ECLI:NL:TGZRSHE:2025:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7622
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2025:142 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-12-2025 |
| Datum publicatie: | 17-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | H2024/7622 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Gegrond, geen maatregel |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde gedeeltelijk gegrond. Geen maatregel. De specialist ouderengeneeskunde heeft een melding van het vermoeden van ouderenmishandeling bij Veilig Thuis gedaan. Klager, zoon van patiënte en mantelzorger, verwijt de specialist ouderengeneeskunde onder meer dat zij heeft nagelaten zorgvuldig onderzoek te doen. Het college: Het had op de weg van de specialist ouderengeneeskunde gelegen om zelf (een poging te doen om) met klager/patiënte in gesprek te gaan om klager en patiënte in een voor hen vertrouwde setting te zien en spreken. Het gesprek met klager/patiënte dient onder meer om vanuit haar specifieke deskundigheid en onafhankelijke positie zorgen te uiten, de opvatting van klager als mantelzorger te vernemen, informatie in te winnen en de wensen en mogelijkheden te bespreken om tot een oplossing te komen. De hieruit verkregen informatie dient tezamen met andere informatie ter afweging of er een melding dient te worden gedaan. |
Beslissing van 17 december 2025 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
specialist ouderengeneeskunde,
werkzaam in [B],
verweerster, hierna: de specialist ouderengeneeskunde, gemachtigde: mr. E.J.C. de
Jong, werkzaam in
Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De specialist ouderengeneeskunde heeft een melding van het vermoeden van ouderenmishandeling
bij Veilig Thuis gedaan betreffende een patiënte van de huisartsenpraktijk (hierna:
patiënte)
waaraan zij als zelfstandige verbonden is. Patiënte woont bij haar zoon, klager
in deze procedure.
Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij heeft nagelaten zorgvuldig
onderzoek te
doen en zware conclusies heeft getrokken zonder de in het zorgplan betrokken zorgfunctionarissen
te
raadplegen. Ook verwijt hij de specialist ouderengeneeskunde dat zij valse verklaringen
heeft
afgelegd bij Veilig Thuis en via valse beschuldigingen indirect heeft meegewerkt
om een
rechterlijke maatregel ten aanzien van patiënte te bewerkstelligen.
1.2 De specialist ouderengeneeskunde is van oordeel dat zij niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar
heeft gehandeld. Zij betwist dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en valse
verklaringen heeft
afgelegd bij Veilig Thuis.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. Hierna
licht
het college dat toe.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 september 2024;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 11 november 2024;
- de repliek, ontvangen op 3 december 2024;
- de e-mail van 23 december 2024 waarin staat vermeld dat er geen behoefte is om
een dupliek in te
dienen, ontvangen van de gemachtigde van de specialist ouderengeneeskunde;
- de stukken uit het medisch dossier van patiënte, ontvangen van de gemachtigde
van de specialist
ouderengeneeskunde op 23 oktober 2025.
2.2 Het college heeft de beschikking gekregen over stukken uit het medisch dossier
van patiënte.
Voordat deze stukken op 23 oktober 2025 door de gemachtigde van de specialist ouderengeneeskunde
aan het tuchtcollege zijn toegestuurd, heeft de gemachtigde een beroep gedaan op
artikel 67 lid 3
van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De voorzitter
heeft bepaald
dat klager de betreffende stukken niet persoonlijk mag inzien vanwege het belang
van de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer van derden. In verband daarmee zal in deze beslissing
geen
informatie worden vermeld uit deze stukken, waarover klager dus niet de beschikking
heeft gekregen.
2.3 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
tuchtcollege met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen
gebruik gemaakt.
2.4 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 31 oktober 2025. De partijen
zijn verschenen.
De specialist ouderengeneeskunde werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen
en de
gemachtigde van de specialist ouderengeneeskunde hebben hun standpunten mondeling
toegelicht.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 De specialist ouderengeneeskunde is als zelfstandige verbonden aan een huisartsenpraktijk.
In
maart 2024 is zij als consulent door de, inmiddels voormalig, huisarts van patiënte
(hierna: de
huisarts) betrokken geraakt bij patiënte, die in 2019 gediagnosticeerd is met seniele
dementie.
3.2 De huisarts had zorgen over de (situatie van) patiënte. De specialist ouderengeneeskunde
heeft de huisarts geadviseerd om een multidisciplinair overleg (hierna: MDO) te
houden in
aanwezigheid van patiënte, klager en de, inmiddels voormalig, mentor van patiënte
(hierna: de
mentor).
