ECLI:NL:TGZRSHE:2025:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7296

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2025:144
Datum uitspraak: 17-12-2025
Datum publicatie: 17-12-2025
Zaaknummer(s): H2024/7296
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht verpleegkundige, praktijkondersteuner. Klaagster, haar ex-partner en hun minderjarige dochter waren patiënt bij de huisartsenpraktijk. Klaagster verwijt verweerster dat zij een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan zonder zich aan de KNMG-Meldcode te houden door niet eerst een gesprek met klaagster en haar dochter te voeren.  College: Verweerster hoefde niet aan waarheidsvinding te doen. Toen de gespecialiseerde hulpverlening stagneerde, hoefde verweerster niet opnieuw alle stappen van de meldcode te doorlopen. Na de stagnatie en nadat klaagster de afspraak met de dochter had afgezegd, was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar te melden zonder eerst klaagster en de dochter te spreken.   

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 17 december 2025 op de klacht van:


[A],
wonende in [B], klaagster, gemachtigde [C],

tegen:

[D],
verpleegkundige, werkzaam in [B], verweerster,
gemachtigde: mr. D. Benamari, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   Klaagster, haar (inmiddels) ex-partner (hierna: de ex-partner of ex) en hun minderjarige 
dochter (hierna: de dochter) waren allen ingeschreven als patiënt bij de huisartsenpraktijk waar 
ook verweerster werkzaam is. Klaagster verwijt verweerster dat zij een melding heeft gedaan bij 
Veilig Thuis zonder zich aan de KNMG-Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: de 
meldcode) te houden, meer in het bijzonder door niet voorafgaand aan de melding een gesprek met 
klaagster en haar dochter te voeren.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond moet worden verklaard. Hierna licht 
het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.

2. De procedure
2.1  Het dossier bevat de volgende stukken:
-    het klaagschrift, ontvangen op 13 juni 2024;
-    de brief van 23 juli 2024 van de secretaris aan klaagster;
-    de aanvulling op het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 augustus 2024;
-    het verweerschrift met de bijlage, ontvangen op 8 oktober 2024;
-     de medische informatie van de dochter, ontvangen op 8 oktober 2024 waarbij een gehonoreerd 
beroep is gedaan op artikel 67, derde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna: Wet BIG) voor wat betreft de medische informatie van de dochter van klaagster;
-    het proces-verbaal van het mondeling vooronderzoek, gehouden op 19 maart 2025;
-    het medisch dossier van klaagster, ontvangen op 26 maart 2025;
-    de stukken van klaagster met de bijlagen, ontvangen op 27 augustus 2025;

-    de USB-stick met de geluidsopname, ontvangen op 27 augustus 2025;
-    de brief van de secretaris van 28 augustus 2025 aan de gemachtigde van klaagster;
-    de transcriptie van de eerder ontvangen geluidsopname, ontvangen op 2 september 2025;
-    de stukken van klaagster, ontvangen op 8 oktober 2025.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 24 oktober 2025. De partijen zijn verschenen. 
Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden hebben hun standpunten 
mondeling toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben een pleitnotitie voorgelezen en aan het 
college en de andere partij overhandigd. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met nummer 
H2024/7297.

2.3   Bij de feiten wordt een aantal consulten geciteerd. Uit het overgelegde medisch dossier is 
niet altijd op te maken wie van de zorgverleners de notitie heeft gemaakt. Waar mogelijk is dit 
door de partijen ter zitting verduidelijkt.

2.4   Het medisch dossier van klaagster, dat is ingebracht door de gemachtigde van klaagster, is 
administratief alleen toegevoegd aan H2024/7297 en niet aan deze zaak. Omdat alle partijen en de 
gemachtigden net als het college kennis hebben genomen van het medisch dossier van klaagster, is 
het medisch dossier van klaagster door het college aan deze zaak in het procesdossier gevoegd. Deze 
stukken zijn ter zitting ook besproken.

