Zoekresultaten 20651-20700 van de 48172 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:251 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.121
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:251
Klacht tegen huisarts. Klager is patiënt in een huisartsenpraktijk waar verweerster als huisarts werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende zorg heeft verleend toen hij in oktober en november 2009, direct nadat hij een griepprik had gekregen, de Mexicaanse griep had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1832
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 26-09-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:71
Apotheker in hoedanigheid van mede-eigenaar apotheek. Tweede tuchtnorm. Voorwenden dat schadeclaim wegens verkeerde dosering medicijnen is doorgeleid aan verzekeraar en door deze afgewezen. Vertrouwen in individuele gezondheidszorg bijzonder geschaad. Voorwaardelijke schorsing 6 maanden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:245 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.036
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 11-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:245
Klager was patiënt bij één van de tandartsen van de tandheelkundige kliniek waarvan verweerder, tandarts, klinisch directeur is. Klager verwijt verweerder dat hij: 1. klager een afpersings-/dreigende/intimiterende/chanterende brief heeft geschreven, waarin hij heeft aangegeven dat hij bij een ongegrond verklaring van de klacht de tijd en inspanning van de tandarts bij klager in rekening zou worden gebracht, met het doel dat klager de klacht tegen de tandarts zou intrekken; 2. de brief van 27 maart 2017 aangetekend heeft verzonden, waarbij niet duidelijk was wie de afzender was; 3. de naam van klager op de website van klachtenkompas heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat hetgeen de tandarts door klager wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:252 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.122
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:252
Klacht tegen huisarts. Klager was als patiënt ingeschreven in de huisartsenpraktijk waar de huisarts tot aan zijn pensionering werkzaam was. Klager verwijt de huisarts het onrechtmatig intrekken van de jachtakte op 19 december 2012, omdat hij hem in de steek heeft gelaten door geen onderzoek te laten verrichten door een psychiater, waar klager recht op had. Voorts verwijt hij verweerder dat hij klager, bij het huisbezoek van 4 december 2013 betitelde als een spraakwaterval. Hij heeft ten onrechte in het dossier genoteerd dat klager een persoonlijkheidsstoornis had en een narcistisch type was en dat hij brieven had geschreven die nogal warrig en vol grammaticale onjuistheden waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-348/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:134
Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet ter zitting van de rechtbank te verschijnen, door de uitspraak van de rechtbank pas na een rappel van klagers en na bijna 4 weken aan klagers toe te sturen, door het dossier van klagers niet tijdig conform de afspraak toe te sturen aan hun nieuwe advocaat en door onjuiste mededelingen te doen over de termijn van hoger beroep en de instantie waar het beroep moest worden ingesteld. Gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden voorwaardelijke schorsing van één week. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a Advocatenwet tot twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:246 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.056
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 11-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:246
Klaagster verwijt de aangeklaagde tandarts dat hij middels een verborgen camera in de woning van zijn oom een pornofilm van klaagster heeft gemaakt. De tandarts zou dit hebben gedaan om te voorkomen dat klaagster de erfenis van de oom zou ontvangen. Als gevolg van deze pornofilm zou de kantonrechter hebben geoordeeld dat klaagster een vrouw van lichte zeden is die nergens recht op heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat hetgeen de tandarts door klaagster wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:247 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.460
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:247
Klacht tegen huisarts. Klager heeft vanaf enig moment regelmatig zijn PSA-waarde door de huisarts laten bepalen in verband met het feit dat zijn vader aan prostaatkanker is overleden. Klager verwijt verweerder niet adequaat te hebben gereageerd op de stijging van de PSA-waarde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klager slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de huisarts, gedurende langere periode en in afwijking van hetgeen de richtlijn voorschrijft, klager niet heeft doorverwezen naar een uroloog voor nader onderzoek. De klacht wordt in beroep alsnog gegrond bevonden. Het Centraal Tuchtcollege legt aan de huisarts de maatregel van berisping op en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:248 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.012
