Zoekresultaten 1961-1980 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7622
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:142
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde gedeeltelijk gegrond. Geen maatregel. De specialist ouderengeneeskunde heeft een melding van het vermoeden van ouderenmishandeling bij Veilig Thuis gedaan. Klager, zoon van patiënte en mantelzorger, verwijt de specialist ouderengeneeskunde onder meer dat zij heeft nagelaten zorgvuldig onderzoek te doen. Het college: Het had op de weg van de specialist ouderengeneeskunde gelegen om zelf (een poging te doen om) met klager/patiënte in gesprek te gaan om klager en patiënte in een voor hen vertrouwde setting te zien en spreken. Het gesprek met klager/patiënte dient onder meer om vanuit haar specifieke deskundigheid en onafhankelijke positie zorgen te uiten, de opvatting van klager als mantelzorger te vernemen, informatie in te winnen en de wensen en mogelijkheden te bespreken om tot een oplossing te komen. De hieruit verkregen informatie dient tezamen met andere informatie ter afweging of er een melding dient te worden gedaan.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7737
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:143
Klacht tegen oogarts ongegrond. Klager is gezien door de oogarts als onderdeel van de keuring voor de verlenging van zijn rijbewijs. Hij verwijt de oogarts onder meer dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, zich ten onrechte heeft uitgegeven als behandelend arts en een behandelaanbod heeft gedaan als keuringsarts. Het college: Bij de oogarts is de verdenking van glaucoom gerezen. Dit dient te worden gedeeld met de patiënt en het CBR. De vermelding in de rapportage van behandelend specialist maakt niet dat de oogarts zich als behandelaar heeft uitgegeven. Niet is gebleken dat de oogarts een concreet aanbod tot behandeling van glaucoom heeft gedaan. Het voorstel van de oogarts betrof een nader onderzoek in het kader van de keuring. Het doen van dit voorstel valt hem niet te verwijten.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:220 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2557
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:220
Ongegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De dochter van klaagster is door suïcide overleden. De dochter van klaagster heeft enkele maanden in een begeleid woonvoorziening gewoond. De orthopedagoog-generalist is daar werkzaam en was betrokken was bij de woonbegeleiding van de dochter. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist dat zij geen goede en adequate zorg heeft geleverd, onzorgvuldig heeft gehandeld en dat zij onvolledig was in haar communicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7296
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:144
Ongegronde klacht verpleegkundige, praktijkondersteuner. Klaagster, haar ex-partner en hun minderjarige dochter waren patiënt bij de huisartsenpraktijk. Klaagster verwijt verweerster dat zij een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan zonder zich aan de KNMG-Meldcode te houden door niet eerst een gesprek met klaagster en haar dochter te voeren. College: Verweerster hoefde niet aan waarheidsvinding te doen. Toen de gespecialiseerde hulpverlening stagneerde, hoefde verweerster niet opnieuw alle stappen van de meldcode te doorlopen. Na de stagnatie en nadat klaagster de afspraak met de dochter had afgezegd, was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar te melden zonder eerst klaagster en de dochter te spreken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:276 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-449/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:276
de klacht van klaagster dat verweerster haar belangen bij het gezamenlijke verzoek tot echtscheiding niet goed heeft behartigd, is te laat ingediend op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet. Het beroep van klaagster op een verschoonbare termijnoverschrijding slaagt niet. De raad kan niet vaststellen dat klaagster in de betreffende periode feitelijk niet in staat was om een klacht over verweerster in te dienen of te laten indienen. De klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:300 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8215
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:300
Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is praktijkhoudster van een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de hoofdbehandelaar werkzaam in de praktijk is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8216). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:277 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-331/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:277
