Zoekresultaten 11-20 van de 46281 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:310 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8434

    Gegronde klacht tegen een tandarts. Het college oordeelt dat de tandarts zonder communicatie naar de patiënt de rol heeft gehad van een supervisor, zonder daadwerkelijk invulling te geven aan deze supervisie. Hiermee heeft hij gefaciliteerd dat een niet-BIG-geregistreerde behandelaar een zeer complexe gebitssituatie heeft behandeld bij klager, die bovendien onzorgvuldig, onprofessioneel en onverantwoordelijk is uitgevoerd. Het college ontzegt de tandarts de bevoegdheid om nog langer als supervisor op te treden en legt tevens de maatregel op van voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:236 Raad van Discipline Amsterdam 25-415/A/A 25-417/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben executoriale derdenbeslagen gelegd zonder vooraankondiging. Niet in geschil is dat verweerders in strijd hebben gehandeld met gedragsregel 6 lid 2 door executoriaal derdenbeslag te laten leggen zonder klaagster of haar advocaat hierover voorafgaand te informeren. Verweerders hebben echter betoogd dat in dit geval het belang van hun cliënten zich ertegen verzette om klaagster en/of haar advocaat van hun voornemen kennis te geven. Op grond van de toelichting van verweerders en de overgelegde gedingstukken komt de raad tot het oordeel dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijk geval, waarbij een bijzonder belang van de cliënten van verweerders zich heeft verzet tegen voorafgaande kennisgeving van het executoriaal derdenbeslag. De raad acht het beslag zoals dat is gelegd ook niet disproportioneel. Verweerders hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en de klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:311 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8330

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft naar het oordeel van het college excessief gedeclareerd (klachtonderdeel f) en daarnaast, ondanks het uitdrukkelijke verzoek van klager om kostenbesparend te werk te gaan, gekozen voor een onnodig kostbare, uitgebreide beetregistratie door middel van een articulator (klachtonderdeel g). Met name klachtonderdeel f acht het college kwalijk, nu hij daarmee ook het vertrouwen in de beroepsgroep heeft geschaad. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat tandartsen op een eerlijke manier kosten in rekening brengen. Het college heeft daarnaast geconstateerd dat de tandarts geen inzicht heeft getoond in zijn handelen en nog steeds achter zijn keuzes lijkt te staan. Het college legt de maatregel op van berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:237 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerster klager heeft opgelicht en misbruik heeft gemaakt van zijn kwetsbare positie. Verweerster heeft op zorgvuldige wijze met klager gecommuniceerd over de aanpak van de zaak, heeft hem steeds uitleg gegeven over de door hem te ondertekenen stukken en heeft de zaak behandeld zoals mocht worden verwacht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:312 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8052

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg, die in 2015 een verdacht plekje op het voorhoofd van klager heeft verwijderd, waarna nog een re-excisie heeft plaatsgevonden. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de plastisch chirurg terecht een re-excisie geadviseerd. Het college ziet geen aanknopingspunt voor de stelling van klager dat een ander plekje zou zijn verwijderd in plaats van re-excisie, noch voor de stelling dat de plastisch chirurg de klachtencommissie van het ziekenhuis daarover onjuiste informatie heeft verstrekt. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:173 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder zonder opdracht een matige brief heeft opgesteld en daarvoor onredelijk hoge declaraties heeft gestuurd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 240305

    De klacht betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft de vennootschap bijgestaan en volgens klagers heeft hij haar belangen niet op deskundige en zorgvuldige wijze behartigd en buitensporig veel in rekening gebracht. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Volgens het hof is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij gehandeld in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Het hof legt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk op voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 240317

    Het betreft een klacht tegen een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat van klagers. Verweerder is betrokken geraakt bij het incasseren van een vordering op klagers betreffende de fiscaal-strafrechtelijke kwestie van klagers waarin de (voormalig) eigen advocaat van klagers bijstand heeft verleend. Verweerder heeft gedreigd de bijstand aan klagers te beëindigen indien klagers achterstallige declaraties niet zouden voldoen en hij heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van deze declaraties. Toen de betalingen uitbleven, heeft hij rechtsmaatregelen getroffen. Volgens klagers heeft verweerder hen hiermee ernstig geïntimideerd en ontoelaatbaar onder druk gezet. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof komt – net als de raad – tot een gegrondverklaring van de klachtonderdelen en legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes weken met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 240350 240351

    Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt doordat hij de gezamenlijke woning van zijn cliënte en de wederpartij niet heeft verlaten nadat hem dat verzocht was. De raad heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 250163

    De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.