3. De feiten
3.1   Klaagster en haar ex-partner waren ten tijde van het handelen waarover klaagster thans 
klaagt, verwikkeld in een echtscheiding. Zij hadden samen het ouderlijk gezag over de dochter. 
Klaagster, de ex-partner en de dochter waren allen patiënt in de huisartsenpraktijk waar ook 
verweerster werkzaam is als praktijkondersteuner.

3.2   Op 1 februari 2023 had klaagster een consult waarover het volgende is genoteerd (alle citaten 
voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“S: Vertelt in een nare scheiding te zitten. (…) Hebben samen een dochter van 12. Heeft er ook veel 
moeite mee maar kan zich wel goed uiten. Wil het liefst bij moeder wonen. Hij wil 50/50. Heeft een 
advocaat en wil de zaak z.s.m. voor laten komen. (…) Heeft hulp van (…) [een gemeentelijke 
hulpverleningsinstantie] gevraagd maar krijgt weinig steun met huisvesting. (…) Zou graag hulp 
willen met haar hoofd boven water houden en hoe mentaal in balans te komen (…).”

3.3  Op 17 februari 2023 was er wederom een consult waarover het volgende werd genoteerd:
“(…) S Ex is weer thuis en gaat slecht. Voelt zich niet veilig. (…) Veel wrijving, ruzie, 
manipulatie constant (…). Ook regelmatig waar dochter bij is die er ook last van heeft. (…) [Een 
gemeentelijke hulpverleningsinstantie] eerder hulp gevraagd voor woonsituatie maar kreeg geen hulp. 
Nu met advocaat bezig om z.s.m. een regeling te treffen. A.s woe. gesprek met elkaar + beide advocaten. (…) Is bang (…) Zou wel willen dat dochter ook kan praten met iemand. Wilde dit i.e.i. niet, zij zegt dat er met haar niets aan de 
hand is, en ziet ook wel in wat vader doet. (…) Nu vakantie, maar er is geen geld, ze heeft geen 
eigen rekening, hij weigert dan boodschappen te doen, dus is er geen of net genoeg eten in huis. 
Ouders springen wel bij. (…) weet dat de situatie niet gezond is (…). Wil liever geen melding 
veilig thuis. (…)”

3.4  Op 24 februari 2023 werd genoteerd:
“NVZB [college: niet verschenen zonder bericht]. Gebeld, VM ingesproken”

3.5   Op 28 februari 2023 sprak verweerster met de huisarts. Het gesprek tussen de huisarts en 
verweerster betrof een niet-pluisgevoel en de mogelijkheid dat de dochter een loyaliteitsconflict 
met klaagster en de ex-partner zou hebben. Dit gaf zorgen over het welzijn van de dochter. De 
huisarts adviseerde verweerster om geanonimiseerd advies in te winnen bij Veilig Thuis.

3.6  Op 1 maart 2023 schreef klaagster aan de praktijk van de huisarts:
“Afgelopen vrijdag heb ik geprobeerd de afspraak af te bellen (…) De reden was dat ik die dag een 
afspraak had met de advocaten over een tijdelijke regeling om rust te brengen voor mij en (…) [de 
dochter]. Uiterlijk 15 maart wensen we graag dat de situatie ten positieve verandert is. Ik wil je 
ook geven aangeven dat een melding bij veilig thuis echt iets is, wat ik niet wil en geen 
toestemming voor geef. (…)”

3.7  In het medisch dossier van klaagster is op dezelfde dag daarna genoteerd:
“S  TC: Mw. 2x gebeld, VM ingesproken. P  Ik bel 2-3 nogmaals. (…)”

