Zoekresultaten 21941-21960 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 161/2017

    Klacht tegen arts. Klaagster verwijt verweerder dat hij 1) de minderjarige patiënten en hun ouders onvoldoende heeft voorgelicht waardoor geen sprake was van informed consent 2) ten opzichte van de minderjarige patiënten niet de vereiste hygiëne in acht heeft genomen, 3) de ingreep niet lege artis heeft uitgevoerd, 4) heeft nagelaten passende nazorg te bieden, 5) het dossier niet conform de professionele standaard heeft bijgehouden. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster ontvangen kan worden in haar klachten (geen grond voor aanhouding teneinde strafzaak af te wachten en geen strijd met de goede procesorde of eisen eerlijk proces). Klachten 1, 2, 4 en 5 gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-807/DH/RO

    voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij over overtreding van gedragsregel 15 in het licht van alle omstandigheden (een vonnis van de rechtbank dat maanden op zich liet wachten en een vete tussen de advocaten en hun cliënten) kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:225 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-842/DB/OB

    Met wijze waarop verweerder, in zijn hoedanigheid van deken, het onderzoek heeft verricht is vertrouwen in advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:12 Raad van Discipline Amsterdam 17-1006/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Geen strijd met Gedragsregel 18 lid 1.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:7 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-790/DH/RO

    voorzittersbeslissing; klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit dienstverlening kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1748b

    Klager verwijt verweerster, specialist ouderengeneeskunde in opleiding, dat zij jegens nalatig is geweest door het voorschrijven van onjuiste medicatie en dat echtgenoot hierdoor sneller is komen te overlijden. Het college is van oordeel dat verweerster geen enkel verwijt te maken valt nu zij het reeds door andere specialisten ingezette medicatiebeleid regelmatig heeft geëvalueerd en zo nodig, op terzake deskundig advies, heeft aangepast.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-684/DH/DH

    voorzittersbeslissing; klacht over gedragingen van de advocaat en het kantoor jegens een sollicitant kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.345

    De klacht betreft de behandeling door de aangeklaagde huisarts van klaagsters echtgenoot (patiënt). De huisarts was gedurende bijna twintig jaar de huisarts van klaagster en patiënt. Patiënt was bekend met een veelheid aan medische klachten en aandoeningen. Klaagster verwijt de huisarts: 1. het negeren van haar zieke man; 2. het niet serieus nemen; 3. het niet helpen bij haar dringende vraag over hulp voor haar man; 4. het zeggen dat zij haar man moest negeren; 5. het doen alsof hij zwakzinnig was. Het RTG verklaart de klachten ongegrond. De uitlating van de huisarts richting klaagster om zich maar op eigen dingen te richten en het gedrag van patiënt wat te negeren wel begrijpelijk. Evenwel, door zich in zijn beleid met name te richten op patiënt is de huisarts wel wat uit het oog verloren dat klaagster ook voor zichzelf om hulp vroeg. Met het, zelf, al beter uitvragen en exploreren van de situatie, en óók de behoeften van klaagster hierin al te onderzoeken en vast te stellen in plaats van het, enige weken later, inzetten van de wijkverpleegkundige, had de huisarts mogelijk een betere overlegsituatie en meer begrip gecreëerd bij klaagster. Maar het handelen van de huisarts jegens klaagster is ook niet dusdanig passief te noemen dat hierdoor van een tuchtrechtelijk verwijtbaar nalaten kan worden gesproken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:22 Raad van Discipline Amsterdam 17-549/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.191

    Klacht tegen psychotherapeut. Van 2004 tot en met 2015 zijn klaagster en haar toenmalige partner in verband met relatietherapie meerdere keren bij de psychotherapeut in behandeling geweest. Telkens vonden een of meer gesprekken plaats, waarna de therapie werd beëindigd. De therapie was steeds op verzoek van klaagster en/of haar partner vanwege spanningen in de relatie. Uiteindelijk zijn klaagster en haar partner gescheiden. De klacht heeft betrekking op: A. de dossiervoering/procedure: 1.onvoldoende verslaglegging en geen terugkoppeling naar de huisarts; 2. weigering inzage in en kopieën van het dossier aan klaagster (waardoor klaagster het dossier ook niet kan aanvullen of corrigeren);3. geen diagnose gesteld en geen tussentijdse evaluaties gedaan; 4. niet verwezen naar andere onafhankelijke therapeut, en 5. niet gewezen op literatuur of communicatiemethoden B. op de attitude van verweerster en de inhoud van de therapie: 6. teveel emotioneel betrokken, maar ook laconiek en gevoelloos; 7. verkeerde adviezen over mediation bij de echtscheiding en over de problematiek bij partner en dochter; 8. niet ingaan op problematiek van een samengesteld gezin en ; 9. geen hulp geboden in de relatietherapie. Het RTG wijst de klacht in alle onderdelen af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.240

