We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 46481-46500 van de 47643 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0240 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5455

    Verweerder heeft geld van derdenrekening, op instructie van kantoorgenoot/niet-advocaat, na instructie van cliënt van de kantoorgenoot overgemaakt, terwijl dat geld op verzoek van de cliënt door een derde beschikbaar was gesteld. Klacht van deze derde ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0241 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5484

    Verweerder heeft onvoldoende diepgaand geadviseerd aan cliënt over fiscale consequenties convenant toedeling echtelijke woning en verdeling overwaarde gegrond waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0234 Raad van Discipline Amsterdam 09-143H

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder wordt verweten zonder opdracht van zijn cliënte hoger beroep te hebben ingesteld en voorts niet te zijn ingegaan op de uitdrukkelijke instructie van zijn cliënte om het appel per ommegaande in te trekken. Klachten ongegrond, nu verweerder onder de gegeven omstandigheden naar het oordeel van de raad kon handelen zoals hij heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0235 Raad van Discipline Amsterdam 09-144H

    Verweerder wordt verweten zonder opdracht hoger beroep te hebben ingesteld. In dat kader betwist klaagster ook de in verband met hoger beroep gestuurde declaratie. Verder zou verweerder zijn geheimhoudingsplicht hebben geschonden door buiten medeweten van klaagster overleg te hebben gehad met diens (voormalig) financieel adviseur. Klachten ongegrond, nu verweerder hoger beroep had ingesteld in opdracht van de (voormalig) financieel adviseur en klaagster had nagelaten verweerder op de hoogte te stellen van het feit dat zij het contact met haar adviseur had verbroken. Van excessief declareren is niet gebleken, terwijl voor de beoordeling van de redelijkheid de begrotingsprocedure is aangewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0236 Raad van Discipline Amsterdam 09-169A

    Verzet tegen beslissing van de voorzitter dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is wegens te laat klagen. Verzet ongegrond, want volstrekt niet heeft gemotiveerd waarom de voorzitter niet tot een kennelijk niet-ontvankelijk ­verklaring had mogen komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0237 Raad van Discipline Amsterdam 09-170A

    Verzet tegen beslissing van de voorzitter dat de klacht niet uit het klachtdossier kan worden afgeleid. Verzet ongegrond, want volstrekt niet gemotiveerd waarom de voorzitter niet tot een kennelijk niet-ontvankelijk verklaring had mogen komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0238 Raad van Discipline Amsterdam 09-123A

    Verzet. Klager verwijt verweerder dat hij, ondanks toezeggingen, heeft verzuimd een procedure aanhangig te maken, onderzoek te doen en over dat onderzoek te rapporteren. Klager heeft dit verwijt niet aannemelijk gemaakt. Voorop staat dat een advocaat bij de behandeling van een zaak de leiding heeft en niet kan worden verplicht om een opdracht aan te nemen die hij niet haalbaar acht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0239 Raad van Discipline Amsterdam 08-347A

    De klacht ziet op onnavolgbaar financieel beleid, gebrekkige communicatie en onzorgvuldig adviseren en handelen. Verweerster heeft niet steeds gespecificeerd en overzichtelijk gedeclareerd en een voorschot niet tijdig afgerekend; klachtonderdeel gegrond. Verweerster heeft voorts een vonnis niet tijdig aan klagers doorgezonden en niet schriftelijk geadviseerd over de mogelijkheid van appel cq schriftelijk bevestigd dat klagers geen appel wensten in te stellen; klachtonderdeel (deels) gerond. De overige klachtonderdelen zijn niet komen vast te staan. Maatregel, de persoonlijke omstandigheden van verweerster in aanmerking genomen: enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0070 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2008/254