3.8  Op 2 maart 2023 is genoteerd in het medisch dossier van klaagster:
“S  TC: Gebeld, geen gehoor. Belt later terug. (…) [Dochter] wil niet met iemand praten. Ze heeft 
goed contact met school en praat met moeder en opa/oma goed, dit is voor nu voldoende. (…) Ex (…) 
is niet akkoord gegaan met voorstel dus nu gaat de zaak naar een voorzieningsrechter en komt er 
binnen 4/6 wkn een uitspraak. (…) Hulp bij (…) [een gemeentelijke hulpverleningsinstantie] voor 
ondersteuning bij scheiding.
O  Veel verdriet en somberheid. (…) E  Relatieproblematiek
P  1. Houdt (…) [dochter] in de gaten, mocht ze (…) wel willen dan kan dat. 2. Ik maak de vw voor 
een psy. 3. Gaat contact opnemen met (…) [gemeentelijke hulpverleningsinstantie] Nieuwe bel 
afspraak 24-3 (…)”

3.9   Op 8 maart 2023 had verweerster contact met Veilig Thuis. Er werd geadviseerd om klaagster en 
de ex-partner uit te nodigen voor een gesprek om de zorgen over de dochter te bespreken. 
Verweerster besprak dit advies met de huisarts.

3.10  Op 8 maart 2023 is in het medisch dossier van klaagster geschreven:
“(…) S Conflicten rondom dochter > advies veilig thuis (meldcode) > gesprek met ouders aangaan
P  Naar: (…) [klaagster] gebeld gg > VM en EC (…)”

3.11  Op 8 maart 2023 e-mailde de huisarts aan klaagster:
“Graag nodig ik jullie als ouders van (…) [de dochter] uit om te praten over haar (psychische) 
gezondheid. Dit naar aanleiding van signalen die we ontvangen waarbij we ons zorgen maken om (…) 
[de dochter]. We hebben advies gekregen van Veilig Thuis, we volgen hierin de meldcode. Nb 
geprobeerd je te bellen, je VM ingesproken. (…)”
Ook is op die dag in het medisch dossier van klaagster genoteerd:
“S  (…) Durft gesprek met partner nu niet aan. O  emotioneel
E  Vechtscheiding
P  uitleg dat we advies van Veilig Thuis volgen dus geen gesprek (24/3 als ultimatum gesteld) is 
melding. Snapt dit.”

3.12  Op 8 maart 2023 is voorts een gesprek met klaagster in het medisch dossier van klaagster 
genoteerd:
“(…) S Helaas kan ik nog steeds niet terecht bij (…) [Jeugdhulp]. In de tussentijd heeft mijn ex 
een tijdelijke zorgindeling waardoor (…) [de dochter] en ik de komende weken tot rust konden komen 
afgewezen. (…) Ik voelde mij zwaar onder druk gezet, bedreigd en gechanteerd. En dit terwijl onze 
dochter (…) niet 50/50 wil. (…) 50/50 niet in het belang van (…) [de dochter]. Omdat ik mij zo 
bedreigd voelde ben ik afgelopen zondag met (…) [de dochter] voorenkele dagen bij mijn ouders gaan 
logeren. (…) Nu heeft hij dit gezien als dat ik (…) [de dochter] bij hem weg houd en onttrek van 
ouderlijke macht. Als reactie daarop is bij jullie praktijk een melding gemaakt bij veilig thuis. 
Ik ben bang voor alles, hem, verliezen van (…) [de dochter], verliezen van baan etc. Ik slaap 
ondanks de slaapmedicatie niet en zit de hele dag te trillen als een ritje. (…)”

3.13  Een gesprek met klaagster en de ex-partner heeft niet plaatsgevonden. De huisarts heeft wel 
een gesprek gehad met klaagster en haar vader. De huisarts heeft klaagster extra gesprekken 
aangeboden.