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:248
Klacht tegen arts, destijds huisarts in opleiding. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerster heeft patiënte in verband met benauwdheid samen met haar eveneens aangeklaagde supervisor (C2018.014) tijdens een visitedienst in de nacht van vrijdag op zaterdag bezocht. Klaagster verwijt verweerster dat zij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:249 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.013
- Datum publicatie: 26-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:249
Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerster heeft patiënte in verband met benauwdheid tijdens een visitedienst op zaterdag bezocht. De nacht tevoren was patiënte door twee andere artsen bezocht. Patiënte was delirant. Verweerster heeft opname in een verpleeghuis voor patiënte geregeld. Klaagster verwijt verweerster dat zij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond nu verweerster niet met klaagster heeft besproken of er een onderliggende medische oorzaak voor de toestand van patiënte kon zijn. Voorts heeft zij nagelaten daar verder onderzoek naar te doen terwijl zij ook niet met klaagster heeft overlegd over de keuze tussen opname in een verpleeghuis of, vanwege de onduidelijkheid over de oorzaak van het delier, ziekenhuisopname. Aan de huisarts wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:192 Raad van Discipline Amsterdam 18-647/A/A/D
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:192
Verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. Financiële situatie van kantoor van verweerder is uitermate zorgwekkend. Niet valt te verwachten dat verweerder op korte termijn in staat zal zijn om zijn liquiditeitspositie te verbeteren en schulden af te lossen. Dit staat aan een goede praktijkuitoefening in de weg. Verzoek om verweerder met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd te schorsen toegewezen. Benoeming waarnemer bij wege van voorziening.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 277-2017
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 25-09-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:157
Raadkamerbeslissing. In verband met het voornemen tot toepassing van een dwangbehandeling op grond van Pwb is verweerder gevraagd om een second-opinion. Volgens klaagster heeft verweerder ten onrechte de diagnose psychose gesteld, heeft hij haar ten onrechte dwangmedicatie voorgeschreven en is de second-opinion onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:186 Raad van Discipline Amsterdam 18-550/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:186
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klaagster deels kennelijk niet-ontvankelijk, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/123
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:18
Aansprakelijkstelling notaris. Naar het oordeel van de kamer mag van een behoorlijk handelend notaris worden verwacht dat hij, als hij ontdekt dat hij een fout heeft gemaakt, er voor zorgt dat hij zo spoedig mogelijk alles in het werk stelt om deze fout te herstellen. Indien herstel niet mogelijk blijkt, dient hij te zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) als gevolg van zijn handelwijze heeft geleden en nog zal lijden. Dit geldt eens te meer als de tuchtrechter al heeft geoordeeld dat een notaris ten aanzien van de betreffende cliënt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Mede in verband met het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen, ook als er helaas een fout wordt gemaakt, is het van groot belang dat een notaris in zo’n situatie duidelijk en tijdig met alle betrokkenen communiceert. De notaris heeft niet aan deze maatstaf voldaan. Al staat het een notaris uit hoofde van de polisvoorwaarden bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering niet vrij om zonder toestemming van zijn verzekeraar aansprakelijkheid te erkennen, dat neemt naar het oordeel van de kamer niet weg dat de notaris (zo nodig na overleg met zijn verzekeraar) met deze beperking in het achterhoofd wel degelijk tijdig op de verzoeken van klagers had kunnen reageren en/of met hen in gesprek had kunnen gaan. Indien hij met het oog op de aansprakelijkheidskwestie zelf geen contact met klagers wilde opnemen, had het in ieder geval op zijn weg gelegen om te bevorderen dat de verzekeraar dat namens hem zo spoedig mogelijk had gedaan. Door verzoeken onbeantwoord te laten en onvoldoende initiatief te nemen richting de verzekeraar hebben klagers bijna twee jaar in het ongewisse verkeerd over de vraag of/in hoeverre hun claim zou worden geaccepteerd, terwijl evenmin duidelijk was of de door hen gestelde schade door de verzekeraar werd gedekt. Daarbij neemt de kamer mede in aanmerking dat de notaris, zoals tijdens de zitting is gebleken, de verzekeraar pas (ruim) een jaar na ontvangst van de eerste aansprakelijkstelling over de schadeclaim heeft geïnformeerd. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris klagers daardoor aan een groot financieel risico blootgesteld omdat te late melding kan lijden tot verlies van dekking. Klacht gegrond, schorsing voor de duur van twee weken, waarbij de kamer mede in aanmerking heeft genomen dat de notaris, aan wie eerder tuchtmaatregelen zijn opgelegd, de ernst van zijn (gebrek aan) handelen niet voldoende serieus lijkt te nemen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:180 Raad van Discipline Amsterdam 18-052/A/DH
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:180
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:187 Raad van Discipline Amsterdam 18-549/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:187
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/72
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:19
Naar het oordeel van de kamer mag van een behoorlijk handelend notaris, die tot de ontdekking komt dat er in een tot zijn verantwoordelijkheid behorend dossier kennelijk niet juist is gehandeld, worden verwacht dat hij er alles aan doet om gemaakte fouten alsnog zo spoedig mogelijk te herstellen en dat hij daarover duidelijk met alle betrokkenen communiceert. De notaris heeft echter onvoldoende initiatief genomen om de nalatenschap alsnog zo voortvarend mogelijk af te wikkelen. Bovendien staat vast dat de notaris toezeggingen bij herhaling niet is nagekomen. Daardoor is het vertrouwen in het notariaat geschonden. Klacht gegrond. Schorsing voor de duur van één week, waarbij de kamer mede in aanmerking heeft genomen dat de notaris, aan wie eerder tuchtmaatregelen zijn opgelegd, de ernst van zijn (gebrek aan) handelen niet voldoende serieus lijkt te nemen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:181 Raad van Discipline Amsterdam 18-036/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:181
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:182 Raad van Discipline Amsterdam 18-416/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:182
Gegronde klacht over de verweerder in de klachtzaak van de partner van klaagster. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een passage over klaagster in zijn reactie op de klacht van haar partner op te nemen. Verweerder heeft erkend dat hij dat niet had moeten doen en heeft hiervoor zijn excuses aangeboden. Ook heeft hij de gevolgen van zijn handelen ongedaan gemaakt door zijn brief waarin die passage stond te vervangen door een andere brief. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:189 Raad van Discipline Amsterdam 18-541/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:189
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels kennelijk ongegrond en deels (kennelijk) niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop dan wel ne bis in idem.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:183 Raad van Discipline Amsterdam 17-1008/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:183
Gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft niet adequaat opgetreden en klager onvoldoende geinformeerd. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/1
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:15
Klagers verwijten de notaris dat hij de nalatenschap van erflaatster incorrect heeft afgehandeld. Meer specifiek verwijten klagers de notaris dat hij: (1) het bestaan van een spaarrekening in eerste instantie voor klagers heeft verzwegen; (2) de woning van erflaatster ten onrechte onderhands en voor een te laag bedrag heeft verkocht en ten slotte (3) willen klagers vragen stellen bij hoe de notaris is omgegaan met het regelen van toegang tot het huis van erflaatster en daarmee samenhangende de bescherming van haar spullen. Alle drie de klachtonderdelen zijn ongegrond. (1) De notaris heeft het bestaan van een spaarrekening niet verzwegen. (2) Klagers hadden beiden een uitgebreide boedelvolmacht getekend die de notaris nadrukkelijk de bevoegdheid geeft tot het ‘verkopen en leveren van goederen, waaronder registergoederen en effecten onder de voorwaarden en voor een koopsom door de gevolmachtigde (dat wil zeggen de notaris) te bepalen’. Dit neemt echter niet weg dat een notaris gehouden is om zorgvuldig gebruik te maken van een uitgebreide boedelvolmacht. In dit geval, waarin een erfgenaam een bod heeft uitgebracht op de woning van erflaatster, was het passend geweest om de erven, zeker die een bod hebben gedaan, mee te nemen in het proces van verkoop van de woning. De notaris heeft echter gehandeld binnen de reikwijdte van de verleende volmacht en daarom komt de kamer tot de slotsom dat de notaris op dit klachtonderdeel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld heeft. (3) De verantwoordelijkheid van de notaris begint pas vanaf het moment dat hij ook daadwerkelijk in actie is gekomen, de beschikking heeft gekregen over de sleutels van de woning en daarmee de toegang tot de woning heeft kunnen krijgen. Niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt de notaris in dit verband zou kunnen worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:190 Raad van Discipline Amsterdam 18-546/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:190
