Zoekresultaten 2421-2430 van de 4341 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:255 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8083

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de uroloog werkzaam is. De uroloog heeft onder meer een trans urethrale resectie van de blaas en een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) bij de patiënt uitgevoerd. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden.Klaagster verwijt de uroloog in vijf klachtonderdelen dat hij niet de zorg heeft geleverd die van hem mocht worden verwacht. Zij verwijt de uroloog onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het uitvoeren van de TUR-blaas en de cystoscopie, en dat hij niet tijdig het medisch dossier van de patiënt heeft afgegeven aan de nabestaanden. De uroloog voert verweer.Het college komt tot het oordeel dat de uroloog ten aanzien van één klachtonderdeel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, te weten ten aanzien van het niet tijdig afgeven van het medisch dossier van de patiënt aan klaagster, en dat dit klachtonderdeel gegrond is en de klacht voor het overige ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2801 VZ

    Voorzittersbeslissing: Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder (patiënte) is verleend in het ziekenhuis. De arts was destijds arts in opleiding op de SEH en betrokken bij de behandeling van patiënte op de SEH van het ziekenhuis. Klaagster is – kort gezegd – niet tevreden over de zorg die haar moeder daar kreeg, deze was onvoldoende, waardoor haar moeder is komen te overlijden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:206 Hof van Discipline 's Gravenhage 240346D

    Klacht door deken voortgezet in algemeen belang. De raad heeft verweerder de maatregel van schrapping opgelegd op grond van ontoereikende dienstverlening en het niet naar behoren meewerken aan overdracht van het dossier. Het hof is van oordeel dat in deze zaak geen redenen aan het algemeen belang ontleend aanwezig waren om de behandeling van de klacht voort te zetten. Het hof vernietigt de beslissing van de raad tot voortzetting van de behandeling alsmede de beslissing op de klacht en stelt de klacht buiten behandeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2803 VZ

    Voorzittersbeslissing: De moeder van klaagster (patiënte) is in het ziekenhuis waar de chirurg werkt behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. Patiënte is uiteindelijk overleden.De chirurg heeft met patiënte en klaagster gesproken, en uitgelegd dat er geen voordeel te behalen was bij een leverresectie. Volgens klaagster heeft de chirurg tijdens dit consult gezegd dat hij, na het afronden van de chemotherapie, bereid was om nogmaals te kijken of een operatie mogelijk was. Klaagster verwijt de chirurg dat hij deze afspraak niet is nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:207 Hof van Discipline 's Gravenhage 250006

    Klagers, curatoren in een faillissement, waren verwikkeld in een procedure, waarin ter discussie stond of een financiering door de voormalige moedermaatschappij van de failliet in het kader van een management buy-out (voorzienbaar) onvoldoende was geweest. Klagers hebben een deskundigenbericht in het geding gebracht ter onderbouwing van hun standpunt. De advocaat van de wederpartij heeft in een akte de juistheid van de berekening in het deskundigenbericht betwist. Klagers verwijten hem dat hij gedragsregels 1 en 8 heeft geschonden door in en buiten rechte feitelijke informatie te verstrekken waarvan hij wist, dan wel behoorde te weten, dat die onjuist is en door wezenlijke informatie aan de rechter te onthouden. Het hof is van oordeel dat het niet ging om feitelijke gegevens, maar om gemaakte berekeningen, die kunnen verschillen naar gelang men een andere invalshoek of andere uitgangspunten hanteert. Het kon klagers duidelijk zijn dat slechts een reactie werd gegeven op (onderdelen van) de berekening van hun deskundige. Ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7875

    Klacht tegen verpleegkundig specialist over het verschaffen van onjuiste en onvolledige informatie over klaagster en haar ex-partner, een cliënt van verweerster, in een brief aan Veilig Thuis.Klacht is ontvankelijk en deels gegrond is en het college legt een waarschuwing op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat klaagster dient te worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1, aanhef en onder a van de Wet BIG, omdat zij nadelige gevolgen van de verklaring van verweerster heeft ondervonden, althans heeft kunnen ondervinden.Het college oordeelt dat verweerster VT onvolledig en onzorgvuldig heeft voorgelicht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2742 Verzet

    Verzet. Klacht tegen een medisch adviseur. Klager verwijt de medisch adviseur dat hij: a) een onjuist rapport heeft opgesteld onder andere omdat er een onjuistheid in het rapport staat over het huisbezoek en lichamelijk onderzoek op 24 augustus 2020; b) de stukken en de jurisprudentie over dit onderwerp (de vraag of er bij klager een medische noodzaak bestond voor het ontvangen van sekszorg) niet goed heeft geïnterpreteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen a en b gedeeltelijk gegrond verklaard en de medisch adviseur een waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep voor zover het beroep ziet op het gegrond verklaarde deel van klachtonderdeel a en het beroep voor het overige afgewezen omdat het beroep van klager niet leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het verzet van klager tegen die beslissing ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:208 Hof van Discipline 's Gravenhage 250049

    Klager verwijt verweerder hij in strijd met gedragsegel 25 rechtstreeks contact heeft gehad met een cliënte van klager. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerder een berisping opgelegd. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7759

    Klacht tegen een BIG-geregistreerd verpleegkundige die als forensisch therapeutisch werker werkte op een groep met kwetsbare jongeren. Klacht is ontvankelijk en gegrond en het college legt een berisping op.Met betrekking tot de ontvankelijkheid oordeelt het college dat de werkzaamheden van verweerstermede tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige worden gerekend. Het verwijt aan verweerster heeft betrekking op grensoverschrijdend gedrag in haar relatie met een cliënt van de instelling. Het stellen van grenzen en het bewaken daarvan hoort zeker tot het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige. Het college is derhalve van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht.Het college is van oordeel dat door het uitwisselen van telefoonnummers en het schrijven van briefjes er meer dan professioneel contact geweest tussen verweerster en de jongere. Verweerster heeft hiermee de grenzen van professioneel handelen overschreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2971 wraking

    Wrakingsverzoek gericht tegen een lid-jurist. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van (de schijn van) vooringenomenheid door het lid-jurist gezien de wijze waarop de vragen werden gesteld en de onterechte conclusies die het lid-jurist aan de antwoorden van verzoeker verbond. Het wrakingsverzoek is afgewezen door de wrakingskamer van het College.