3.14  Op 21 maart 2023 benaderde klaagster de praktijk telefonisch. Hierover werd het volgende 
genoteerd:
“S: belt: er is een veilig thuis melding gedaan omtrent dochter (…). En zij heeft haar verhaal 
gedaan bij (…) [intialen huisarts] (op 08/03) op verzoek van (…) [intialen huisarts] zelf want dit 
zou het advies vanuit veilig thuis zijn. Nu heeft ze contact gehad met veilig thuis en blijkt dat 
er geen verzoek is geweest vanuit hun om contact te zoeken met haar door HA. Ook is haar verhaal wat ze gedaan heeft nu niet bekend bij veilig thuis, terwijl dit wel erg belangrijk is in de situatie waarin ze zit en binnenkort voor de 
rechter staat. (…) O: TC consult geadvisseerd voor 22/03 met (…) [intialen huisarts]. Deze ingepland. (…)”

3.15  Op 22 maart 2023 benaderde de huisarts klaagster telefonisch. In het medisch dossier van 
klaagster werd genoteerd:
“S  (…) Graag TC contact ivm dochter. (…)
P   27/3 mogelijk al rechtszaak !? aangekondigd dat wij advies van Veilig Thuis volgen zie 
voorgaande: Melding. VM van (…) [medewerker Veilig Thuis] ingesproken, 06 achter gelaten (…) 
[intialen huisarts]”

3.16  Op 23 maart 2023 nam de huisarts contact op met een medewerker van Veilig Thuis. In het 
medisch dossier van klaagster is hierover opgeschreven:
“S: (…) [medewerker Veilig Thuis]: mocht de rechter een uitspraak doen (zoals moeder oppert) waar 
beiden zich in kunnen vinden dan is melden niet nodig. Mocht de systeemproblematiek teveel worden 
voor de HA praktijk dan is dat ook een reden om te melden en uit handen te geven.”

3.17  Op 24 maart 2023 is genoteerd in het medisch dossier van klaagster:
“(…) Woont sinds 5-3 bij ouders. Voelde thuis niet meer veilig, hij dreigde met melding veilig 
thuis te maken als ze geen 50/50 verdeling van (…) [de dochter] geeft. (…) Wil ook dat (…) [de 
dochter] toch naar JV gaat, vader is volgens mw. ook akkoord. (…)
P  Nieuwe TC 31-3 (…) Ik zorg dat (…) [de dochter] wordt opgeroepen. (…)”

3.18  Op 29 maart 2023 is genoteerd in het medisch dossier van klaagster:
“(…) Afgelopen vrijdag heeft (…) [ex-partner] (…) ons voorstel voor de zorgindeling geaccepteerd. 
(…) [De dochter] en ik wonen dus (…) sinds 5 maart bij mijn ouders. (…) [Ex-partner] heeft ook de 
meldingen bij veilig thuis en bij jullie ingetrokken.
Daarmee bevestigde hij dat het valse meldingen betrof. (…) Ze [de dochter] wordt dus opgeroepen bij 
jou collega, zou je mij kunnen laten weten wanneer, want ik ontvang de post dus niet. Ook wil ik 
aangeven dat (…) [de dochter] in de weerstand hierin zit en zich gedwongen voelt door papa. Is het 
nog aan te raden dat ik bij jouw collega toelichting geef op de situatie? Het gezin vroeger, het 
systeem etc? (…)”

3.19  Klaagster en haar dochter werden uitgenodigd voor een gesprek op 4 april 2023.

3.20  Op 31 maart 2023 is het volgende genoteerd in het medisch dossier van klaagster:
“ S TC: De beslissing om naar ouders gegaan, was goed (…) [Ex-partner] is akkoord gegaan met 
omgangsregeling. (…) [De dochter] wil eigenlijk alleen de maandag naar haar vader. Mw. stimuleert 
dit wel. (…)

P  Uitleg gegeven melding veilig thuis. Nieuwe TC 14-4 (…)”

3.21  Op 4 april 2023 annuleerde klaagster de afspraak voor de dochter met verweerster op die dag. 
In het dossier is daarover het volgende opgenomen:
“(…) Echter is (…) besloten, samen met de vader van (…) [de dochter], dat wij het voldoende vinden 
als (…) [de dochter] naar een kindbehartiger/therapeut gaat. Om te voorkomen dat ze dubbel belast 
wordt, zeggen we de afspraak van vandaag (…) af. (…)”