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gedaan wat was afgesproken en wel voordat klaagster de opdracht aan verweerster introk. Het valt verweerster dan ook niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zij een toevoeging voor klaagster heeft aangevraagd en klaagster heeft verzocht het restant van de eigen bijdrage te voldoen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/120
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 18-06-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:16
Klager verwijt de notaris, samengevat, dat deze geen rekening houdt met de wensen van erflater. Daarnaast heeft de notaris klager ten onrechte als executeur aangemerkt. Klager stelt dat hij nooit executeur van de nalatenschap van erflater is geweest en dat hij dan ook niet verplicht kan worden rekening en verantwoording af te leggen. Beide klachtonderdelen slagen niet. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:191 Raad van Discipline Amsterdam 18-542/A/A 18-543/A/A
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 14-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:191
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerders hebben voldoende onderbouwd dat zij de conclusie van antwoord zelf hebben geschreven.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:179 Raad van Discipline Amsterdam 18-340/A/NH
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:179
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/124
- Datum publicatie: 25-09-2018
- Datum uitspraak: 08-08-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:17
Notaris die optreedt als executeur dient de belangen van álle erfgenamen te behartigen. Beroep op rechtsverwerking verworpen. Afspraken tussen acht erfgenamen over wijze van taxatie van onroerende zaak in afwijking van testament niet schriftelijk vastgelegd. Notaris heeft ook onvoldoende de regie genomen t.a.v. de benoeming van een taxateur die een (zakelijke) band had met een van de erfgenamen en t.a.v. het verloop van de taxatieprocedure . Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-537
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 24-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:211
Klacht tegen advocaat wederpartij. Van enige smaad en/of laster, of het onnodig of onevenredig schaden van de belangen van klager door verweerder is niet gebleken. Verweerder mocht informatie van een televisieprogramma, dat een item over klager heeft gemaakt, in het geding brengen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-535
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 03-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:212
Voorzitter oordeelt deel klacht met toepassing van art. 47b Advocatenwet wegens ne bis in idem kennelijk ongegrond. Voor het overige oordeelt de voorzitter de klacht kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing ervan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-544
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 10-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:213
De voorzitter oordeelt klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht jegens verweerder, nu sprake is van privégedragingen van verweerder. Omstandigheden of feiten waaruit zou kunnen blijken van een dusdanige verwevenheid van de gedragingen van verweerder met zijn praktijkuitoefening als advocaat zijn gesteld noch gebleken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-553
- Datum publicatie: 24-09-2018
- Datum uitspraak: 10-09-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:214
Naar het oordeel van de voorzitter valt niet in te zien in welke zin verweerder in deze een tuchtrechtelijk verwijt treft. Niet is gesteld of gebleken op grond van welke (rechts)regel een advocaat in het algemeen en verweerder in de door hem omschreven specifieke omstandigheden verplicht is om op de brieven van klaagster met daarin een aansprakelijkheidsstelling te reageren. Daar komt bij dat het klaagster vrij stond om de aansprakelijkheidsstelling van verweerder ter beoordeling voor te leggen aan de civiele rechter; dat is niet aan de tuchtrechter. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/198
- Datum publicatie: 21-09-2018
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:111
