Zoekresultaten 21741-21760 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:226 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 186.2017

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder wordt verweten verbeurde dwangsommen te hebben laten verjaren. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:227 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 421.2017

    Volgens klager heeft de gerechtsdeurwaarder geweigerd zijn ministerieplicht uit te voeren en heeft de gerechtsdeurwaarder klager daarna onder druk gezet om zijn klacht (bij de kamer) in te trekken. De gerechtsdeurwaarder heeft in dit geval terecht geen gevolg geven aan zijn ministerplicht, voor zover hij daaraan gehouden was, aangezien tussen partijen geen overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Maar als daar al sprake van zou zijn geweest was de door klager aangeleverde conceptdagvaarding niet geschikt voor het uitbrengen daarvan. En dat zou zo blijven aangezien klager niet in is gegaan op het aanbod van de gerechtsdeurwaarder om deze wel geschikt te maken. Bovendien had het uitbrengen daarvan moeten geschieden buiten het arrondissement waar de gerechtsdeurwaarder standplaats had, en ook dat mocht niet van de gerechtsdeurwaarder verlangd worden. Als blijkt dat klager en de gerechtsdeurwaarder er niet uit kunnen komen, en klager overweegt een klacht in te dienen tegen de gerechtsdeurwaarder, is het, gelet op de laagdrempeligheid van het tuchtrecht, niet passend om klager onder druk te zetten om af te zien van een klacht en daar anders (financiële) consequenties aan te verbinden. Een dergelijke uiting levert naar het oordeel van de kamer ongepaste druk op en is tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 120.2017

    Beslissing op verzet. Het verzet is te laat ingesteld en wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:228 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 642.2017

    Beslissing op verzet. Volgens klager had de gerechtsdeurwaarder niet mogen overgaan tot executie omdat het arrest van het gerechtshof niet juist zou zijn en cassatie tegen dat arrest is ingesteld. Daarnaast zou er genoeg reden zijn voor de gerechtsdeurwaarder om te twijfelen aan de executie van het vonnis. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:13 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 1209.2016

    Beslissing op verzet. Het verzet is te laat ingesteld en wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:229 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 1387.2016

    Beslissing op verzet. Volgens klager heeft de gerechtsdeurwaarder zijn opdracht niet naar behoren uitgevoerd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.219

    De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.220

    De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 150/2017

    Klacht tegen behandelcoördinator over totstandkoming diagnose in behandelingsplan in relatie tot projustitiarapportages en conceptdelictanalyse.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 151/2017

    Klacht tegen behandelcoördinator over totstandkoming diagnose in behandelingsplan in relatie tot projustitiarapportages en conceptdelictanalyse.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 326/2017

    Klaagster verwijt verweerster (verpleegkundige) dat zij door haar huisbezoeken bij klaagster psychische klachten en verwarring heeft veroorzaakt. Verweerster loog tegen klaagster en dat maakte klaagster ziek. Het college overweegt dat uit het dossier blijkt dat verweerster zich voldoende heeft ingespannen, de verder niet toegelichte verwijten blijken daaruit niet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 269/2017

    Klacht tegen huisarts. Diverse klachtonderdelen over los van elkaar staande zaken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.218

    De behandeling van de zaak in beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:8 Accountantskamer Zwolle 17/1313 Wtra AK

    Klacht gedeeltelijk te laat ingediend. Voor zover de klacht wel tijdig is ingediend is de klacht na de weerspreking door betrokkene onvoldoende feitelijk onderbouwd en daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324814 KL RK 17-109 C/05/324815 KL RK 17-110

    Klager beklaagt zich over twee testamenten van vader die door de notarissen zijn opgemaakt. Vader zou ten tijde van het opmaken van de testamenten niet meer wilsbekwaam zijn. Verder zouden de notarissen partijdig hebben gehandeld ten voordele van de broer van klager. De kamer heeft de klachten ongegrond verklaard. Tot slot beklaagt klager zich over het optreden van een van de notarissen als executeur-afwikkelingsbewindvoerder. De kamer heeft klager niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot dit klachtonderdeel omdat hij de nalatenschap nog niet heeft aanvaard, en derhalve niet kan worden aangemerkt als belanghebbende.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17143a