Raadsbeslissing. De raad heeft een klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:301 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8216
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:301
Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is werkzaam bij een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de praktijkhoudster is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8215). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:302 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8068
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:302
Deels gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Het college stelt dat niet kan worden gezegd dat klager de klacht alleen aanhangig heeft gemaakt om in contact te komen met de psychotherapeut en concludeert dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Het klachtonderdeel a) dat ziet op de gestelde diagnose is gegrond. Voor de classificatie ‘persoonlijkheidsstoornis’ heeft de psychotherapeut onvoldoende onderzoek verricht. Ook klachtonderdeel b) is gegrond. Weliswaar heeft de psychotherapeut intercollegiaal overleg gevoerd, maar dit vormt naar het oordeel van het college onvoldoende basis voor de gekozen uitbreiding van de ingestoken curatieve therapie, juist op een moment dat klager had aangegeven te willen stoppen. Klachtonderdeel c) is ook gegrond. Gelet op de achtergrond van klager en diens hulpvraag, acht het college de gekozen therapievorm en setting, waarbij onder meer rolvervaging optrad, niet verantwoord noch acceptabel. Blijkens het behandeldossier heeft de psychotherapeut te weinig gedaan om haar rol in het kader van de imaginaire rescripting binnen de therapie te begrenzen. Verder is voor het college genoegzaam vast komen te staan dat de psychotherapeut klager heeft overvallen door, in weerwil van eerder gemaakte afspraken, de behandeling feitelijk eenzijdig te beëindigen, ondanks de wetenschap dat klager een terugval had en er op dat moment bij hem nog behoefte bestond aan het voortzetten van de behandeling. Daarmee zijn klachtonderdelen d), e) en f) gegrond. Tot slot komt het college tot de conclusie dat de psychotherapeut bij het doen van aangifte tegen klager informatie heeft verstrekt die onder haar geheimhoudingsplicht viel, maar dat daarvoor een rechtvaardiging bestond. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond dan wel behoeven geen nadere bespreking meer omdat ze minder relevant zijn voor de aard en omvang van de klacht, dan wel, reeds bij de andere klachtonderdelen in voldoende mate zijn behandeld. Volgt een waarschuwing, mede gezien de ernstige gevolgen die de psychotherapeut heeft ondervonden aan het geschil met klager.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:273 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-060/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:273
verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-12
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:25
Klager verwijt de notaris - kort gezegd - dat hij weigerde om de veilingopbrengst te verdelen terwijl niets hieraan in de weg stond en dat hij onvoldoende deugdelijk daarover heeft gecommuniceerd. De kamer oordeelt als volgt. Het wettelijk kader duidelijk is. Er waren twee mogelijkheden om de veilingopbrengst te verdelen. De ene mogelijkheid was dat, als alle schuldeisers het met elkaar eens waren, de verdeling werd vastgelegd in een verdelingsovereenkomst. De andere mogelijkheid was de gerechtelijke rangregeling. Omdat was gebleken dat niet alle schuldeisers overeenstemming hadden bereikt over de (wijze van) verdeling, was het sluiten van een verdelingsovereenkomst niet mogelijk en kon er dus ook geen uitkering plaatsvinden op grond van een verdelingsovereenkomst. Een gerechtelijke rangregeling bleef over als de enige optie. De notaris kon volstaan met het informeren van klager hierover en hoefde, anders dan klager stelt, geen gerechtelijke rangregeling te initiëren. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:274 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-743/AL/OV
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:274
Klagers, opa en vader van de kinderen, beklagen zich over de advocaat van de ex-vrouw van de vader over de omgangsregeling met de (klein)kinderen. Opa is deels kennelijk niet-ontvankelijk. Verweerster mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie zonder nader onderzoek. Verweerster heeft in dat kader onweersproken gesteld dat zij beschikt over bewijs ter onderbouwing van haar standpunten. Alhoewel de voorzitter begrijpt dat sommige opmerkingen in de e-mail van verweerster van 29 november 2024 door klagers als pijnlijk of onjuist zijn ervaren, is dat alleen onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-34 en 25-35
