Zoekresultaten 12871-12880 van de 42773 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.446

    Klaagster is na een zwangerschap volledig arbeidsongeschikt geraakt. De aangeklaagde psychiater, heeft op verzoek van het UWV een psychiatrische expertise uitgevoerd in het kader van de beoordeling van de arbeids(on-)geschiktheid van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater dat hij: 1. aan klaagster een onredelijke termijn heeft gegeven ter uitoefening van het inzage- en correctierecht omtrent het over haar opgestelde concept psychiatrische expertiserapport; 2. zijn psychiatrische rapportage op onzorgvuldige en ondeskundige wijze heeft opgesteld, onder meer door hierbij ten onrechte geen medische informatie van de behandelend arts(en) van klaagster te betrekken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in beide onderdelen gegrond en legt de psychiater de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend wat betreft de opgelegde maatregel, verklaart beide klachtonderdelen gegrond, legt de psychiater de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie. 

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.024

    Klacht tegen verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de aan de overleden moeder van klaagster verleende zorg. De verpleegkundige is directeur van een door haar en haar echtgenoot gedreven verzorgingstehuis. Het verzorgingstehuis bood inwoning en verzorging aan de moeder van klaagster, die onder meer leed aan de ziekte van Alzheimer. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij haar moeder de juiste verzorging en aandacht heeft onthouden, dat zij ongevraagd de regie heeft overgenomen in de zorg en dat zij het initiatief heeft genomen behandeling met Haldol te starten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen in de zin van de eerste en tweede tuchtnorm en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.197

    Klacht tegen een gz-psycholoog die werkzaam is in de TBS-kliniek waar klager verblijft. Klager verwijt haar onder meer dat zij hem in een onhygiënische cel heeft laten plaatsen, valsheid in geschrifte heeft gepleegd, de door hem kenbaar gemaakte klachten aan zijn voet heeft genegeerd en dat zij heeft aangestuurd op een door hem als ongewenst beschouwde medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.459

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de bedrijfsarts bij wie hij na en ziekmelding bij zijn werkgever drie keer op spreekuurbezoek is geweest. De klacht van klager bestaat uit twaalf onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen 7 en 9 – inhoudende dat de bedrijfsarts zijn oordeel over de arbeidsgerelateerdheid van de beperkingen van klager onvoldoende heeft gemotiveerd – gegrond verklaard en de bedrijfsarts ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager heeft beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van een aantal klachtonderdelen door het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dit beroep. De bedrijfsarts heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de beslissing in eerste aanleg voor zover de klacht gegrond is verklaard. Dit beroep slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen 7 en 9 alsnog ongegrond en daarmee komt de maatregel van waarschuwing te vervallen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:152 Raad van Discipline Amsterdam 19-177/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.450

    Klacht tegen chirurg. Bij klaagster is door verweerder een knobbeltje uit de linkerknie verwijderd. Op basis van het verslag van de radioloog werd gedacht aan een ganglion. Na verwijdering is de tumor onderzocht en er bleek sprake van een goedaardig schwannoom. Na de operatie had klaagster last van een klapvoet waaraan zij op een later moment is geopereerd. Klaagster verwijt de chirurg – kort gezegd – onzorgvuldig handelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.025

    Klacht tegen psychiater, die destijds werkzaam was als hoofd van een afdeling van een GGD. Klager heeft drie medewerkers van deze GGD in verband met tegen hen ingediende tuchtklachten op hun huisadres aangeschreven en aansprakelijk gesteld. De psychiater heeft klager medio 2016 een brief gestuurd, waarin hij onder meer heeft aangegeven dat het hoogst ongepast is om medewerkers van de GGD in welke vorm dan ook rechtstreeks en in privé te benaderen. Klager heeft vervolgens een klacht ingediend tegen de psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege concludeert dat het handelen van de psychiater niet kan worden getoetst aan de eerste of tweede tuchtnorm en verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het daartegen door klager ingestelde beroep. 

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.228

    Klacht tegen tandarts. De tandarts heeft bij klager een implantaat geplaatst waarop later een kroon geplaatst zou worden. Tijdens een vakantie in Turkije besluit klager de kroon aldaar te laten plaatsen. Van meerdere Turkse behandelaars krijgt echter klager te horen dat dit onverantwoord is, omdat het implantaat verkeerd geplaatst is en het bot te dun is. Klager verwijt te tandarts dat hij 1. onvakkundig heeft gehandeld, achteraf alles ontkent en zich met onwaarheden probeert te verschonen, 2. klager van tevoren niet heeft gewezen op de mogelijkheden en beperkingen van de situatie, 3. duidelijk alleen op geld uit is, 4. zich arrogant, intimiderend en niet toetsbaar opstelt en 5. alleen uit ergernis na zestien maanden alsnog een rekening heeft gestuurd, die bovendien de pijnbehandeling als gevolg van zijn eigen fout betreft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.013

    Klacht tegen verpleegkundige. De klacht betreft de overleden echtgenoot van klaagster, die een operatie heeft ondergaan. Ter revalidatie is de echtgenoot opgenomen in een verpleeghuis waar de verpleegkundige werkzaam is. De verpleegkundige had nachtdienst. De echtgenoot is de avond volgend op de nachtdienst overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij niet de juiste zorg heeft verleend door niet de juiste stappen te nemen die nodig waren gelet op het verslechtende gezondheidsbeeld van de echtgenoot. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:153 Raad van Discipline Amsterdam 19-406/A/A

    Voorzittersbeslissing. Nu sprake was van een vertrouwensbreuk, was verweerster gehouden haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Dat klager hiervan processuele schade heeft ondervonden, is niet gebleken