Klaagster dient een klacht in namens haar overleden zoon. Verweerster heeft de zoon van klaagster gezien voor een crisisbeoordeling. Enkele uren na de beoordeling heeft de zoon suïcide gepleegd. Klaagster verwijt verweerster onvoldoende zorgvuldig en bekwaam handelen. Zij stelt dat de arts onvoldoende aandacht heeft gegeven aan de richtlijnen van suïcidaal gedraag. Ongegrond
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:68 Accountantskamer Zwolle 17/2735 Wtra AK
- Datum publicatie: 21-09-2018
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:68
Klagers verwijten betrokkene onder meer dat hij als (indirect) bestuurder van zijn vennootschap onjuiste, onvolledige en informatie heeft ingebracht in een gerechtelijke procedure, dat hij ondanks een daartoe strekkend verzoek geen maatregelen heeft genomen om deze informatie weg te nemen of te corrigeren, maar daarentegen strafrechtelijk aangifte heeft gedaan en dat hij een onware verklaring heeft ondertekend en onder ede heeft bevestigd. Volgens vaste jurisprudentie kan het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen - al dan niet in rechte - innemen van een civielrechtelijk standpunt, behoudens bijzondere omstandigheden, in het kader van de door hem in acht te nemen fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit, niet tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt leiden. Een en ander geldt eveneens wanneer een accountant strafrechtelijk aangifte doet. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is onder meer sprake indien geoordeeld zou moeten worden dat een door een accountant ingenomen standpunt bewust onjuist of misleidend, en dus te kwader trouw, blijkt te zijn of naar zijn aard bezien door een objectieve, redelijke en goed geïnformeerde derde, die over alle relevante informatie beschikt, zal worden opgevat als schadelijk voor de goede naam van het accountantsberoep of, in de terminologie van de VGBA: het accountantsberoep in diskrediet brengend. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van bedoelde bijzondere omstandigheden, zodat de klacht in zoverre ongegrond is. Voor zover de klacht inhoudt dat betrokkene functies combineert die onverenigbaar zijn met de aan een accountant te stellen eisen en dat hij nooit heeft vastgesteld of zijn vennootschap ook daadwerkelijk eigenaar is van haar belangrijkste activa, is deze, voor zover al ontvankelijk, bij gebreke van voldoende onderbouwing, ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:243 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.075
- Datum publicatie: 20-09-2018
- Datum uitspraak: 20-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:243
Klager heeft zich gewend tot de aangeklaagde huisarts vanwege klachten aan zijn rechteroog. Klager verwijt de huisarts: 1. het stellen van een verkeerde diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie, terwijl de toestand van het oog, met aangroei op het hoornvlies, aanleiding had moeten vormen voor onmiddellijke doorverwijzing naar de oogarts; 2.verantwoordelijk te zijn voor het gezichtsverlies van 40% van het rechteroog; 3.verantwoordelijk te zijn voor de emotionele schade. Het Regionaal Tuchtcollege beslist dat de huisarts heeft gehandeld en mocht handelen conform de NHG-standaard Het rode oog. Nu het eerste klachtonderdeel faalt, komt het college niet toe aan de bespreking van de overige twee klachtonderdelen. De klacht wordt zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:242 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.364
- Datum publicatie: 20-09-2018
- Datum uitspraak: 20-09-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:242
Klacht tegen verpleegkundige. Klager verwijst de arts dat zij ten overstaan van het Centraal Tuchtcollege opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het door klager gestelde handelen van de arts valt onder de tweede tuchtnorm en verklaart klager daarom ontvankelijk in zijn klacht, maar verklaart de klacht vervolgens kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-205/DB/ZWB
- Datum publicatie: 19-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:132
Verweerder heeft onvoldoende met klager gecommuniceerd over de te voeren strategie, de procedurele gang van zaken, de inhoud van het verweerschrift en hij heeft onvoldoende juridische inspanning geleverd. Ook heeft verweerder onvoldoende met de wederpartij van klager gecommuniceerd. Verweerder heeft voorts onvoldoende nauwgezetheid betracht in de financiële afspraken met klager en niet het complete dossier overgedragen aan de opvolgend advocaat. Aan verweerder wordt een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-635/DB/ZWB
- Datum publicatie: 19-09-2018
- Datum uitspraak: 11-09-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:133
Klacht ingediend nadat de in artikel 46g lid 1 Advocatenwet is verstreken. Klacht niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/51
- Datum publicatie: 18-09-2018
- Datum uitspraak: 18-09-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:55