3.3 Voorafgaand aan het MDO zijn de huisarts en de mentor bij patiënte op huisbezoek
geweest. De
specialist ouderengeneeskunde is niet op huisbezoek bij patiënte geweest.
3.4 Op 22 maart 2024 heeft het door de specialist ouderengeneeskunde geadviseerde
MDO
plaatsgevonden. Hierbij waren klager, patiënte, de specialist ouderengeneeskunde,
de huisarts, de
mentor en een praktijkondersteuner aanwezig.
3.5 Op 8 april 2024 zou een vervolggesprek plaatsvinden. Klager en patiënte zijn
toen niet
verschenen.
3.6 Op 12 april 2024 heeft de specialist ouderengeneeskunde een melding bij Veilig
Thuis gedaan
in verband met een vermoeden van ouderenmishandeling. Ook de huisarts, de mentor,
een organisatie
voor hulp en steun bij dementie en een zus van klager hebben een melding gedaan
bij Veilig Thuis.
Op de vraag welke actuele zorgen de specialist ouderengeneeskunde over de veiligheid
van patiënte
had, heeft zij in de melding geantwoord (alle citaten voor zover van belang en letterlijk
weergegeven):
“Mw woont bij zoon in huis. Mw staat onder bewindvoering en heeft een mentor (al
de tweede) ivm
gevorderde dementie van mw.
Zoon heeft PGB om zorg te leveren aan mw. Maar recent in het multidisciplinair overleg
hebben wij
het volgende moeten concluderen:
zorgen om eten en drinken, afvallen, we krijgen geen zicht op de zorg die hij levert,
geen
dagbesteding meer, reis naar [naam land] niet gemeld.,
zorgplan is qua tijdsindelding niet kloppend. Niemand mag binnen dus we weten niet
wat er gebeurt
met mw. huis is continue onder constructie.
08-04-2024 1. weigert huisbezoeken, 2, in MDO 22-3 met zoon afgesproken om 2 weken
de thuiszorg mee
te laten kijken naar de zorg maar zoon weigert met [naam thuiszorgorganisatie] thuiszorg
op kort
termijn een afspraak te plannen waardoor de thusizorg aangeeft geen zorg te verlenen,
3. komt niet
naar MDO zoals eerder afgesproken,
4. belemmert [voornaam mentor] (mentor) in haar zorg omdat hij [voornaam mentor]
bedreigt. 5.
probeert [een organisatie voor hulp en steun bij dementie] buiten de deur te houden.
6. huis niet
op orde. 7. dhr ontvangt geld voor het leveren van zorg, maar wij twijfelen erg
of die wel geleverd
wordt zoals hij vastgelegd heeft in het zorgplan.
Mw heeft geen bezwaar tegen opname in een verpleeghuis, heeft de juiste indicaties
en het is de ook
de wens van de mentor om mw te laten verhuizen naar het verpleeghuis.
In het verleden heeft de zoon mw bij de voordeur van het verpleeghuis mee naar huis
genomen tegen
de zin van de mentor.
Om dat te voorkomen is een RM-beoordeling aangevraagd.”
Op de vraag wat de grootste zorg of angst is als er niets werd gedaan, heeft de specialist
ouderengeneeskunde geantwoord:
“Mw komt nu evident zorg tekort en gebaat bij 24 uurs structuur en begeleiding.
Dat wordt mw nu
onvoldoende gegeven wat zich onder andere uit in afvallen maar ook ontbreken van
een goede
professionele begeleiding qua dagstructuur en daginvulling.
Mw wil graag opgenomen worden maar de zoon heeft belang bij het thus houden van
mw en dat de zoon
mw weer mee naar huis zal nemen.’’
De specialist ouderengeneeskunde heeft verder in de melding opgenomen:
“De zoon heeft juridisch geen zeggenschap over mw: mw heeft een bewindvoerder en
een mentor.
Desondanks doet hij wat hij zelf wilt: laat de mentor en huisarts niet binnen op
de momenten dat
zij dat willen, houdt zich niet aan de gemaakte afspraken in het MDO en heeft de
mentor verbaal
bedreigd.”
3.7 Op 7 augustus 2024 heeft Veilig Thuis patiënte en klager schriftelijk onder meer
het volgende
medegedeeld:
“Veilig Thuis heeft na de veiligheidsbeoordeling de dienst onderzoek ingezet.
Middels verweerschriften en getuigenverklaringen heeft u gereageerd op de meldingen.