    Klagers vrouw is na een knieoperatie overleden als gevolg van een longontsteking en sepsis. Het is volgens klager aannemelijk dat het postoperatief toedienen van grote hoeveelheden morfine mede tot de dood van zijn vrouw heeft geleid. Klager verwijt de anesthesioloog dat hij de morfine heeft toegediend terwijl hij op de hoogte had kunnen zijn van het mogelijke bestaan van een obstructief slaap apneu syndroom. Voorts wordt de anesthesioloog verweten dat hij niet toegezien heeft op een juiste hantering van de PCA-pomp en ten derde dat hij de alarmoproep van de verpleegkundigen niet voldoende serieus heeft genomen. Het college achtte de aan de anesthesioloog verweten en deels gegrond bevonden klachtonderdelen ernstig van aard en heeft de anesthesioloog een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0027 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 013/2009

    Gemiste greenstick fractuur van de onderarm bij een 2-jarig kind. Zorgvuldig onderzoek. Klacht niet gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0020 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2008/165

    De klacht betreft de behandeling van klaagsters zoon: verder te noemen: patiënt. Klaagster verwijt de huisarts dat hij patiënt, gelet op de aan hem gemelde pijnklachten onder andere in de buik, ten onrechte niet heeft verwezen naar het ziekenhuis voor nader onderzoek. De klacht heeft voorts betrekking op de bejegening en het weigeren het dossier af te geven. Patiënt is overleden. Verweerder heeft de klacht betwist. Het college oordeelt dat de omstandigheid dat patiënt voor hem nieuw was en het feit dat patiënt zich presenteerde met een reeks van ernstige diffuse klachten aanleiding voor de huisarts had moeten zijn om nader onderzoek te doen en daarna eventueel hem te verwijzen naar een specialist. Voor het overige heeft het college de klacht als ongegrond afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2010:YG0021 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2008/280

    De orthopedisch chirurg heeft een valgiserende tibiakop osteotomie rechts volgens de Puddu-methode bij klager verricht. Klager verwijt de orthopedisch chirurg dat hij is tekortgeschoten in de zorg die klager van hem mocht verwachten door een obsolete methode toe te passen en door het niet verwijderen van dood bot. De klacht heeft voorts betrekking op de bejegening. De orthopedisch chirurg heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het college oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat verweerder tuchtrechtelijk niet verwijtbaar heeft gehandeld

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0022 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 08/119

    De echtgenoot van klaagster, een voormalige asielzoekster, die nog steeds in een AZC verbleef, is overleden. Klaagster verwijt verweerder, de huisarts, ondermeer dat hij onvoldoende anadacht heeft besteed aan de zogenaamde diabetesvoet van haar echtgenoot. Het College acht de klacht gegrond.. Het college is van oordeel dat verweerder de situatie in 2007 duidelijk heeft onderschat, niet traceerbaar een plan heeft gemaakt om de aan de voet ontstane wondjes zo snel mogelijk te laten genezen en geen beleid heeft gevoerd om die genezing, toen het genezingsproces zich erg traag bleek te ontwikkelen, te bespoedigen en onvoldoende zelf het initiatief tot nacontroles heeft genomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0023 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 178/2008

    Broze oude dame bekend met prednisongebruik en een open been (erysipilas). Onvoldoende onderzoek, niet doorsturen naar ziekenhuis.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0024 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 195/2008

