagde ervoor gekozen om op één dag alle kronen en facings te verwijderen en vervangen. Het college acht dit niet verantwoord. Dit heeft erin geresulteerd dat een aantal van de kronen niet op de juiste plek is terechtgekomen. Ook zijn er veel cementresten achtergebleven. Beklaagde had dit moeten signaleren. Dat heeft hij niet gedaan. Daarnaast verwijt het college beklaagde dat hij niet aan zijn dossierplicht heeft voldaan. Zo heeft hij geen zorg-/behandelplan in het dossier vastgelegd en begint het dossier pas bij de behandeling, terwijl daarvoor al twee consulten hadden plaatsgevonden.Naar het oordeel van het college zou het opleggen van een waarschuwing onvoldoende recht doen aan de aard en ernst van de vastgestelde tekortkomingen. De vervanging van de kronen en facings betreft een ingrijpende behandeling en zowel deze behandeling als de dossiervorming daarover voldoet op fundamentele onderdelen niet aan de daaraan te stellen eisen. Het college acht het daarom passend en geboden om beklaagde te berispen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:51 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1024/DH/RO
- Datum publicatie: 21-04-2022
- Datum uitspraak: 19-04-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:51
Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft laakbaar gehandeld door geld dat voor een cliënte bestemd was gedurende een lange periode niet aan haar over te maken. Het is niet de eerste keer dat verweerster met de tuchtrechter in aanraking is gekomen. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-353/AL/MN
- Datum publicatie: 21-04-2022
- Datum uitspraak: 28-02-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:55
Klacht van advocaat over schending gedragsregel 21 lid 3. Na arrestbepaling heeft verweerster zich met een brief met bijlagen tot het gerechtshof gewend zonder voorafgaande toestemming van klaagster. Dat het procesreglement hoven het laat indienen van stukken toestaat, laat onverlet dat een advocaat zich ook aan de gedragsregels dient te houden, waarmee elke advocaat, dus ook verweerster, bekend wordt verondersteld. Berisping, mede vanwege weinig welwillende houding van verweerster jegens klaagster.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2022:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 683347 / NT 20-14 683348 / NT 20 -15
- Datum publicatie: 21-04-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TNORAMS:2022:9
Gelet op het door de notarissen gemotiveerd ingenomen standpunt, zoals hiervoor onder 5.4 nader is omschreven, kan de kamer niet vaststellen dat de notarissen in strijd hebben gehandeld met het in artikel 10 Vbg bepaalde. Daarbij is van belang dat de overgelegde stukken de juistheid van hun standpunt ook niet weerspreken. In tegendeel, uit het feit dat de notarissen al op 18 januari 2018 een engagement letter aan klaagster hebben gestuurd, zou eerder kunnen worden afgeleid dat op 16 januari 2018 door klaagster al concreet van een opdracht en niet van een ‘pitch’ sprake was. Uit het enkele feit dat de kantonrechter in zijn vonnis van 5 februari 2021 heeft geoordeeld dat [het kantoor] niet heeft weten aan te tonen dat aan haar een opdracht voor ‘on the clock’ werkzaamheden was verstrekt, kan, anders dan klaagster meent, nog niet worden afgeleid dat een dergelijke opdracht niet is verstrekt, en evenmin dat de notarissen daarbij niet transparant zijn geweest over de door hen gehanteerde tarieven. Het stond de notarissen verder vrij om hun geschil over de declaratie aan de burgerlijke rechter voor te leggen. Dat zij in die procedure in het ongelijk zijn gesteld betekent nog niet dat zij klachtwaardig hebben gehandeld.De kamer acht de klacht dan ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:357 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-264/AL/MN
- Datum publicatie: 21-04-2022
- Datum uitspraak: 26-07-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:357
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1116
- Pagina: 1117
- Pagina: 1118
- ...
- Pagina: 4829
- Volgende pagina zoekresultaten