ECLI:NL:TGZREIN:2018:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1803

ECLI: ECLI:NL:TGZREIN:2018:60
Datum uitspraak: 20-06-2018
Datum publicatie: 20-06-2018
Zaaknummer(s): 1803
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie:   Chirurg wordt verweten dat hij bij het plaatsen van een nieuwe shunt in de bovenarm een zenuw heeft geraakt in de linkerarm/-hand van klager.  Niet gebleken dat de uitgevoerde operatie onzorgvuldig is uitgevoerd , wel dat er zich een tengevolge van de operatie een complicatie heeft voorgedaan . Niet geoordeeld kan echter worden dat de chirurg tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Ongegrond.  

Uitspraak: 20 juni 2018

 

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

TE EINDHOVEN

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 8 januari 2018  binnengekomen klacht van:

[A]

wonende te [B]

klager

tegen:

[C]

chirurg

werkzaam te [B]

verweerder

gemachtigde mr. C.W.M. Verberne te Eindhoven (voorheen mr. S. Dik te Amsterdam)

1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

-          het klaagschrift en een aanvulling daarop;

-          het verweerschrift;

-          de brieven van 7 en 23 februari 2018 van de secretaris aan klager;

-          het proces-verbaal van het op 19 april 2018 gehouden mondelinge vooronderzoek;

-          de pleitnota, ter zitting voorgedragen en overgelegd door de gemachtigde van verweerder.

Op 5 maart 2018 heeft de secretaris de zaak naar een openbare zitting van het college verwezen.

Verweerder heeft gebruik gemaakt van het aangeboden mondelinge vooronderzoek en is daar tezamen met zijn gemachtigde verschenen. Klager is zonder bericht niet verschenen.

De klacht is ter openbare zitting van 16 mei 2018 behandeld. Klager was, alhoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht niet aanwezig. Verweerder was wel aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde.

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende.

Klager is van 14 december tot 15 december 2017 opgenomen geweest in verband met een disfunctionerende dialyse shunt in de linkerarm. Verweerder heeft klager op 14 december 2017 geopereerd waarbij een nieuwe shunt ter plaatse van de linkerbovenarm is aangelegd.

In de decursus werd op 14 december 2017 het navolgende genoteerd (citaat inclusief taal- en spelfouten):

“18.15:53

Operatie: revisie shunt-, linker arm;

(…)

21:20:04

Patient beoordeeld ivm iets frissere linker hand.

(…)

Insp: linker hand iets frisser dan rechts. sensibiliteit atypisch over dig II en III iets verminderd. a. radialis palpabel, krachtig.

C/ dd iets meer steal na nieuwe PTFE loop, geen bedreigde hand

B/ geruststelling, morgen herbeoordelen.”

Op 15 december 2017 werd in de decursus genoteerd:

“09:31:55

(…)

A/ shunt goed voelbaar, hand nu warm, is reeds naar dialyse dus later op de dag nog klinisch beoordelen.

(…)

13:36:36

(…)

Retour op de afdeling na dialyse

A/ Weinig pijnklachten, tintelingen en doof gevoel in linker hand.

O/ Hand li kouder tov rechts ook wat bleek, sens nog aanwezig maar wel verminderd tov rechts. Actieve flectie van dig 1 en 2 alleen in MCP, niet in PIP en DIP. Dig 3, 4, 5 motorisch niet afwijkend. Doppler radialis en ulnaris palpabel.

(…)

15:45:12

Consult neurologie voor chirurgie

Overdracht collega [naam chirurg] chirurgie: vandaag OK gehad, postoperatief hypoesthesie hand en zwakke handspieren. Duplex a. radialis/a. ulnaris intact.

(…)

Conclusie

Beeld passende bij hoge n. medianuslaesie postoperatief (DD rond arteria brachialis) na aanleg nieuwe bovenarmshunt bij dialyse patiënt, DD anoxotmesis dan wel neurotmesis t.g.v. lokaal hematoom, DD arterioveneuze fistel (zie literatuur) dan wel toch laedering t.g.v. ingreep.

(…)

Beleid iom [naam neuroloog]

- Advies beeldvorming (echo) lokaal om te zien of er compressie speelt vanuit hematoom of aneurysma vorming, indien compressie/hematoom deze opheffen, indien op echo/beeldvorming neurotmesis n. medianus advies betrekken neurochirugie ter beoordeling van indicatie evt herstel OK

- EMG pas na 2-3 weken vaak betrouwbaar te interpreteren en derhalve nu niet geïndiceerd in acute fase.

18:05:50

(…)

Casus nog overlegd met collega neurochirurgie [naam neurochirug]; gezien waarschijnlijk partieel letsel n. medianus bij enige behouden oppositie/niet volledige sensibele uitval van hog emedianuslaesie

waarschijnlijk geen axonotmesis maar compressie door hematoom/fistel.

Derhalve nu geen indicatie voor NCH ingrijpen. Wel bij forse zwelling lokaal ontlasten indien noodzakelijk.

Bij aanhoudende klachten EMG na 2-3 weken en afhankelijk van uitslag opnieuw overleg.

