Zoekresultaten 231-240 van de 6481 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:67 Accountantskamer Zwolle 25/3427 Wtra AK

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Betrokkene krijgt de maatregel van berisping opgelegd. Klaagster verwijt betrokkene dat hij zonder haar toestemming haar aangifte inkomstenbelasting 2024 bij de belastingdienst heeft ingediend en haar daarvan niet op de hoogte heeft gesteld. Volgens klaagster is de aangifte ook onjuist en heeft betrokkene opzettelijk informatie voor klaagster achtergehouden. Voorts verwijt klaagster betrokkene dat hij in een gesprek haar zorgen over de gang van zaken heeft genegeerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene op meerdere momenten het fundamentele beginstel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid heeft geschonden. Hij heeft de aangifte inkomstenbelasting van klaagster zonder haar toestemming ingediend en klaagster daarvan niet op de hoogte gesteld. Betrokkene heeft ook niet adequaat gereageerd op klaagsters zorgen over de verwerking van de afspraken uit het echtscheidingsconvenant.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 260022

    Het betreft een klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder wordt verweten zijn zorgplicht jegens klager te hebben geschonden door met klager gemaakte afspraken niet na te komen. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard, omdat kort gezegd de door klager gestelde afspraken niet zijn komen vast te staan. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H

    Afwijzing van een verzoek om herziening van een beslissing van het hof van discipline. De gestelde grond van een motiveringsgebrek kan niet tot herziening van de beslissing leiden omdat die stelling niet een feit of omstandigheid is die heeft plaatsgevonden vóór de beslissing. De herziening is niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen. Er is ook geen sprake van een nieuw feit in de klachtzaak dat niet voor de zitting van 18 april 2026 redelijkerwijs bij verzoeker bekend kon zijn. Het door verzoeker gestelde feit betreft ook geen feit dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 18 maart 2026 en op 26 maart 2026 gepubliceerd, dus van voor de zitting van 20 april 2026.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8701

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij geweigerd heeft om haar te verwijzen voor nader onderzoek naar autisme. Het college acht het gezien de bevindingen verdedigbaar dat verweerster de nadruk legde op de behandeling van trauma. Uit de e-mails van klaagster leek ook te volgen dat zij dit begreep. Wel was het beter geweest als verweerster nog de tijd had genomen om de verwijzing duidelijk door te spreken met klaagster, maar dit is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9633

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9606

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was na ontslag uit het ziekenhuis na een wortelblokkade voor rug- en beenklachten nog voor nazorg opgenomen. Daar verergerden de klachten aan haar been. Het verwijt aan de verpleegkundig specialist is dat zij geen adequate zorg heeft verleend toen klaagster ook last kreeg van uitvalsverschijnselen. Het college oordeelt dat gebleken is dat de verpleegkundig specialist niet op de hoogte was van de verslechterde gezondheidssituatie van klaagster, maar dat dit niet aan de verpleegkundig specialist te wijten is. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:150 Raad van Discipline Amsterdam 26-456/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht erop vertrouwen dat zijn cliënte de opzeggingsbrief per post aan klager had verstuurd. Klager had naar aanleiding van de e-mail van verweerder alvast een formeel bezwaar kunnen indienen met het verzoek om het bezwaar op een later moment inhoudelijk aan te mogen vullen, omdat hij de opzeggingsbrief nog niet had ontvangen. Het is de voorzitter uit de stukken niet gebleken dat klager van deze mogelijkheden gebruik heeft gemaakt. Verder was verweerder niet gehouden om klager volledige inzage te geven in het fraudedossier van zijn cliënte. Tot slot kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder niet tijdig op berichten van klager heeft gereageerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:227 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:151 Raad van Discipline Amsterdam 26-465/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.Verweerder kan niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij bewust onwaarheden heeft verkondigd in strijd met gedragsregel 8. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt standpunten in te nemen, ook al waren die klaagster onwelgevallig.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.