3.22  Op 14 april 2023 is genoteerd in het medisch dossier van klaagster:
“(…) Hebben kindbehartiger gevonden. Met beide ouders gesproken. Krijgt volledig begrip. Gaat nu 
gesprekken met (…) [de dochter] opstarten. (…) Nieuwe afspraak 12-5 (…)”

3.23  Op 26 april 2023 heeft de huisarts de dochter voor gespecialiseerde jeugdhulpverlening 
doorverwezen.

3.24  Op 12 mei 2023 vond een gesprek plaats tussen de huisarts, klaagster en de vader van 
klaagster. Daarover is het volgende genoteerd:
“S  Komt samen met vader. (…) Omgangsregeling gaat heel moeizaam (…) Kindbehartiger trekt haar 
handen er van af, vond het te gecompliceerd. (…) [naam behandelaar] gaf aan om aan (…) 
[gespecialiseerde jeugdhulpverlening] te kijken. Gespecialieerd in moeilijke scheidingen. Heeft 
contact gezocht, binnen nu en 2 weken wordt gesprek ingepland. (…) Traject bij [jeugdhulpverlening] 
9-6 intake (…)”

3.25  Op 9 juni 2023 is in het medisch dossier van klaagster genoteerd:
“S NVZB Gebeld, VM ingesproken.”

3.26  Op 30 juni 2023 en op 4 juli 2023 schreef klaagster aan de huisarts dat zij niet heeft 
ingestemd met deze verwijzing naar de gespecialiseerde jeugdhulpverlening.

3.27  Op 7 juli 2023 is door de gespecialiseerde jeugdhulpverlening aangegeven dat de dochter was 
afgemeld.

3.28  Op 25 juli 2023 werd door een gemeentelijk hulpverleningsinstantie aangegeven dat er de wens 
was om de gespecialiseerde hulpverlening weer actief in te zetten maar dat klaagster daarvoor geen 
toestemming gaf. Klaagster en de ex-partner zouden actief worden benaderd voor een vervolgtraject.

3.29  Op 25 juli 2023 besprak verweerster de laatste ontwikkelingen met de huisarts. Daarna is deze 
casus nogmaals op anonieme wijze voorgelegd aan Veilig Thuis die adviseerde om een melding te doen. 
In overleg met de huisarts is besloten om het advies van Veilig Thuis op te volgen en een melding 
te doen. Verweerster belde klaagster dezelfde dag om haar te informeren over het voornemen om een melding te doen bij Veilig Thuis. In het medisch dossier van klaagster werd hierover het volgende genoteerd:
“(…) gebeld om mw op de hoogte te brengen van melding Veilig thuis: ggh en geen voicemail 
ingesproken. 16.07 tc moment met mw, met de mededeling dat er een melding gemaakt is. mw is boos 
(…) voelt zich bedreigd door ex. (…)”

3.30  Op 5 maart 2024 schreef klaagster aan verweerster:
“(…) Enige tijd geleden heeft u mij overvallen met een telefoontje dat u een melding ging maken bij 
Veilig Thuis op mijn naam. (…) U heeft een melding gedaan zonder het kind te spreken (…) ook heeft 
u mij niet gesproken. (…) Van het feit dat u zich niet gehouden heeft aan meldcode zal ik een 
klacht maken. (…)”

3.31  Op 29 april 2024 vond een gesprek plaats tussen verweerster, klaagster, de vader van 
klaagster de praktijkmanager en de huisarts. Dit gesprek heeft niet tot een oplossing geleid. 
Tijdens dit gesprek heeft klaagster aangegeven geen vertrouwen te hebben in de praktijk van de 
huisarts. Klaagster heeft vervolgens zelf de behandelingsovereenkomst beëindigd en is overgestapt 
naar een nieuwe huisartsenpraktijk.

4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1   Klaagster verwijt verweerster dat zij een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan over 
klaagster en de dochter zonder zich aan de meldcode te houden, meer in het bijzonder door niet 
voorafgaand aan de melding een gesprek met klaagster en de dochter te voeren.