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:26
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat de notarieel medewerker onbevoegde personen heeft benaderd in verband met de levering van een appartement. Dit, terwijl uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat klager de enige bestuurder van de VvE was. De notarieel medewerker had contact met klager moeten opnemen. De kamer is alles overziend van oordeel dat het notariskantoor, zoals door de notaris ook is erkend, in deze anders had dienen te handelen. De vraag is echter of dit zo verwijtbaar is dat het klachtwaardig is. De kamer is van oordeel dat deze drempel niet is gehaald. De fout is gering en niet is gebleken dat klager of de VvE hiervan op enigerlei wijze schade heeft ondervonden. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen de schuldbewuste houding van de notaris en de direct genomen, en reeds in de praktijk gebrachte, maatregelen om vergelijkbare fouten in de toekomst te voorkomen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:275 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-321/AL/OV
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:275
Klacht gaat over de advocaat van de wederpartij van klager in een geschil over de omgangsregeling. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger in twee opvolgende e-mails aan klager het standpunt van zijn cliënte over de omgangsregeling en de mogelijke eenzijdige stopzetting daarvan uiteengezet en klager gewezen op de mogelijkheid om naar de rechter te stappen. Dat klager deze e-mails van verweerder als dreigend en provocerend en escalerend heeft ervaren, begrijpt de raad, maar dat alleen is onvoldoende om verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken, temeer daar de verhuizing van klager naar Spanje de onderliggende oorzaak van het nieuwe geschil over de omgang was. Het was beter geweest als verweerder zijn tweede e-mail niet op zondag aan klager had gestuurd maar een dag later, maar dat is niet dusdanig ernstig dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443594 KL RK 24-161
- Datum publicatie: 15-12-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:36
Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van klager ten tijde van het passeren van de koopovereenkomst en dat sprake is van een verdachte of ongebruikelijke transactie waarvan de notaris melding had moeten maken bij de bevoegde autoriteiten. De kamer is van oordeel dat de notaris geen aanleiding had om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. Tijdens het bezoek aan de notaris van klager is niet gebleken van een beperkt verstandelijk vermogen waardoor klager zijn wil onvoldoende kon bepalen. Verder is de kamer van oordeel dat de gevoerde communicatie (onder andere via de e-mail) met klager voor de notaris geen aanleiding had hoeven zijn om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. De kamer is ook van oordeel dat de notaris een onderbouwde verklaring voor de lagere koopsom heeft gegeven en gezien zijn beperkte opdracht heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet onzorgvuldig gehandeld. Nog los van het feit dat dit een eigenstandige beoordeling en plicht van de notaris is, die klager in beginsel niet regardeert, bestond er gezien het voorgaande, waarbij verder niets aanvullends is gesteld of gebleken, ook geen verplichting om melding te maken van een verdachte of ongebruikelijke transactie in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/448817 / KL RK 25-40
- Datum publicatie: 15-12-2025
- Datum uitspraak: 04-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:37
De notariële kernwaarde als zorgvuldigheid en in het verlengde daarvan de voorlichtingsplicht, zijn door de notaris geschonden. De notaris heeft een voorlichtingsplicht en de verplichting om te verifiëren of dat wat in de akte staat, overeenstemt met de wil van de partijen en dat zij daarvan de gevolgen overzien. In dit geval heeft de notaris zich laten leiden door de haast van partijen, in plaats van zich te vergewissen van de daadwerkelijke wil van partijen en ze te behoeden voor het nemen van overhaaste beslissingen. De notaris heeft na de eerste bespreking een conceptakte voor de volgende bespreking opgesteld zonder dat hij daartoe met partijen de afspraak had gemaakt. Hij heeft deze conceptakte niet aan partijen voorafgaand aan de bespreking toegestuurd of op andere wijze een schriftelijke toelichting gegeven. Voorts heeft de notaris geen deugdelijke verslaglegging van besprekingen bijgehouden. Klager verwijt de notaris dan ook dat hij zijn informatieplicht heeft geschonden en geen deugdelijke verslaglegging van de besprekingen heeft bijgehouden. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451325 / KL RK 25-72