Deze
verweerschriften en getuigenverklaringen zijn opgenomen in het dossier van mevrouw
[achternaam
patiënte].
Veilig Thuis heeft geprobeerd om een afspraak te maken om met u beiden te spreken.
Het was de
bedoeling om de gemelde zorgen te bespreken en verder te onderzoeken.
Helaas is dit niet gelukt en dit betekent dat we geen onderzoek hebben kunnen doen.
De gemelde
zorgen kunnen dan ook niet bevestigd of weerlegd worden.
Veilig Thuis gaat het dossier sluiten.”
4. De klacht en de reactie van de specialist ouderengeneeskunde
4.1 Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde in verband met het doen van
een melding bij
Veilig Thuis:
a) het nalaten van het doen van zorgvuldig onderzoek en het trekken van zware conclusies
zonder de
in het zorgplan betrokken zorgfunctionarissen te raadplegen;
b) het afleggen van valse verklaringen bij Veilig Thuis en het via valse beschuldigingen
indirect
meewerken om een rechterlijke maatregel te bewerkstelligen.
4.2 De specialist ouderengeneeskunde heeft het college verzocht de klacht ongegrond
te verklaren.
Zij is van oordeel dat zij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Is klager ontvankelijk in zijn klacht?
5.1 De klacht gaat over de melding bij Veilig Thuis door de specialist ouderengeneeskunde
vanwege
zorgen over de (thuis)situatie van patiënte bij klager en het buiten de deur houden
van
hulpverleners door klager. Naar het oordeel van het college dient klager daarom
te worden
aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 lid 1 onder
a Wet BIG. Het college zal de klacht daarom inhoudelijk beoordelen.
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.2 De vraag is of de specialist ouderengeneeskunde de zorg heeft verleend die
van haar mocht
worden verwacht. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende
specialist
ouderengeneeskunde. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de specialist
ouderengeneeskunde geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden, waaronder
de
‘KNMG-Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ en, in aanvulling daarop,
de ‘Meldcode bij
ontspoorde mantelzorg’.
Klachtonderdeel a) onzorgvuldig onderzoek en zonder raadpleging van de in het zorgplan
betrokken
zorgfunctionarissen trekken van zware conclusies
5.3 Volgens klager heeft de specialist ouderengeneeskunde voorafgaand aan het
doen van een
melding bij Veilig Thuis geen zorgvuldig onderzoek uitgevoerd. Zij is enkel gevaren
op de mening
van drie personen, met wie klager al enige tijd een conflict had, te weten de huisarts,
de mentor
en een zus van klager. De bewindvoerder, de tandarts, de diëtiste en de fysiotherapeut
heeft zij
niet geraadpleegd.
5.4 De specialist ouderengeneeskunde betwist dat zij onvoldoende onderzoek heeft
gedaan. Volgens
haar waren de voorgeschiedenis, de uitkomsten van het MDO en de daarop volgende
gebeurtenissen meer
dan voldoende om een melding bij Veilig Thuis te kunnen doen. Zij is van mening
dat de melding
passend en proportioneel is geweest.
5.5 Het college overweegt als volgt. Sinds 1 juli 2013 is de Wet verplichte meldcode
huiselijk
geweld en kindermishandeling van kracht: organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren
zijn
verplicht om volgens de meldcode te werken. Onderdeel van de meldcode is een stappenplan
dat
beroepskrachten stap voor stap door het proces leidt vanaf het moment dat zij signaleren
tot het
moment dat zij eventueel een beslissing nemen over het doen van een melding. Voor
de specifieke
situatie van mantelzorg is de meldcode uitgewerkt in de ‘Meldcode bij ontspoorde
mantelzorg’, op
grond waarvan de specialist ouderengeneeskunde, alvorens een beslissing tot melding
te nemen, de
volgende stappen had moeten ondernemen:
1. signaleren en de situatie in kaart brengen;
2. overleggen;
3. gesprek met de mantelzorger en/of zorgvrager;
4. wegen van de ernst van geweld.
Dat, volgens de specialist ouderengeneeskunde, op advies van Veilig Thuis sprake
was van een
zogenoemde netwerkmelding, ontslaat haar niet van de eigen verplichtingen ten aanzien
van de te
volgen procedure. Zij heeft daarin een geheel eigen verantwoordelijkheid.