    Klacht tegen tandarts. Klager is ruim 25 jaar patiënt geweest bij verweerster en verwijt haar dat zij niet goed voor zijn gebit heeft gezorgd, onder meer door de bij hem ontstane parodontitis niet te constateren althans door hem niet in een eerder stadium door te verwijzen naar een parodontoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1748a

    Klager verwijt verweerster, specialist ouderengeneeskunde, dat zij haar jegens echtgenoot van klaagster nalatig is geweest door het voorschrijven van onjuiste medicatie en dat echtgenoot hierdoor sneller is komen te overlijden. Het college is van oordeel dat verweerster geen enkel verwijt te maken valt, nu zij inhoudelijk niet bij de behandeling van de echtgenoot van klaagster betrokken is geweest en er geen reden was om als opleider in te grijpen in het beleid van haar AIOS nu dit met verschillende andere terzake deskundige specialisten was overlegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.252

    Klacht tegen tandarts. Klaagster is bij verweerder onder orthodontische behandeling in verband met een milde overbeet. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar ten onrechte een beugel heeft geadviseerd en zich ten onrechte heeft voorgedaan als orthodontist. Voorts verwijt zij verweerder dat er in zijn praktijk geen goede waarneemregeling was toen zij zich met een spoedeisend orthodontisch probleem bij de praktijk meldde. Alleen laatstgenoemd klachtonderdeel wordt door het Regionaal Tuchtcollege gegrond bevonden en aan verweerder wordt een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het principaal beroep van verweerder als het incidenteel beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-870/DB/LI

    Advocaat heeft de aard van de opdracht niet schriftelijk bevestigd en cliënte in het ongewisse gelaten over de te verwachten kosten. De ontstane onduidelijkheid komt voor risico van de advocaat en valt haar tuchtrechtelijk aan te rekenen Klacht gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-672/DB/LI

    Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de beslissing van de voorzitter is gebaseerd op een door de deken onvolledig doorgestuurd dossier. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-757/DB/LI

    Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zich tijdens een zitting van de raad van discipline in zijn verweer tegen een tegen hem ingediende klacht onthoudt van onnodige kwalificaties over de persoon van de klager. De raad ziet in de omstandigheid dat, zoals ter zitting genoegzaam is gebleken, sprake is van een verstoorde verhouding tussen partijen en frequente confrontaties in tuchtrechtelijke procedures, die over en weer hebben geleid tot op de persoon gerichte negatieve kwalificaties, aanleiding om aan verweerder geen tuchtrechtelijke maatregel op te leggen. Klacht gegrond, geen maatregel

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-773 DB/LI

    Advocaat heeft cliënt wel voldoende geïnformeerd over het proceskostenrisico in hoger beroep, maar niet over het, na aanbrengen respectievelijk stellen, door beide partijen reeds verschuldigde griffierecht, noch over de gevolgen van het niet tijdig betalen van het reeds verschuldigd geworden griffierecht. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:19 Raad van Discipline Amsterdam 17-992/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat in de dagvaardingen feiten of standpunten staan waarvan verweerder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist zijn. Anders dan klager stelt heeft verweerder in de dagvaardingen wel aandacht besteed aan het verweerder en standpunt van klager. Geen belang meer bij klacht over dagbepaling. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet in de dagvaarding te vermelden dat zijn cliënte zou gaan verhuizen en ook niet door tijdens de zitting niet in te grijpen toen zijn kantoorgenoot iets over klager zei wat klager als onnodig grievend heeft ervaren.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-112

    Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een tandarts in zijn functie van medisch manager en voorzitter van de maatschap. De klacht valt niet onder de tweede tuchtnorm. Gesteld noch gebleken is dat in dit conflict de individuele belangen van patiënten in het geding zijn geweest, in zoverre is dan ook niet voldaan aan het weerslagcriterium. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:13 Raad van Discipline Amsterdam 17-527/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. Stelling dat verweerder onvoldoende kennis heeft van het bestuursrecht is onvoldoende onderbouwd. Voorts kan de raad niet vaststellen dat verweerder zonder overleg met klager werk heeft uitbesteed. Dat er sprake is geweest van excessief declareren is gesteld noch gebleken. Klacht ongegrond.