18:11:19

Pt. beoordeeld door [naam verweerder en collega]

Voor nu expectatief, hoogst waarschijnlijk compressie medianus door zwelling/hematoom. Verwachting dat dit in de loop van de tijd zal verbeteren.

Mag met ontslag.”

Op 18 december 2017 werd in de decursus genoteerd:

“(…)

A/ kan hand nog niet gebruiken.

O/ hand warm. Wonden ogen rustig

B/ - dialyse 4,5u gezien single needle

    - conform advies neuro EMG overwegen over 2 wk, indien aanhoudend hand niet kan gebruiken.”

Verweerder heeft na 18 december 2017 niets meer van klager vernomen en evenmin van de nefroloog. In de decursus is op 8, 15 en 22 januari 2018 genoteerd dat klager last heeft van een gevoelsstoornis in de shuntarm en pijn aan de shunthand.

3. Het standpunt van klager en de klacht

Klager verwijt verweerder dat hij bij het plaatsen van een nieuwe shunt in de bovenarm een zenuw heeft geraakt in de linkerarm/-hand van klager. Klager kan daardoor nog altijd zijn duim en vingers niet bewegen en heeft geen gevoel in zijn hand.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder merkt allereerst op het erg vervelend te vinden voor klager dat hij na de ingreep klachten heeft overgehouden aan zijn linkerarm- en hand. Echter, bij een dialyse is het zo dat de shunt door het frequent aanprikken na verloop van tijd dusdanige schade oploopt dat vervolgbehandelingen noodzakelijk zijn. Na meerdere operaties wordt het technisch steeds lastiger om de shunt weer goed functionerend te krijgen waardoor de kans op complicaties toeneemt. Verweerder is niet op de hoogte van de huidige status van klager. Klager heeft zijn persisterende klachten niet aan verweerder kenbaar gemaakt. En ook de behandelend nefroloog heeft verweerder niet benaderd. Het lijkt erop dat klager mogelijk zenuwletsel heeft opgelopen maar dit is nog niet geobjectiveerd, hetgeen wel zou moeten gebeuren om meer duidelijkheid te krijgen en een behandeling in te kunnen zetten. Mocht er daadwerkelijk sprake zijn van zenuwletsel dan merkt verweerder op dat dit helaas een complicatie kan zijn bij dit type ingreep. Dit is ook als zodanig met klager besproken.

Ter zitting heeft verweerder in aanvulling op het vorenstaande nog opgemerkt dat, omdat hij  na 18 december 2017 niets meer van klager vernomen heeft, het voor hem moeilijk is om verweer te voeren en te begrijpen wat er is gebeurd. Niet staat vast of er iets aan de hand is met de arm/hand van klager en zo ja, wat.

5. De overwegingen van het college

Bij de tuchtrechtelijke beoordeling van beroepsmatig handelen gaat het niet om de vraag of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de aangeklaagde beroepsbeoefenaar binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in zijn beroepsgroep ter zake als norm was aanvaard. 

Vast staat dat klager op 14 december 2017 door verweerder is geopereerd. Klager stelt zich  op het standpunt dat er ten gevolge van de operatie zenuwletsel is ontstaan doordat verweerder bij die operatie een zenuw geraakt heeft. Verweerder heeft daartegenover gesteld dat de operatie zorgvuldig en zonder complicaties is uitgevoerd. Dat er sprake is van een beschadiging van de zenuw, ontstaan tijdens die operatie, is bovendien niet komen vast te staan, aldus verweerder. Verweerder wijst er in dit kader op dat hij van klager na

18 december 2017 niets meer heeft vernomen. Evenmin zijn er, ook niet nadat de secretaris van het college daar uitdrukkelijk om had verzocht, door klager objectiveerbare bescheiden in het geding gebracht waaruit een zenuwbeschadiging aan de linkerarm- of hand valt af te leiden. Het college is van oordeel dat uit de overgelegde (medische) stukken en de door verweerder gegeven mondelinge toelichting ter zitting geenszins blijkt dat de door verweerder uitgevoerde operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Wel kan op basis van de voornoemde feiten worden vastgesteld, en in zoverre dus anders dan verweerder meent, dat er zich tengevolge van de operatie een complicatie heeft voorgedaan, waarvan klager in ieder geval tijdelijk, te weten tot en met 22 januari 2018, last heeft ondervonden. Dit enkele gegeven maakt echter niet dat het college tot het oordeel kan komen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Immers is het optreden van een zenuwbeschadiging bij een ingreep als de onderhavige en zeker in een gebied waar al vaker in geopereerd is een gekende complicatie en niet zonder meer het gevolg van onzorgvuldig handelen. Hierbij wijst het college erop dat bij een ingreep als de onderhavige de zenuwen moeten worden aangeraakt en gespreid om bij het te behandelen gebied te komen.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond is.

6. De beslissing

Het college:

-          wijst de klacht af.

Aldus beslist door mr. I. Boekhorst als voorzitter, mr. C.D.M. Lamers als lid-jurist,

dr. A.W.M. van Milligen de Wit, M.H.M. Bender en M.Ch. Doorakkers als

leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. I.H.M. van Rijn als secretaris en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2018 in aanwezigheid van de secretaris.