Zoekresultaten 10031-10040 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/398081 / KL RK 21-201

    Klacht ongegrond. Er is geen sprake van strijd met het ne bis in idem-beginsel omdat er nog niet eerder door klaagster een procedure is gevoerd tegen de notaris.De kennis die de gemachtigde van klaagster heeft kan niet aan klaagster worden toegerekend. Daarom is er geen sprake van overschrijding van de driejaarstermijn. De notaris had geen plicht om haar ministerie te weigeren omdat er geen sprake was van een bijzondere (vertrouwens)relatie tussen klaagster en de notaris.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/391017 / KL RK 21-121

    ABC-transactie. Uitgangspunt is dat de notaris verplicht is zijn ministerie te verlenen, tenzij sprake is van gegronde redenen voor de notaris om zijn dienst te weigeren.Klager heeft de verwijten die hij de notaris in deze zaak maakt nader onderbouwd door te wijzen op het feit dat hij de notaris niet heeft gesproken.De kamer stelt voorop dat niet is komen vast te staan dat het kantoor van de notaris er bij klager in een telefoongesprek op aan gedrongen heeft de akte van levering bij volmacht te passeren. Daartegenover staat dat uit de stukken duidelijk blijkt dat de notaris klager juist heeft voorgehouden waarde te hechten aan een persoonlijk gesprek op kantoor. Van de omstandigheid dat het niet tot een dergelijk gesprek is gekomen, kan daarom naar het oordeel van de kamer geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt aan de notaris.Dit geldt ook voor het feit dat klager (een deel van) zijn pensioenvermogen voor de financiering van de aankoop heeft aangewend. Het moet klager duidelijk zijn geweest dat de notaris dit niet wist of kon weten, want evenals over de terugkoop-toezegging heeft klager hierover alleen met de verkoper en niet met de notaris gesproken.Bovendien blijkt uit de stukken duidelijk dat de notaris klager voorafgaand aan het passeren van de akte van levering heeft gewezen op het speculatieve karakter van de voorgenomen transactie.Daar komt tot slot bij dat de betaalde prijs per vierkante meter die klager betaald heeft, weliswaar aanzienlijk is, maar in vergelijking met vergelijkbare objecten, niet excessief is te noemen

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/395501 / KL RK 21-163

    Klacht gegrond omdat de notaris pas bij het verweerschrift inhoudelijk een reactie heeft gegeven op de vraag van eiser. Dat is te laat. De notaris had al eerder een antwoord kunnen en moeten geven op de door klager gestelde vraag.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/396630 / KL RK 21-178

    Klacht niet-ontvankelijk want ingediend na de vervaltermijn van drie jaar.

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/396789 / KL RK 21-179

    Klacht gedeeltelijk gegrond. De notaris had actief de nalatenschap moeten afwikkelen. Hij heeft nu vanaf 2013 als bank gefungeerd door het geld van de nalatenschap onder zich te houden. De notaris had zelf actief de erfgenamen moeten benaderen voor de afwikkeling van de nalatenschap. De schijn van belangenverstrengeling is gewekt doordat het vermogen van de moeder van klaagster onder bewind is gesteld van de stichting waarvan de notaris bestuurslid was.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:372 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-389/AL/MN

    Raadsbeslissing. Samenhang met de zaken 21-471/AL/MN/D en 21-390/AL/MN. Verweerder heeft zonder geldige reden en terwijl hij wist dat daar beslag op was gelegd door de wederpartij van klager, een groot geldbedrag van zijn derdengeldrekening naar zijn privérekening overgemaakt. Vervolgens heeft verweerder een aanzienlijk deel van dat geld opgemaakt. Verweerder heeft daarmee zowel zijn (voormalige) cliënt als de wederpartij ernstig benadeeld. Op vragen over dat geld van zijn klager en de wederpartij heeft verweerder niet gereageerd; hij heeft zich volkomen onbereikbaar gehouden. Ook heeft verweerder geweigerd om het dossier aan klager af te geven. De raad acht de gedragingen van verweerder bijzonder kwalijk en verwerpelijk. Verweerder heeft hiermee belangrijke regels overtreden en in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en deskundigheid die van een advocaat wordt verlangd. Met dit alles heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet; zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van de feiten acht de raad de oplegging van een zware maatregel in beginsel passend. Gelet echter op de beslissing van heden in het samenhangende dekenbezwaar tegen verweerder (met nummer 21-471/AL/MN/D), die grotendeels ziet op hetzelfde klachtwaardige handelen als in deze zaak en waarin verweerder een schrapping van het tableau opgelegd heeft gekregen, zal de raad in deze zaak geen maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:373 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-390/AL/MN

    Raadsbeslissing. Samenhang met zaak 21-471/AL/MN/D. Verweerder heeft ter zitting van de raad verklaard dat hij een groot geldbedrag van zijn derdenrekening naar zijn privérekening heeft overgemaakt en vervolgens een deel daarvan heeft opgemaakt. De raad acht de gedragingen van verweerder bijzonder kwalijk en verwerpelijk. Verweerder heeft hiermee belangrijke regels overtreden en in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en deskundigheid die van een advocaat wordt verlangd. Verweerder heeft niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van de feiten acht de raad de oplegging van een zware maatregel in beginsel passend. Gelet echter op de beslissing van heden in het samenhangende dekenbezwaar tegen verweerder (met nummer 21-471/AL/MN/D), die grotendeels ziet op hetzelfde klachtwaardige handelen als in deze zaak en waarin verweerder een schrapping van het tableau opgelegd heeft gekregen, zal de raad in deze zaak geen maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-120/DB/DH

    Advocaat wist dat zijn cliënt K in staat van faillissement verkeerde. Dit betekent dat zijn cliënt niet bevoegd was om in de procedure ex artikel 3:251 BW te verschijnen. In geval van een faillissement is enkel de curator bevoegd om namens de failliet hier in rechte te verschijnen. Onder deze omstandigheden had het op de weg van de advocaat gelegen om zich niet namens zijn cliënt in de procedure te stellen dan wel, als hij hiertoe wel wilde overgaan, klaagster en de rechter over de onbevoegdheid van zijn cliënt wegens diens faillissement in die procedure te informeren.Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-935/DB/OB

    De voorzitter heeft de toetsingsnorm ten aanzien van de kwaliteit van de dienstverlening juist toegepast. Ook overigens is niet gebleken dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter gegrond is.Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-092/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Gelet op de algemene vrijheid van een advocaat om de behandeling van een zaak neer te leggen en de wijze waarop de heer G in zijn e-mails aan verweerder de opdracht van de verkeersschool heeft teruggetrokken, mocht verweerder daaruit concluderen dat het beter was om ook de behandeling van de zaak voor klaagster te beëindigen. De hierdoor voor verweerder met de heer G ontstane vertrouwensbreuk, die zowel contactpersoon van klaagster als van de verkeersschool was, was daartoe voldoende aanleiding. Een advocaat kan niet worden gedwongen om een zaak te (blijven) doen voor een cliënt. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder zijn onttrekking als advocaat voor klaagster op financieel correcte en op zorgvuldige wijze afgehandeld. Niet is gebleken dat sprake is geweest van een ontijdige onttrekking van verweerder of van de door klaagster gestelde schade. Klachten kennelijk ongegrond.