5.6 De specialist ouderengeneeskunde heeft, na door de huisarts ter consultatie
te zijn
ingeroepen, een MDO geadviseerd, wat vervolgens heeft plaatsgevonden. In dat MDO,
waarbij behalve
de specialist ouderengeneeskunde klager, patiënte, de huisarts, mentor en praktijkondersteuner
aanwezig waren, zijn de zorgen over (de situatie van) patiënte door de verschillende
betrokkenen besproken. Volgens de specialist ouderengeneeskunde bleek onder meer dat patiënte
niet meer naar de dagopvang ging, dat de mentor zich zorgen maakte over de woning
van klager en dat patiënte last had van wegrakingen, maar dat klager dat niet onderzocht
wilde hebben door de huisarts. De huisarts en de mentor spraken uit dat klager de
zorg aan patiënte afhield. Dit
gesprek verliep volgens de specialist ouderengeneeskunde erg chaotisch met sterk
oplopende emoties.
Klager dreigde een aantal malen om weg te gaan uit het gesprek en moest dan overtuigd
worden om te
blijven. Bij de huisarts en de mentor was evident sprake van irritatie betreffende
klager en grote
zorgen om patiënte. Niettemin lukte het, aldus de specialist ouderengeneeskunde,
om met klager af
te spreken dat de thuiszorg en de casemanager dementie tot patiënte zouden worden
toegelaten om te
bezien wat patiënte nodig had. Ook is een vervolgafspraak gemaakt.
5.7 Het college is van oordeel dat in deze specifieke situatie, waarbij de specialist
ouderengeneeskunde ter consultatie is ingeroepen, middels het MDO voldoende invulling
is gegeven
aan de stappen 1 en 2 van de meldcode. Om de situatie in kaart te brengen is het
niet noodzakelijk
alle bij patiënte betrokken zorgverleners te raadplegen. Voor zover de klacht ‘onzorgvuldig
onderzoek’ ziet op het niet door de specialist ouderengeneeskunde raadplegen van
de bewindvoerder,
tandarts, diëtiste en fysiotherapeut, is deze daarom ongegrond.
5.8 Dit is anders als het gaat om stap 3 van de meldcode, het gesprek met betrokkenen.
Na het MDO
en het vervolgens door klager niet nakomen van de vervolgafspraak, is de specialist
ouderengeneeskunde niet in gesprek gegaan met klager en/of patiënte. Zo zij ervan
uitgaat dat aan
stap 3 invulling is gegeven door de aanwezigheid van klager en patiënte bij het
MDO – op de melding
staat bij stap 3 vermeld ‘gevolgd’ – is dit een onjuiste aanname. Het had op haar
weg gelegen zelf
met klager/patiënte in gesprek te gaan, bijvoorbeeld door het afleggen van een huisbezoek,
althans
een poging daartoe te doen, om klager en patiënte in een voor hen vertrouwde setting
te zien en
spreken. Dit temeer gezien haar constatering tijdens het MDO dat, naast sterk oplopende
emoties,
evident sprake was van irritatie bij de huisarts en de mentor tegenover klager.
5.9 Het gesprek met klager/patiënte dient onder meer om vanuit haar specifieke deskundigheid
en
onafhankelijke positie zorgen te uiten, de opvatting van klager als mantelzorger
te vernemen,
informatie in te winnen en de wensen en mogelijkheden te bespreken om tot een oplossing
te komen,
waaronder de vraag in hoeverre klager en patiënte in staat en bereid zijn om de
hulp te aanvaarden
die de specialist ouderengeneeskunde nodig vindt om de risico’s beheersbaar te houden.
De hieruit
verkregen informatie dient tezamen met de informatie uit het MDO ter afweging of
er een melding
dient te worden gedaan. Stap 4, het wegen van de ernst van het geweld, is zonder
de informatie uit
het gesprek niet (of niet goed of niet zorgvuldig) uit te voeren.
5.10 Ter zitting heeft de specialist ouderengeneeskunde aangegeven dat zij wilde
dat thuiszorg als onafhankelijk hulpverlener patiënte thuis zou gaan bezoeken om een
en ander te beoordelen en om die reden niet zelf is gegaan. Het overdragen van deze
taak aan een derde, niet zijnde medisch specialist, voldoet naar het oordeel van het
college in de gegeven situatie niet.