    Klaagster verwijt haar huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, nalatigheid door onvoldoende controle en een verkeerde behandeling nadat bij haar besmetting door een tekenbeet was vastgesteld. Volgens klaagster had zij behandeld moeten worden conform de ILADS-richtlijnen en had middels een test in Duitsland - die volgens klaagster betrouwbaarder is dan de tests die in Nederland worden uitgevoerd - dienen te worden vastgesteld of de besmetting was verholpen. Het College heeft geconstateerd dat verweerster klaagster heeft behandeld conform de NHG-standaard voor wat betreft de behandeling van besmette tekenbeten en het Nijmeegs formularium, en is van oordeel dat zij daarmee is gebleven binnen de richtlijnen voor behandeling van besmette tekenbeten zoals die in Nederland gelden. De huisarts kan geen onzorgvuldig handelen worden verweten door geen toepassing aan de ILADS-richtlijnen te geven nu deze richtlijnen in Nederland niet tot standaard zijn verheven. Verweerster kan evenmin onzorgvuldig handelen verweten worden omdat zij geweigerd heeft medewerking te verlenen aan de door klaagster gewenste bloedtest in Duitsland. In beginsel mag er van uitgegaan worden dat behandeling conform de Nederlandse standaard afdoende is om besmetting te verhelpen zodat het niet onzorgvuldig kan worden gekwalificeerd als nacontrole achterwege blijft. Dat kan anders zijn indien het klachtenpatroon dat zich nadien blijft voordoen er op zou wijzen dat de gegeven behandeling mogelijk niet afdoende is geweest. Daarvan was volgens het College in het onderhavige geval, gelet op het klachtenpatroon, geen sprake nu deze klachten onvoldoende specifiek waren voor Lyme. Voorts heeft het College overwogen dat als een patient aanhoudend blijk geeft van ongerustheid vanwege een bepaald klachtenpatroon en deze het voorkomen van dat klachtenpatroon toeschrijft aan een bepaalde oorzaak, het onder omstandigheden wenselijk kan zijn dat de arts aan de wens van de patient om nacontrole middels een bloedtest tegemoet komt, teneinde duidelijkheid over de oorzaak te scheppen en onrust te verminderen. In het onderhavige geval is het, mede gelet op het klachtenpatroon en de opstelling van klaagster die uitsluitend in Duitsland getest wilde worden, niet onzorgvuldig geoordeeld dat aan de wens niet tegemoet is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0025 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 235/2008

    Klacht tegen huisarts. Myopathie ten gevolge van statinegebruik. Klacht betreffende de medicatie en het niet bepalen van CK-waarde ongegrond. Klacht betreffende automatisch autoriseren van recept gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2010:YG0026 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 012/2009

    Klager was in verband met een combinatie van verslavings- en psychiatrische problematiek opgenomen in de instelling Brinkgreven te Deventer. Klager verwijt verweerster dat zij klager als zijn persoonlijk begeleidster emotioneel en sexueel heeft verleid tijdens de behandeling (inclusief intimidatie). Uitspraak: Berisping Er was sprake van een intieme relatie vóór het ontslag van klager uit Brinkgreven. Of het initiatief tot de relatie van klager of van verweerster is uitgegaan is niet relevant. Berisping omdat verweerster geacht kon worden op de hoogte te zijn van de desbetreffende gedragsregels en beroepscodes, terwijl het ging om begeleiding van een psychiatrische patiënt, waarbij uitgegaan moet worden van meer kwetsbaarheid van de patiënt dan van een patiënt met een fysieke aandoening.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2009:YA0223 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 76 - 2009

    Advocaat dient zijn cliënt te informeren over mogelijkheid van het instellen van een rechtsmiddel. Indien de advocaat het instellen van een rechtsmiddel niet succesvol acht dient hij zijn cliënt hierover schriftelijk te berichten. Klacht gedeeltelijk gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2009:YA0224 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B 101 - 2009

    Niet alleen de advocaat van de wederpartij, maar ook de wederpartij zelf kan een beroep doen op gedragsregel 13. Deze heeft immers betrekking op het optreden van een advocaat in rechte en niet uitsluitend op de betrekking tussen advocaten onderling. Klacht ontvankelijk, klacht gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0227 Raad van Discipline Amsterdam 08-297U

    Beslissing van de wrakingskamer. Wraking van de voorzitter en de leden van de betreffende raad op basis van een volgens verzoeker door de voorzitter gedane uitlating waar de leden vervolgens geen afstand van wilden nemen. Indien de voorzitter en/of leden van de raad zich niet verschonen, moet in beginsel van hun onpartijdigheid worden uitgegaan. Verzoeker heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een aanknopingspunt kunnen opleveren om deze onpartijdigheid in twijfel te trekken. Het verzoek tot wraking van de voorzitter en leden van de betreffende raad wordt afgewezen.