- Datum publicatie: 15-12-2025
- Datum uitspraak: 04-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:38
Klager stelt dat in de nalatenschap van zijn overleden moeder onjuiste berekeningen door de oud-notaris zijn gehanteerd, hetgeen heeft geleid tot een onjuiste fiscale aangifte. Klager verzoekt de kamer dat het blooteigendom door het notariskantoor opnieuw gewaardeerd zal worden. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat gedragingen van de oud-notaris niet de notaris persoonlijk toegerekend kunnen worden. De kamer verenigt zich met het oordeel van de voorzitter. In deze verzetprocedure zijn verder geen feiten of omstandigheden door klager naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 240280 en 240281
- Datum publicatie: 12-12-2025
- Datum uitspraak: 12-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:259
Verschoningsrecht. Kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en betamelijkheid. Bestuursorgaan als cliënt en Wet open overheid.De oorsprong van de klachten ligt in het strafrechtelijk onderzoek Castor waarin het Openbaar Ministerie via een (heimelijke) strafrechtelijke vordering de beschikking kreeg over e-mailberichten waarvan later is komen vast te staan dat deze onder het verschoningsrecht vielen van de advocaat die de verdachten bijstond. Het hof is van oordeel dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden doordat verweerder zomaar op de juridische opvatting van zijn cliënt heeft gevaren dat de e-mails niet onder het verschoningsrecht zouden vallen. Door kennis te nemen van de e-mails en deze voor het advies te gebruiken heeft verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid om het verschoningsrecht van een andere advocaat te respecteren niet genomen en daarmee ook de kernwaarden integriteit en betamelijkheid geschonden. Het hof rekent het handelen van verweerder hem, gelet op het fundamentele en essentiële karakter van het verschoningsrecht in de rechtsstaat, zwaar aan. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Rekening houdend met het betoonde inzicht van verweerder en gelet op alle omstandigheden van dit geval heeft het hof aan verweerder de maatregel van een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2025:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/09
- Datum publicatie: 12-12-2025
- Datum uitspraak: 12-12-2025
- ECLI:NL:TDIVBC:2025:11
Beroep van een diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De klacht heeft betrekking op de kat van appellante, die door de dierenarts is geëuthanaseerd. In eerste aanleg heeft appellante de dierenarts onder meer verweten de euthanasie zonder haar toestemming en op onjuiste wijze te hebben uitgevoerd. De klacht is door het Veterinair Tuchtcollege deels gegrond verklaard en daarvoor is aan de dierenarts een waarschuwing opgelegd. De klacht is ongegrond verklaard wat betreft het zonder toestemming uitvoeren van de euthanasie. Tegen dit gedeelte van de uitspraak richt het beroep van appellante zich.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:223 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A
- Datum publicatie: 12-12-2025
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:223
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat zij alle producties (waaronder ook de herschreven tijdlijn) eerst nog ter goedkeuring aan haar cliënt M heeft overgelegd. Hierop heeft zij schriftelijk akkoord van cliënt M ontvangen. Vervolgens zijn de producties door verweerster bij het Hof ingediend. Dat verweerster ervan op de hoogte was, of kon zijn, dat klaagster de auteur was van deze tijdlijn, wordt door verweerster gemotiveerd betwist en dit is de voorzitter ook overigens niet gebleken. De naam van klaagster wordt niet als auteur van de tijdlijn vermeld en er bestond voor verweerster ook verder geen aanleiding om dit te kunnen vermoeden. Nu niet klaagster, maar M de cliënt van verweerster was en M ook zijn goedkeuring heeft gegeven voor indiening van de aangepaste tijdlijn, kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Verweerster heeft er verder nog op gewezen dat zij er pas tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof kennis van kreeg dat klaagster het niet eens was met de wijzigingen in haar verklaring omdat het Hof haar liet weten dat klaagster zich daarover rechtstreeks per brief tot het Hof had gewend. Onder die omstandigheden kan het verweerster ook niet (tuchtrechtelijk) verweten worden dat zij geen nadere pogingen heeft gedaan om, toen haar duidelijk werd dat klaagster zich niet in de wijzigingen kon vonden, een oplossing daarvoor te vinden. De klacht is kennelijk ongegrond.