Klacht tegen huisarts. Klager wendde zich in april 2018 tot de huisartsenpost, waar verweerder op dat moment dienst had, met pijn in zijn knie en lies als gevolg van een botsing in de botsauto’s op de kermis. Verweerder heeft onderzoek gedaan, pijnstilling gegeven en klager geadviseerd bij aanhoudende klachten naar zijn eigen huisarts te gaan. Volgens klager heeft verweerder op deze wijze niet adequaat gehandeld. Hierdoor heeft verweerder de inwendige bloeduitstorting gemist die de volgende dag bij klager werd geconstateerd, toen klager zich met buikpijn tot een andere arts wendde. Klager moest hiervoor een operatie ondergaan. Het college volgt daarentegen verweerder in zijn verweer dat er tijdens het bewuste consult nog geen signalen aanwezig waren die wezen op de later ontstane en geconstateerde inwendige bloeduitstorting. De pijnklachten die tot nader onderzoek aanleiding gaven zijn ook pas ontstaan op de dag na het consult met verweerder. Het betreft hier overigens een zeldzame complicatie. Verweerder mocht volstaan met de behandeling die hij heeft ingezet. Dat er de volgende dag naar aanleiding van nieuw ontstane pijnklachten een inwendige bloeduitstorting werd geconstateerd, maakt het voorgaande niet anders. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/58
- Datum publicatie: 18-09-2018
- Datum uitspraak: 18-09-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:56
Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is sinds 2016 ziek voor eigen werk vanwege diverse lichamelijke en psychische klachten. In 2017 is zijn Ziektewetuitkering stopgezet, omdat hij niet langer voor meer dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit oordeel is in bezwaar en beroep in stand gebleven. Klager kan zich hier niet in vinden. Volgens hem heeft verweerster, die klager meerdere keren heeft gezien, zijn benutbare mogelijkheden veel te positief ingeschat. Ook verwijt klager verweerster dat zij niet bereid was haar beoordeling aan te passen op basis van zijn telefonische reactie daarop. Voorts zou verweerster ten onrechte hebben gezegd dat er geen second opinion mogelijk was. Het college beoordeelt verweersters rapportage aan de hand van de criteria waaraan deze volgens vaste jurisprudentie dient te voldoen. Nu de rapportage hieraan voldoet, dient de klacht ten aanzien van de inhoud en de totstandkoming van de rapportage te worden afgewezen. Dat verweerster niet bereid was de rapportage naderhand aan te passen op verzoek van klager kan evenmin tot een tuchtrechtelijk verwijt leiden. En het verwijt dat verweerster gezegd zou hebben dat een second opinion niet mogelijk was, mist feitelijke grondslag nu verweerster dit betwist en dit ook niet uit de stukken blijkt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:66 Accountantskamer Zwolle 16/2883 en 16/2884 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:66
Klacht over controles post royalty’s (die ten goede kwamen aan een trust gevestigd op Cyprus) in jaarrekeningen gegrond. De truststructuur is opgezet door belastingadviseurs die zijn verbonden aan dezelfde organisatie als de betrokken accountants. Begunstigde van de trust is onder andere de natuurlijke persoon die (indirect) directeur/grootaandeelhouder is van de entiteit die de royalty’s betaalde. Betrokkenen (de controlerend accountant en de leider van het controleteam die naar eigen zeggen niet deskundig waren op het gebied van trusts) hadden bij de controles niet uitsluitend mogen steunen op informatie van deze fiscalisten, omdat niet is voldaan aan de vereisten van de NVCOS voor het gebruik maken van de werkzaamheden van deskundigen. De informatie waarover de fiscalisten en betrokkenen beschikten betreffende het zakelijke karakter van de overeenkomst op grond waarvan de royalty’s werden betaald en het ontbreken van zeggenschap van de directeur/grootaandeelhouder over het uitkeringsbeleid van de trust was immers (zoals blijkt uit de opdrachtbevestiging voor het opzetten van de truststructuur) louter gebaseerd op mededelingen aan de fiscalisten van die directeur/grootaandeelhouder zelf. Vanwege de tekortschietende controles van de post royalty’s berusten de goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen op een ondeugdelijke grondslag. Betrokkenen hadden tegen deze achtergrond het aangaan van de licentieovereenkomst en het opzetten van de truststructuur moeten aanmerken als een ongebruikelijke transactie in de zin van de Wwft en die transactie op grond van de wet moeten melden. Klacht dat dit ten onrechte niet is gebeurd is eveneens gegrond. Tuchtrechtelijke procedure op grond van de Wtra valt niet te kwalificeren als een criminal charge in de zin van het EVRM en daarom is er geen sprake van ne bis in idem wat betreft de klacht dat betrokkene (2) omschrijvingen in facturen heeft aangepast. Ook die klacht is gegrond omdat dit handelen strijd oplevert met het fundamentele beginsel van integriteit. Bij het opleggen van een maatregel is ten voordele van betrokkenen meegewogen dat zij lange tijd in onzekerheid hebben verkeerd over de uitkomst van de tuchtprocedure.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:67 Accountantskamer Zwolle 18/292 Wtra AK
