Zoekresultaten 351-360 van de 48147 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250362
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:200
Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn ex-partner. Hij is met zijn ex-partner verwikkeld in een procedure over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met hun kinderen. De klacht betreft door verweerder gekozen bewoordingen en uitlatingen in een conclusie van antwoord en tijdens een zitting bij de rechtbank. De raad van discipline Den Haag heeft overwogen dat, hoewel het de voorkeur had verdiend als verweerder zich minder scherp en ferm had uitgedrukt, geen sprake is van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen, gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en de uitlatingen heeft gedaan. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8571
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161
Gegronde klacht tegen een psychiater. Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld omdat zij, door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager, diens belangen in ernstige mate heeft geschonden. Het college is van oordeel dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie met klager onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:144 Raad van Discipline Amsterdam 26-371/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:144
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerder is in zijn bijstand aan de ex-partner van klager ruimschoots binnen de grenzen van het betamelijke gebleven
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:138 Raad van Discipline Amsterdam 26-403/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:138
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Er is geen sprake van intimiderende of ongepaste uitlatingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 260103
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:201
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. De door klager aan de deken te verstrekken gegevens moeten ten minste een begin van bewijs voor zijn stellingen vormen om in aanmerking te komen voor aanwijzing van een advocaat. In deze zaak zijn in het dossier onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-04 (2025.V9-THAMESBORG)
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:4
Deze zaak gaat over een gronding op 6 september 2025 van het vrachtschip Thamesborg. Onderweg van Lianyungang (China) - via de Noordwestelijke doorgang (NWP) - naar Baie Comeau (Canada) is dit met carbon anodes beladen schip vastgelopen op een nog niet in kaart gebrachte ondiepte van 6,4 meter in de Franklin Strait, een Arctische zeestraat in Nunavut, Noord-Canada. Door de gronding raakten ruimten en tanks van het schip beschadigd en drong water binnen. De inspecteur vindt dat de kapitein heeft gehandeld in strijd met goed zeemanschap, doordat hij de vaarroute door een CATZOC C gebied met onbekende ondiepten en onbetrouwbare dieptepeilingen heeft laten gaan, terwijl enkele mijlen westelijk een alternatieve route beschikbaar was met een aanzienlijk grotere waterdiepte en een hogere CATZOC classificatie. Kritiek heeft de inspecteur vooral ook op het vervolgens niet met alle beschikbare middelen waarborgen van de veiligheid binnen dat vaargebied, waaronder het op juiste wijze gebruiken van het echolood. Nu is de Thamesborg met een snelheid van 14 knopen op een niet onderkende ondiepte gevaren. Wanneer men ervoor kiest om te navigeren in ondiepere wateren, met ook nog eens afwijkende en onbekende waterdiepten, is het van groot belang om de vaart aan te passen en het echolood continu te monitoren, aldus de inspecteur.Het tuchtcollege is het eens met de inspecteur en acht de tuchtklacht dan ook gegrond. Als maatregel volgt een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:145 Raad van Discipline Amsterdam 26-424/A/NH
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:145
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Dat verweerder zijn neef adviseert betreft een aangelegenheid tussen verweerder en zijn neef, waar klaagster als wederpartij buiten staat.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:139 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:139
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8432
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:157
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is in behandeling geweest bij een GGZ-instelling waar verweerster werkzaam is (mede) als algemeen directeur. Volgens klager is door de behandelaars van de GGZ-instelling onzorgvuldig gehandeld door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager. Omdat de algemeen directeur daarvoor de eindverantwoordelijkheid draagt is de klacht ook tegen haar gericht. Het college stelt vast dat de algemeen directeur op geen enkele wijze bij de beëindiging van de behandeling betrokken is geweest. Van een algemene eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur voor het medisch handelen van andere binnen de GGZ-instelling werkzame zorgverleners is in tuchtrechtelijke zin geen sprake. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-05 (2025.V10-THAMESBORG)
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:5
Deze zaak gaat over een gronding op 6 september 2025 van het vrachtschip Thamesborg. Onderweg van Lianyungang (China) - via de Noordwestelijke doorgang (NWP) - naar Baie Comeau (Canada) is dit met carbon anodes beladen, 14 knopen varende, schip vastgelopen op een nog niet in kaart gebrachte ondiepte van 6,4 meter in de Franklin Strait, een Arctische zeestraat in Nunavut, Noord-Canada. Door de gronding raakten ruimten en tanks van het schip beschadigd en drong water binnen. Betrokkene was ten tijde van de gronding de OOW (Officer of the Watch). De inspecteur verwijt hem te hebben gehandeld in strijd met goed zeemanschap, doordat hij – varend in een gebied met ondiep water en een lage CATZOC classificatie - het risico van het bestaan van een onbekende ondiepte of obstructie voor lief heeft genomen en geen (juist) gebruik heeft gemaakt van het echolood. Wanneer men ervoor kiest om in ondiepere wateren te navigeren, met ook nog eens afwijkende en onbekende waterdiepten, is het van groot belang om de vaart aan te passen en het echolood continu te monitoren, aldus de inspecteur.Het tuchtcollege is het eens met de inspecteur en acht de tuchtklacht dan ook gegrond. Als maatregel volgt een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van drie weken waarvan twee weken voorwaardelijk.