    Huisarts wordt verweten dat ze klaagster tot twee keer toe te laat heeft doorverwezen naar een specialist, waardoor de ziekte van Cogan pas laat is vastgesteld en klaagster blijvend doof aan één oor is geworden; dat ze een verkeerde diagnose heeft gesteld, namelijk somatisatie en dat er naderhand wijzigingen in het medisch dossier zijn aangebracht. Begrijpelijke verklaring voor de hoestklachten. Niet eerder verwezen omdat de klachten na medicatie verminderden. Bovendien zijn niet bij alle contactmomenten hoestklachten gemeld. Eerste verwijzing toen medicatie tegen de hoestklachten niet meer hielp. Latere verwijzing na twee weken niet ongebruikelijk lang. Niet gebleken dat verwijzing noodzakelijk was. Bij ontbreken van een alternatief, kon de diagnose “somatisatie” worden gesteld. Wijziging in dossier in overeenstemming is met de NHG richtlijn Adequate Dossiervorming met het Elektronisch PatiëntenDossier (ADEPD). Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:11 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1111

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klacht gegrond voor zover verweerster, nadat de zaak voor vonnis is komen te staan, contact heeft gezocht met de kantonrechter zonder toestemming van de wederpartij. Dat verweerster zich in die procedure niet formeel als gemachtigde heeft gesteld, doet daaraan niet af nu de kantonrechter haar kennelijk wel als zodanig heeft beschouwd. Strijd met Gedragsregel 15 lid 2. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-697 17-698

    Ongegrond verzet. Klager heeft in zijn verzetschrift miskent dat de voorzitter een klacht zonder zitting (schriftelijk) mag beoordelen. Van een recht van de klager om hoe dan ook ter zitting te worden uitgenodigd en gehoord is geen sprake. Evenmin is de raad gebleken dat klager niet in de gelegenheid is gesteld om nadere stukken toe te sturen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17143b

    Huisarts wordt verweten dat ze klaagster tot twee keer toe te laat heeft doorverwezen naar een specialist, waardoor de ziekte van Cogan pas laat is vastgesteld en klaagster blijvend doof aan één oor is geworden; dat ze een verkeerde diagnose heeft gesteld, namelijk somatisatie en dat er naderhand wijzigingen in het medisch dossier zijn aangebracht. Begrijpelijke verklaring voor de hoestklachten. Niet eerder verwezen omdat de klachten na medicatie verminderden. Bovendien zijn niet bij alle contactmomenten hoestklachten gemeld. Eerste verwijzing toen medicatie tegen de hoestklachten niet meer hielp. Latere verwijzing na twee weken niet ongebruikelijk lang. Niet gebleken dat verwijzing noodzakelijk was. Bij ontbreken van een alternatief, kon de diagnose “somatisatie” worden gesteld. Wijziging in dossier in overeenstemming is met de NHG richtlijn Adequate Dossiervorming met het Elektronisch PatiëntenDossier (ADEPD). Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:12 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-701

    Dekenklacht tegen advocaat die sinds 11 november 2015 is ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten op grond van artikel 16h Advocatenwet. Deze advocaat heeft niet voldaan aan diverse verplichtingen op grond van de Voda en de Roda. Zo heeft hij niet de vereiste opleidingspunten behaald over (een deel van) 2015 tot en met 2017 en heeft hij de puntentekorten, ondanks herhaaldelijk door de deken geboden mogelijkheid, niet ingelopen of zich daartoe bereid getoond. Daarnaast heeft de advocaat in strijd met de in Nederland geldende verplichtingen de hoofdelijke omslag over 2016 en 2017 niet betaald, beschikt hij niet over een kantoorhandboek of over een kantoorklachtenregeling, heeft hij geen geheimhoudersnummers opgegeven en is hij niet adequaat verzekerd voor zijn beroepsaansprakelijkheid. Ook het tweede dekenbezwaar wordt gegrond geoordeeld omdat de advocaat de deken heeft belemmerd in de uitvoering van zijn toezichthoudende taak door op de op verschillende momenten verzochte informatie niet jegens de deken te reageren (gedragsregel 37). Deze advocaat heeft volgens de raad op geen enkele wijze laten zien dat hij bereid is om zich aan de in Nederland voor een advocaat geldende regelgeving te conformeren. De raad constateert dat de gedragingen van de advocaat passen in een structureel patroon van volstrekt onvoldoende besef van verantwoordelijkheid in de wijze waarop hij zijn kantoor in Nederland dient te organiseren. Daarmee hebben zijn gedragingen het vertrouwen in de advocatuur in het algemeen schade toegebracht. Schrapping.