- Datum publicatie: 17-09-2018
- Datum uitspraak: 17-09-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:67
Uitgevoerde onderzoeksopdracht waarbij betrokkene zowel conceptversies als een eindversie in het rechtsverkeer brengt. Betrokkene had in de conceptrapportages een verspreidingsverbod moeten opnemen. Het is van diverse in de conceptrapportages voorkomende meningen en conclusies onduidelijk van wie die zijn; dat is onzorgvuldig. Voorts ontbeert het definitieve rapport ter zake meerdere door betrokkene getrokken conclusies een deugdelijke grondslag. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB
- Datum publicatie: 14-09-2018
- Datum uitspraak: 10-08-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:131
Herstelbeslissing. Verzet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard omdat is uitgegaan van verkeerde datum verzending beslissing. Alsnog ontvankelijk, verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2018:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-65
- Datum publicatie: 14-09-2018
- Datum uitspraak: 25-07-2018
- ECLI:NL:TNORDHA:2018:13
Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) moet een notaris cliëntenonderzoek doen en moet hij, in een voorkomend geval, een (voorgenomen) ongebruikelijke transactie melden bij FIU-Nederland. De notaris dient deze gegevens daarnaast op toegankelijke wijze vast te leggen. Op grond van de Wna heeft de notaris onder meer een zorg- en onderzoeksplicht, ministerieplicht en weigeringsplicht en is hij gehouden partijen voldoende te informeren op grond van zijn Belehrungspflicht.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2018:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-23
- Datum publicatie: 14-09-2018
- Datum uitspraak: 25-07-2018
- ECLI:NL:TNORDHA:2018:14
Ingevolge artikel 110, eerste lid en volgende van de Wet op het notarisambt (Wna) heeft klaagster op 10 november 2016 een bijzonder onderzoek verricht naar de naleving van de toepasselijke wet- en regelgeving door de notaris. Het onderzoek zag op de door de notaris verrichte werkzaamheden bij zes aandelenoverdrachten uit 2014, waarbij dezelfde persoon [A] (hierna te noemen: [A]) betrokken was. Op 21 november 2017 was de definitieve rapportage gereed. Het onderzoek betrof de onderzoeks- en rechercheplicht, de informatieplicht, de wilscontrole, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, de ministerieplicht en de plicht tot dienstweigering alsmede naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft).
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:181 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180065
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 07-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:181
Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:17 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/55
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 26-04-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:17
Dierenarts zou euthanasie van een schaap onjuist althans onzorgvuldig hebben uitgevoerd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:11 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/31
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:11
Dierenarts wordt verweten dat hij ten aanzien van een pony een rectaal (drachtigheids)onderzoek onzorgvuldig heeft uitgevoerd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:182 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180223
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 07-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:182
Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:18 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/7
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 13-04-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:18
Dierenarts wordt verweten een rectaal vruchtbaarheidsonderzoek bij een paard onzorgvuldig te hebben uitgevoerd, als gevolg waarvan rectumletsel is ontstaan en het paard is moeten worden geëuthanaseerd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2018:12 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/16
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TDIVTC:2018:12
Dierenarts w ordt verweten met betrekking tot een paard te weinig onderzoek te hebben verricht, een verkeerde diagnose te hebben gesteld c.q. dat hij eerder een diagnose had moeten stellen en, ondanks herhaaldelijk verzoek, geen peesscan heeft gemaakt. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:183 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180219
- Datum publicatie: 13-09-2018
- Datum uitspraak: 07-09-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:183
Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 413
- Pagina: 414
- Pagina: 415
- ...
- Pagina: 964
- Volgende pagina zoekresultaten