Zoekresultaten 14641-14650 van de 47910 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:243 Raad van Discipline Amsterdam 20-726/A/A
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:243
Voorzittersbeslissing. Het stond verweerder vrij de zaak van klager niet aan te nemen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365541 KL RK 20-16
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 28-10-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:29
Klaagster heeft diverse klachten met betrekking tot de totstandkoming van haar concepttestament. De klacht is ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.071
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 20-11-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:204
Klacht van Inspectie tegen radioloog. De klacht betreft een patiënte die per ambulance via de spoedeisende hulp (SEH) van het ziekenhuis werd binnengebracht met een verdenking op een subarachnoïdale bloeding. De neuroloog startte de behandeling en patiënte is later die avond overgedragen aan de intensive care. Toen de neurologische toestand verslechterde is beklaagde erbij gekomen voor een diagnostische angiografie. Patiënte en familie waren in de veronderstelling dat er ook een coiling zou worden uitgevoerd, maar deze is toen niet uitgevoerd. Er volgde een acute neurologische verslechtering. De coiling werd vervolgens uitgevoerd, maar patiënte vertoonde onvoldoende verbeteringen is twee weken later overleden. Er is een calamiteitenrapport opgesteld. De klacht bevat drie klachtonderdelen: 1. b eklaagde is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte omdat hij de coiling van patiënte niet zo spoedig mogelijk na de opname heeft uitgevoerd; 2. beklaagde is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte omdat hij a) geen overleg heeft gevoerd met de betrokken zorgverleners en b) heeft nagelaten de betrokken zorgverleners over zijn besluit te informeren; 3. de communicatie van beklaagde richting patiënte en de familie van patiënte was onvoldoende. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 2b gegrond, wijst de klacht voor het overige af en legt de radioloog de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:244 Raad van Discipline Amsterdam 20-737/A/A
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:244
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.075
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 20-11-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:205
Klacht tegen internist. Klager is sinds 2007 onder behandeling bij het diabetesteam van het ziekenhuis waar verweerster werkzaam is als internist-endocrinoloog. Hij heeft jarenlang gebruik gemaakt van een insulinepomp (CSII). Nadien is klager overgestapt op insulinetoediening met de pen. In 2018 wilde klager weer starten met het gebruik van een insulinepomp, te weten een Medtronic Minimed 670g met Real Time Glucose Monitoring (RT‑CGM). Dit is klager door verweerster afgeraden. Klager verwijt de internist onder meer dat zij de therapie voor diabetes type 2 heeft gekozen in plaats van de therapie voor diabetes LADA en hem het recht op pompgebruik ontnomen heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:245 Raad van Discipline Amsterdam 20-523/A/A
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:245
Deels gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft door tekortschietende communicatie met klager zijn zorgplicht geschonden. Hij heeft bij klager de indruk gewekt dat hij in de hoger beroepsprocedure nog steeds als klagers advocaat optrad. Indien verweerder klager niet meer als zijn cliënt zag, had van hem mogen worden verwacht zijn rol voor klager duidelijk schriftelijk vast te leggen. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORARL:2020:30 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367026 KL RK 20-27
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 12-10-2020
- ECLI:NL:TNORARL:2020:30
Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet onzorgvuldig gehandeld. De notaris kon en mocht concluderen dat moeder wilsbekwaam was om haar testament op te maken. De klacht is daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TSCTS:2020:1 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2020-01 (2019.V1-Alana Evita)
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 20-11-2020
- ECLI:NL:TSCTS:2020:1
In de nacht van woensdag 20 maart op donderdag 21 maart 2019 vond een incident plaats, waarbij een deel van de bemanning van het Nederlandse vrachtschip Alana Evita het schip heeft verlaten met de reddingsboot/MOB-boot en naar de vaste wal is gegaan (Barry-UK). Bij een poging terug te keren naar het schip zijn zij verdwaald en uiteindelijk gevonden na een SAR-operatie van de Britse kustwacht. Doordat deze bemanning het schip heeft verlaten, was het schip onderbemand en was er niemand meer aan boord met bevoegdheden als OOW. De HWTK was als enige officier aan boord.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:246 Raad van Discipline Amsterdam 20-544/A/A
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 02-11-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:246
Ongegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is bij het factureren ten aanzien van het bedrag van het griffierecht vooruitgelopen op de informatie van de website van de rechtspraak. Dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit geldt eveneens voor het verwijt van klager dat hij geen factuur heeft ontvangen. Ingeval van een rekening-courantverhouding met gerechten wordt een factuur niet verzonden.
-
ECLI:NL:TACAKN:2020:67 Accountantskamer Zwolle 20/1333 Wtra AK
- Datum publicatie: 20-11-2020
- Datum uitspraak: 20-11-2020
- ECLI:NL:TACAKN:2020:67
PE-zaak. In de driejaarscyclus 2016-2018 heeft de accountant geen enkele PE-activiteit geregistreerd, hierdoor heeft hij in totaal 120 uur te weinig besteed aan PE-activiteiten. Klacht gegrond. Berisping en gelboete. De geldboete wordt vastgesteld op een bedrag van € 8.300,-. De geldboete mag op grond van artikel 5 lid 1 Wtra namelijk niet hoger zijn dan de (destijds geldende) maximale boete voor een strafbaar feit van de derde categorie.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1464
- Pagina: 1465
- Pagina: 1466
- ...
- Pagina: 4791
- Volgende pagina zoekresultaten