Vanuit haar specifieke deskundigheid en verantwoordelijkheid had mogen worden verwacht
dat de
specialist ouderengeneeskunde zelf een poging had gedaan om betrokkenen in hun vertrouwde
thuissituatie te zien. Dit om haar in staat te stellen op basis van eigen observaties
een medisch
onderbouwd oordeel te vormen. Deze werkwijze sluit aan bij de verplichtingen die
voortvloeien uit
stap 3 van de ‘Meldcode bij ontspoorde mantelzorg’, waarin eigen waarneming een
essentieel
onderdeel vormt. Daarbij komt dat thuiszorg uiteindelijk niet bij klager en patiënte
thuis is
geweest, hetgeen voor haar des te meer aanleiding had moeten zijn om zelf (in ieder
geval een
poging te wagen) klager en patiënte in de thuissituatie te bezoeken of anderszins
met hen in
gesprek te gaan.
5.11 Uit het voorgaande volgt dat de specialist ouderengeneeskunde bij het onderzoek,
leidende tot
de melding bij Veilig Thuis, niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen.
In zoverre is
de klacht gegrond.
5.12 Klachtonderdeel a) is dus gedeeltelijk gegrond.
Klachtonderdeel b) valse verklaringen afleggen bij Veilig Thuis en indirect meewerken
aan het
bewerkstelligen van een rechterlijke maatregel
5.13 Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij i) valse verklaringen
bij Veilig
Thuis heeft afgelegd en ii) via valse beschuldigingen indirect heeft meegewerkt
om een rechterlijke
maatregel te bewerkstelligen.
i) valse verklaringen
5.14 De specialist ouderengeneeskunde weerspreekt dat zij valse verklaringen bij
Veilig Thuis
heeft afgelegd. Volgens haar was de melding gebaseerd op feiten en zorgen die er
waren. Naar het
oordeel van het college valt uit de stukken niet af te leiden dat de specialist
ouderengeneeskunde
zich schuldig heeft gemaakt aan het afleggen van valse verklaringen. Voor een tuchtrechtelijk
verwijt moet worden vastgesteld dat er sprake is van een verwijtbare gedraging.
Dat kan het college
op dit punt niet vaststellen. De specialist ouderengeneeskunde kan op dit punt dan
ook geen verwijt
worden gemaakt.
ii) meewerken aan bewerkstelligen van een rechterlijke maatregel
5.15 De specialist ouderengeneeskunde ontkent dat zij bij het aanvragen van de
rechterlijke
machtiging in 2023 betrokken is geweest. In reactie daarop voert klager aan begrepen
te hebben dat
de mentor en de huisarts in 2024 een rechterlijke machtiging hadden aangevraagd.
Aangezien klager
dit verwijt niet heeft onderbouwd, kan de specialist ouderengeneeskunde ook op dit
punt geen
verwijt worden gemaakt.
5.16 Uit het voorgaande volgt dat klachtonderdeel b) ongegrond is.
Slotsom
5.17 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdeel a) gedeeltelijk gegrond
is en
klachtonderdeel b) ongegrond is.
Maatregel
5.18 Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, moet worden beoordeeld
of aan de
specialist ouderengeneeskunde een maatregel moet worden opgelegd, en zo ja welke.
Het college is
van oordeel dat de specialist ouderengeneeskunde onzorgvuldig heeft gehandeld door
geen, althans
onvoldoende, gevolg te geven aan stap 3 van de meldcode. Daarbij heeft zij haar
verantwoordelijkheid als specialist ouderengeneeskunde in deze specifieke situatie
niet genomen.
Toch zal het college geen maatregel opleggen. De situatie waarin de specialist ouderengeneeskunde
moest opereren was complex. Niet alleen vanwege de reeds bij patiënte betrokken
zorgverleners en de
gebleken weerstand van klager daartegen, maar ook omdat er op aangeven van Veilig
Thuis voor werd
gekozen een netwerkmelding te doen, waardoor eenieders verantwoordelijkheden minder
duidelijk
waren. Daarbij, zo is gebleken, heeft de specialist ouderengeneeskunde wel de intentie
gehad om een
onafhankelijk hulpverlener patiënte en haar (thuis)situatie te laten beoordelen
en heeft zij
daartoe ook de aanzet gegeven, maar deze beoordeling heeft niet plaatsgevonden.
Het opleggen van
een maatregel vindt het college daarom een te zware sanctie.
Publicatie
5.19 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin
gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie
zal
plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare
gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdeel a) gedeeltelijk gegrond;
- bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd;
- verklaart klachtonderdeel b) ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door J. Iding, voorzitter, C.M.H.M van Lent, lid-jurist,
A.J.J.M. Keijzer-van Laarhoven, J.W.M. van Ameijde en M.H. van de Merwe, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door D. van Grootveld, secretaris, en in het openbaar
uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 17 december 2025.