Zoekresultaten 1-4 van de 4 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:93 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-379/DB/LI/D
- Datum publicatie: 27-07-2026
- Datum uitspraak: 27-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:93
Dekenbezwaar. Verweerster heeft in de zaken M en A niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt omdat de kwaliteit van verweersters dienstverlening in deze zaken ondermaats was. Verweerster is namelijk niet ter zitting verschenen en de door verweerster ingediende processtukken bevatten onjuistheden en onvolledigheden, onder meer als gevolg van ontoereikende kennis van en ervaring met het huurrecht en het gebruik van een AI-tool. Dit alles levert een schending op van de in artikel 10a Advocatenweten genoemde kernwaarden integriteit en deskundigheid. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250362
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:200
Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn ex-partner. Hij is met zijn ex-partner verwikkeld in een procedure over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met hun kinderen. De klacht betreft door verweerder gekozen bewoordingen en uitlatingen in een conclusie van antwoord en tijdens een zitting bij de rechtbank. De raad van discipline Den Haag heeft overwogen dat, hoewel het de voorkeur had verdiend als verweerder zich minder scherp en ferm had uitgedrukt, geen sprake is van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen, gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en de uitlatingen heeft gedaan. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-275/DH/RO
- Datum publicatie: 30-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:210
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerder heeft de grenzen van het betamelijke als advocaat van de wederpartij van klager niet overschreden. Hoewel het de voorkeur had verdiend om zich minder scherp en ferm uit te drukken, is gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en uitlatingen heeft gedaan geen sprake van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen. Verweerder heeft de bewoordingen mogen gebruiken en de uitlatingen mogen doen om de standpunten van zijn cliënte naar voren te brengen en te reageren op de advocaat van klager. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:191 Raad van Discipline Amsterdam 24-698/A/A
- Datum publicatie: 15-11-2024
- Datum uitspraak: 11-11-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:191
Voorzittersbeslissing. Klacht niet ontvankelijk gelet op de overschrijding van de in artikel 46g onder a eerste lid Advocatenwet genoemde termijn. De stelling van klaagster dat de gevolgen van het handelen van verweerder pas na ommekomst van drie jaren bekend zijn geworden, wordt door de voorzitter verworpen. Er is naar het oordeel van de voorzitter ook geen sprake van (zeer) bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen maken.
- Pagina: 1