Zoekresultaten 231-240 van de 5935 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8168

    Verweerster (psychiater) is in de periode van 13 maart 2020 tot en met 14 juli 2020, waarvan een gedeelte als regiebehandelaar, betrokken geweest bij de behandeling van klaagsters echtgenoot (hierna: patiënt). Patiënt is in maart 2021 overleden door suïcide. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten over de behandeling van patiënt. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8739

    Kennelijk ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8742

    Kennelijk ongegronde klacht tegen GZ-psycholoog over onterechte overplaatsing van patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met familie. Artikel 21 Wet zorg en dwang. Toename gedragsproblematiek. Verblijf in kleinschalige woonvorm niet meer passend. Voortdurend en uitgebreid met de familie besproken. Besluit raad van bestuur. Voldoende valide argumenten voor overplaatsing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-132/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8709

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend in verband met de behandeling van haar moeder tijdens een consult. Klaagster vindt dat het onderzoek van de huisarts en de vervolgstappen ontoereikend zijn geweest en ziet een verband met het overlijden van haar moeder korte tijd erna. Het college oordeelt dat de huisarts enkele gerichte onderzoeksverrichtingen heeft nagelaten. Daarnaast heeft het college een passend vervolgonderzoek, het maken van een echo, gemist. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8863

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan. Klaagster is in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is. Het tweede klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV

    Verzetbeslissing. Er is door de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen beslist. Verzet gegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-051/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt, dat verweerder ondanks een belangenconflict tegen klager heeft opgetreden is ongegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat klager tijdens het gesprek met mr. H informatie heeft verstrekt die verweerder moest beletten om tegen klager op te treden. Van (de schijn van) belangenverstrengeling, zoals genoemd in het toetsingskader onder 5.3, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd inhoudelijke antwoorden gegeven en zich obstructief heeft opgesteld, noch dat hij een misleidend schikkingsvoorstel heeft gedaan, zonder dit te onderbouwen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67

    Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-242/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster reeds eerder heeft geklaagd over verweersters optreden. De voorzitter constateert in de eerste plaats dat de onderhavige klacht van gelijke aard en inhoud is en op hetzelfde feitencomplex ziet als de eerdere klacht. De raad heeft deze eerdere klacht bij beslissing van 7 april 2026 ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen de beslissing van de raad hoger beroep ingesteld, zodat de beslissing van de raad van 7 april 2026 nog niet onherroepelijk is geworden. Het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, staat om die reden niet aan ontvankelijkheid van de onderhavige (tweede0 klacht van klaagster niet in de weg. De voorzitter constateert in de tweede plaats dat uit het onderhavige klachtdossier geen andere – voor de beoordeling van de klacht relevante – feiten blijken dan zoals reeds door de raad vastgesteld in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). De voorzitter ziet in hetgeen klaagster naar voren heeft gebracht geen aanleiding om anders te oordelen dan de raad heeft gedaan in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). Kennelijk ongegrond.