Zoekresultaten 9911-9920 van de 48250 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-825/DH/DH/D

    Verzoek op grond van 60ab toegewezen. Naar het oordeel van de raad is acuut gevaar aanwezig voor de praktijkvoering van verweerster. Verweerster is zonder overleg met haar werkgever en de deken, zonder plan van aanpak en ondanks haar uiterst kwetsbare financiële situatie van de ene op de andere dag een eigen praktijk gestart. Verweerster is eerder gewaarschuwd; aan haar zijn zware tuchtrechtelijke maatregelen opgelegd die verband hielden met gebrekkige communicatie met de deken en ontoereikende praktijkvoering.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam D2021/3327

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist AGZ. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, onder andere met betrekking tot een val, in een verzorgingstehuis. De verpleegkundig specialist is niet bij de behandeling van de moeder van klaagster betrokken geweest. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam D2021/3430

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster klaagt over de haar moeder, onder andere met betrekking tot een val, in een verzorgingstehuis. De verpleegkundige is bij de val niet betrokken geweest. Wat betreft de behandeling is de verpleegkundige ofwel niet betrokken geweest ofwel heeft zij geen beslissende rol gehad. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022-4094

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De POH van de huisarts heeft na het beëindigen van klagers behandelovereenkomst telefonisch contact gezocht met de voormalig huisarts van klager. De POH heeft volgens klager tijdens dit contact haar ongenoegen over klager hebben geuit. De huisarts wist van tevoren niet van dit contact tussen de POH en de voormalig huisarts af. Klager vindt dat de huisarts voor het handelen van de POH verantwoordelijk is. Bij gebrek aan objectieve bronnen kan het college niet vaststellen dat de POH haar ongenoegen over klager zou hebben geuit tegenover zijn voormalig huisarts. Haar telefoontje is in lijn met het beleid en in overeenstemming met de richtlijn ‘Niet aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3858

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, geboren in 1945, was thuis uit bed gevallen. Het college neemt het de huisarts kwalijk dat hij geen visite heeft afgelegd bij klaagster. Klaagster had immers recent een totale heupprothese ondergaan, was een aantal malen uit haar bed gevallen, gilde van de pijn, klaagde over vlammende pijn rondom de heup en haar neef (gemachtigde) heeft meerdere keren gebeld voor bijstand en gevraagd of de huisarts langs wilde komen. De externe hulp voor klaagster ontsloeg de huisarts niet van zijn primaire verplichting om zijn patiënt/klaagster te bezoeken. De overige klachten over de inhoud van de gesprekken met de gemachtigde via de doktersassistente komen niet vast te staan. Klacht deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1238

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft een uitgebreide en jarenlange voorgeschiedenis van invaliderende pijnklachten en een overgevoeligheid voor bijwerkingen van diverse medicijnen. Vanaf september 2019 raakte verweerster, huisarts, betrokken bij de zorg voor klager. Klager verwijt verweerster dat zij de bijwerkingen van fentanylpleisters niet heeft onderkend en op waarde geschat, klager door het voorschrijven van opiaten in een levensgevaarlijke situatie heeft gebracht en heeft nagelaten excuses aan te bieden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3725

    Klacht tegen uroloog. Klager is drager van het BRCA2-gen. Met een PSA-waarde van 3 is hij in 2017 voor het eerst door beklaagde gezien, waarna hij bij beklaagde onder controle is gebleven. Daarbij was sprake van een stijgende PSA. Uiteindelijk is bij klager in 2020 prostaatkanker geconstateerd. Klager verwijt beklaagde dat hij heeft nagelaten medische onderzoeken tijdig uit te voeren en adequaat te handelen op testresultaten. Volgens klager had de kanker eerder ontdekt kunnen worden wanneer beklaagde zorgvuldig en adequaat zou hebben gehandeld. Het college acht het in 2017 ingezette beleid verdedigbaar. Het college acht ook de keuze van beklaagde om in 2018 de PSA-waarde verder te vervolgen, verdedigbaar. De PSA-waarde was op dat moment niet zodanig hoog dat het tot een ander beleid had moeten leiden. De MDX-test liet een laag risico zien op de aanwezigheid van prostaatkanker, hetgeen een bevestiging leek van de MRI scan, die op dat moment ongeveer een jaar oud was. Het college kan beklaagde niet volgen in zijn verweer dat hij in november 2019 eveneens had kunnen volstaan met de keuze om de stijgende PSA verder te vervolgen. De PSA-waarde was in twee jaar tijd bijna verdubbeld. De MRI was op dat moment ruim twee jaar oud. Beklaagde heeft bij zijn afweging van dat moment niet het feit betrokken dat klager drager was van het BRCA-2 gen. Dit brengt met zich mee dat de afweging om op dat moment slechts de PSA te vervolgen en geen MRI te maken of een biopt te nemen, niet mede op deze belangrijke risicofactor was gebaseerd en dus reeds op dat moment (en niet alleen achteraf bezien) niet adequaat was. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1164

    Klacht tegen psychiater. De psychiater heeft een geneeskundige verklaring afgegeven voor een verzoek tot het onder curatele stellen van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater 1. dat zij klaagster voor het afgeven van de geneeskundige verklaring niet heeft gezien of gesproken en 2. dat zij in de geneeskundige verklaring de - in diverse rapportages gesignaleerde - psychiatrische stabiliteit van klaagster niet heeft vermeld, waardoor de psychiater een onvolledige beeld van klaagster heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1245

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich medio 2020 bij de huisartsenpraktijk waar de huisarts werkzaam is gemeld met een pijnlijke teen van zijn rechtervoet. Hij heeft sindsdien nog meermalen met voetklachten het spreekuur van de praktijk bezocht en telefonisch contact gehad met de praktijk. Op 11 augustus 2020 heeft klager het spreekuur van de huisarts bezocht. Ongeveer een maand later heeft hij zich laten overschrijven naar een andere praktijk. Klager verwijt de huisarts:1. Foutief handelen op 11 augustus 2020 en wat daaraan voorafging;2. De wijze waarop de praktijk is georganiseerd: de huisarts zorgt er met zijn maten niet voor dat patiënten met klachten waarvan de behandeling meer afspraken inhoudt dan één zitting, in voldoende mate worden opgevangen door één duidelijk aanspreekpunt binnen de praktijk. bij de overdracht en beoordeling van gegevens van een patiënt tussen de behandelaren heeft de praktijk haar organisatie niet op orde. zaken worden te veel zonder de juiste supervisie overgelaten aan assistenten en wisselende artsen, waardoor er voor patiënten een onveilige situatie kan ontstaan. op de website staat niet het BIG-nummer van de artsen vermeld. de huisarts heeft niet meer de beschikking over het medisch dossier van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4236

    Klacht tegen een MDL-arts over de nazorg aan klaagster na een bij een colonoscopie opgetreden miltletsel. Het college oordeelt dat de MDL-arts adequaat beleid heeft uitgezet en adequaat heeft geadviseerd. Ook de klacht dat beklaagde niet met klaagster in gesprek wilde slaagt niet. Klacht kennelijk ongegrond.