4.2   Verweerster heeft aangegeven dat zij de meldcode heeft gevolgd. Klaagster is gehoord en 
geïnformeerd. Zij is ook herhaaldelijk uitgenodigd voor een gesprek met de dochter en de 
ex-partner, zowel door de huisarts als door verweerster. Dit gesprek met de dochter en de 
ex-partner is niettemin uitgebleven. Verweerster is uiteindelijk degene geweest die over de 
voorgenomen melding contact heeft opgenomen met klaagster. Het doen van de melding is steeds in 
overleg met de huisarts en Veilig Thuis gedaan. Het voornemen van het doen van een melding werd 
urgent nadat bleek dat de hulpverlening op andere wijze niet van de grond was gekomen. Weliswaar 
zijn niet alle contacten met de huisarts en/of de vertrouwensartsen opgenomen in het medisch 
dossier van de dochter, maar dit laat hetgeen is geconstateerd onverlet. Verweerster erkent dat 
meer in het dossier had moeten worden opgenomen. Verweerster heeft aangegeven hieruit lering te 
hebben getrokken en is voornemens om dergelijke communicatie in de toekomst altijd zorgvuldig en 
volledig te documenteren in het dossier van het kind. Verweerster heeft het college verzocht de 
relevante omstandigheden in acht te nemen bij de beoordeling van het handelen van verweerster.

4.3  Het college gaat hieronder, voor zover nodig, verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige. Bij de beoordeling wordt 
rekening gehouden met de voor de verpleegkundige geldende beroepsnormen en andere professionele 
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen, is niet altijd genoeg voor een 
tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk 
verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2   Bij de beoordeling wordt voorts vooropgesteld dat in de onderhavige zaak de meldcode van 
toepassing is. In de meldcode is een afwegingskader opgenomen om bij vermoedens van acute of 
structurele onveiligheid melding te doen bij Veilig Thuis. Het gaat dan om vermoedens van geweld in 
allerlei vormen dan wel onveiligheid voor kinderen in de breedste zin van het woord. Volgens het 
afwegingskader worden dergelijke vermoedens van onveiligheid gemeld, ook als de zorgverlener zelf 
geen hulp kan bieden of kan organiseren. Aan de zorgverlener wordt ook opgedragen te melden wanneer 
er sprake blijft van onveiligheid, ook wanneer er hulp is ingezet. De bedoeling van de meldcode is 
om bij twijfel over de gezondheid of veiligheid van een kind of kinderen, de zorg op een 
laagdrempelige wijze te kunnen opschalen. Van de zorgverlener wordt zorgvuldigheid verwacht maar 
anders dan klaagster kennelijk veronderstelt, is het niet aan de zorgverlener om aan 
waarheidsvinding te doen. Het criterium is de zorg die de zorgverlener heeft over het welzijn van 
het kind, niet op de vraag wat wel of niet als waar moet worden aangenomen.

5.3   De vraag die het college moet beantwoorden is of verweerster de stappen van de meldcode 
correct heeft gevolgd. Daarvoor is van belang dat de meldcode onder meer voorschrijft dat 
aanwijzingen en signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld worden verzameld en met een 
collega dan wel anoniem met Veilig Thuis worden besproken. Er wordt geadviseerd om met betrokkenen 
in gesprek te gaan en ook zoveel mogelijk met het kind. Daarvan kan worden afgezien als er geen 
contact tot stand komt ondanks diverse pogingen. Verder geeft de meldcode aan dat vervolgens de 
ernst van de situatie zoveel mogelijk dient te worden geanalyseerd, waarna uiteindelijk wordt 
gekomen bij stap 5, de vraag of inderdaad een melding moet worden gemaakt. Voor stap 5 geldt 
vervolgens een afwegingskader, waarbij de volgende vragen aan de orde komen. Kan er zelf hulp 
worden geboden of kan er worden verwezen voor gespecialiseerde hulp, wordt dit door de betrokkenen 
ook aanvaard en leidt de hulp ook tot een gewenst resultaat.

5.4   Het college stelt vast dat verweerster in deze casus intensief heeft samengewerkt met de 
huisarts. Anders dan klaagster kennelijk veronderstelt, bepaalt de meldcode niet dat door ieder van 
de zorgverleners die bij de casus betrokken is het volledige stappenplan zelfstandig moet worden 
doorlopen. De samenwerking tussen de zorgverleners kan zodanig zijn dat de ene zorgverlener het 
gesprek voert en de andere zorgverlener de verdere stappen beoordeelt of contact heeft met de 
ingezette hulpverlening. Het college stelt vast dat ook in deze casus ieder van de betrokken zorgverleners taken heeft opgepakt nadat daarover onderling overleg werd gevoerd, alsmede na overleg met Veilig Thuis.

5.5   Het college stelt ook vast dat klaagster uitgebreide gesprekken heeft gehad. Daarover is ook 
verslag gedaan in het medisch dossier. De huisarts heeft vervolgens gewezen op de zorg die er was 
over het welzijn van de dochter van klaagster in de gegeven situatie. Ook heeft de huisarts gewezen 
op de mogelijkheden die er waren om hierover van gedachten te wisselen. Het college stelt vast dat 
klaagster herhaaldelijk heeft aangegeven, om haar moverende redenen geen gesprek te willen voeren 
in het bijzijn van de ex-partner, reden waarom verweerster en de huisarts klaagster diverse keren 
hebben gesproken zonder aanwezigheid van de ex-partner of de dochter.

5.6   Vast staat ten slotte dat de praktijk op 29 maart 2023 een bericht ontving waarin werd 
meegedeeld dat er tussen klaagster en de ex-partner overeenstemming was bereikt over voorlopige 
omgang en dat er hulp zou worden ingeschakeld voor de dochter. Daarop heeft verweerster ook nog een 
afspraak gemaakt met de dochter op 4 april 2023. Kort daarna is verzocht om een verwijzing naar 
gespecialiseerde hulpverlening en werd de afspraak met de dochter op 4 april 2023 door klaagster 
geannuleerd. Verweerster is daarmee akkoord gegaan nu de hulpverlening voor de dochter werd 
opgestart. Eerst toen verweerster het bericht kreeg dat de gespecialiseerde hulpverlening 
stagneerde, heeft verweerster, na overleg met de huisarts en Veilig Thuis, de betreffende melding 
bij Veilig Thuis geeffectueerd.

5.7   Naar het oordeel van het college heeft verweerster gehandeld overeenkomstig hetgeen door de 
meldcode wordt voorgeschreven. Het college is van oordeel dat het navolgbaar is dat er zorgsignalen 
waren betreffende het welzijn van de dochter. Uit het medisch dossier is ook op te maken dat de 
zorgen over het welzijn van de dochter niet werden weggenomen tijdens het gesprek met klaagster op 
8 maart 2023. Klaagster maakte immers zelf melding van bedreiging, chantage en manipulatie, redenen 
waarom klaagster met de dochter tijdelijk naar haar ouders is gegaan. Verweerster heeft daarvan ook 
uitgebreid verslag gedaan. Dat niet expliciet naar het welzijn van de dochter is gevraagd door 
verweerster maakt niet dat er geen zorgsignalen waren of dat deze niet zijn getoetst door 
verweerster en later door de huisarts.

5.8   Door de huisarts is klaagster gewezen op de mogelijke vervolgstappen indien de zorgen over 
het welzijn van de minderjarige dochter zouden blijven bestaan. Uiteindelijk werd op 29 maart 2023 
aangegeven dat zowel voor klaagster, de ex-partner als voor de dochter, gespecialiseerde hulp zou 
worden opgestart. Daaruit mocht verweerster afleiden dat klaagster en de ex-partner hulp 
aanvaardden en dat zij bereid waren zich in te zetten voor het welzijn van de dochter. Een melding 
was daarom vooralsnog niet nodig en is toen ook niet gedaan. Hoewel een gesprek met de dochter 
wellicht nog gewenst was geweest, is het klaagster zelf die de afspraak voor de dochter op 4 april 
2023 heeft afgezegd. Verweerster hoefde op dat moment niet verder aan te dringen omdat de 
gespecialiseerde hulpverlening was ingezet, zo kan ook uit het in stap 5 genoemde afwegingskader van de meldcode worden opgemaakt.

5.9   De vraag is of verweerster op het moment dat zij vernam dat de gespecialiseerde hulpverlening 
stagneerde maar nog onverminderd noodzakelijk was, opnieuw alle stappen van de meldcode had moeten 
aflopen, waaronder – opnieuw – een gesprek met klaagster en de dochter. Het college is van oordeel 
dat verweerster niet opnieuw hoefde te beginnen met stap 1, het in kaart brengen van de 
zorgsignalen. Daartoe geldt het volgende. Zoals hiervoor is opgemerkt omvat stap 5 van de meldcode 
een afwegingskader. Dit afwegingskader geeft op verschillende onderdelen aan wanneer in ieder geval 
een melding moet worden gemaakt. Zo staat in dit afwegingskader dat geen melding nodig is wanneer 
de ouders bereid zijn om zich in te zetten voor het welzijn van het kind en daartoe stappen nemen. 
Dat was in eerste instantie ook door klaagster en de ex-partner ingezet. Op het moment dat 
verweerster – kort nadat die hulpverlening zou worden ingezet – begreep dat deze hulpverlening 
alsnog stagneerde, diende zij opnieuw een afweging te maken als bedoeld in stap 5 van de meldcode. 
Verweerster heeft daarop eerst opnieuw contact opgenomen met Veilig Thuis waarna haar is 
geadviseerd om alsnog een melding te doen. In het licht van het afwegingskader was dit ook de 
juiste vervolgstap. Verweerster heeft dat advies vervolgens opnieuw besproken met de huisarts. 
Hoewel verweerster wellicht wat meer op indringende wijze navraag had kunnen doen bij klaagster en 
wellicht klaagster wat indringender had kunnen aanspreken op het belang van nog een gesprek, was 
dit stadium - namelijk stap 3 - eigenlijk al gepasseerd. Het college is van oordeel dat verweerster 
niet tuchtrechtelijk kan worden verweten dat zij niet terug is gegaan naar stap 3, maar het advies 
van Veilig Thuis heeft overgenomen. Zij had immers al eerder pogingen ondernomen om de dochter te 
spreken en verweerster hoefde, zoals hiervoor al opgemerkt, niet aan waarheidsvinding te doen. Door 
de genoemde stagnatie kon en mocht verweerster de hulp opschalen middels een melding bij Veilig 
Thuis. Dit betekent dat de klacht ongegrond is.

5.10  Klaagster heeft tijdens de zitting nog opgemerkt dat tenminste van verweerster had mogen 
worden verwacht dat zij zelf contact zou hebben opgenomen met de dochter teneinde haar te spreken 
te krijgen. Het college wijst erop dat het niet aan verweerster is om zonder toestemming van de 
ouders contact op te nemen met een minderjarige. Dat is ook in het stappenplan van de meldcode niet 
als mogelijkheid genoemd. Het gaat er juist om dat met de ouders in contact wordt getreden, opdat 
zoveel mogelijk transparantie wordt betracht.

Slotsom
5.11  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht ongegrond is.

Publicatie
5.12  In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin 
gelegen dat andere zorgverleners mogelijk in deze situatie handvatten kunnen vinden hoe met deze 
ingewikkelde materie om te gaan. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of 
andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.


6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht ongegrond;
-  bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen 
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter 
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Verpleegkunde.

Deze beslissing is gegeven door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, voorzitter, M. IJzerman 
en G.J.T. Kooiman leden-beroepsgenoten, bijgestaan door F.A.C. Bergervoet,
secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.