Zoekresultaten 9131-9140 van de 48407 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:40 Raad van Discipline Amsterdam 22-674/A/A

    Verzetbeslissing. De verzetgronden slagen niet. Klager heeft in zijn verzetschrift grotendeels herhaald wat hij ook in zijn klacht al naar voren had gebracht. De in het verzetschrift genoemde correcties en/of verduidelijkingen ten aanzien van de feiten en de beoordeling van de klacht zijn voor de raad geen aanleiding om aan de juistheid van het oordeel van de voorzitter te twijfelen. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4393

    Klacht tegen een huisarts. Klager is in de huisartsenpraktijk tweemaal gezien door een physician assistant (hierna: pa). Klager kreeg tijdens het tweede consult ruzie met de pa, werd agressief en bracht de pa ernstig letsel toe. Klager verwijt de huisarts dat zij de afspraak met klager, inhoudende dat hij alleen door haar gezien zou worden, niet heeft nageleefd. Daardoor kon het gebeuren dat klager zonder dat hij dat wilde door de pa werd gezien. Ook verwijt klager de huisarts dat zij na het incident met de pa onvoldoende oog voor klagers kant van het verhaal heeft gehad. Verder verwijt klager de huisarts dat zij niet het verhaal van klager besproken heeft met de pa. Het college acht de verwijten onterecht en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4173

    Klacht tegen plastisch chirurg kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op een door de plastisch chirurg uitgevoerde arm- en halslift. Klaagster verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij de ingrepen niet goed heeft uitgevoerd en dat hij niet reageerde op klaagsters verzoeken nadat klaagster merkte dat het niet goed zat in haar armen en hals. Naar het oordeel van het tuchtcollege zijn deze verwijten niet terecht en heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:42 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-823/DH/DH

    Uit het klachtdossier spreekt een volstrekte onverschilligheid van verweerder naar klager en de letselschadekwestie van klager. De manier waarop verweerder heeft gehandeld is een advocaat onwaardig. De gang van zaken laat zien dat verweerder niet bekend is met de basisbeginselen voor het behandelen van een dossier, althans dat hij deze aan zijn laars lapt. Het roept bij de raad twijfel op over de integriteit van verweerder. Door toedoen van verweerder is klager jaren in het ongewisse gebleven. Klager is nu terug bij af met een dossier waarin de kans van slagen niet erg groot lijkt te zijn. Verweerder heeft de belangen van klager geschaad en het vertrouwen in de advocatuur beschaamd. De raad stelt vast dat verweerder eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen. Verschillende, deels vergelijkbare klachten tegen hem zijn gegrond verklaard, met maatregelen van een waarschuwing en berispingen als gevolg. Schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van acht weken, waarvan vier weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/5106

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster maakt de psychiater zeer ernstige verwijten: zij verwijt hem dat hij haar met de dood heeft bedreigd en verschillende gewelddadige en seksuele handelingen bij haar heeft verricht. De voorzitter overweegt dat zij niet kan vaststellen dat de psychiater de door klaagster gestelde handelingen zou hebben verricht. Klaagster heeft de zware beschuldigingen na de stellige ontkenning door de psychiater niet verder concreet toegelicht of onderbouwd. In het dossier zijn ook geen aanknopingspunten te vinden voor het handelen dat klaagster de psychiater verwijt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/16

    Klacht tegen twee dierenartsen betrekking hebbend op het vermeend onjuist vaccineren van het vee van klager tegen IBR (infectieuze bovine rhinotracheïtis), hetgeen volgens klager heeft geleid tot diverse ernstige problemen (huidplekken op de bil, kreupelheid, stramme houding/trillen, doffe vacht, neusvloeiing, mastitis, een sterk verhoogd tankcelgetal), met als gevolg een teruglopende melkproductie en een verhoogde uitval onder het vee. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:36 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-365/DH/DH

    Verweerster is in zaak 21-440/DH/DH berispt omdat zij klaagster zonder grond beschuldigde van het maken van misbruik van haar functie bij het openbaar ministerie. Na de beslissing van de raad heeft verweerster haar ongefundeerde beschuldigingen voortgezet. De raad legt aan verweerster nogmaals een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:41 Raad van Discipline Amsterdam 22-685/A/A

    Verzetbeslissing. De verzetgronden slagen niet. Klager heeft in zijn verzetschrift grotendeels herhaald wat hij ook in zijn klacht al naar voren had gebracht. De uitleg die klager geeft aan de termijn voor het indienen van een klacht als bedoeld in artikel 46g lid 2 AW gaat niet op en zijn betoog mist bovendien feitelijke grondslag. Naar aanleiding van het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 maart 2018 heeft klager verweerder aansprakelijk gesteld. Op grond van dezelfde informatie had klager ook (tijdig) een klacht over verweerder bij de deken kunnen indienen. Klager was toen immers al redelijkerwijs bekend met de voor hem mogelijk negatieve gevolgen van het handelen van verweerder. Daarvoor was het niet nodig om te wachten op de definitieve civielrechtelijke uitkomst van de afhandeling van de aansprakelijkstelling. Verder was het niet de verantwoordelijkheid van het kantoor van verweerder om klager te wijzen op de tuchtrechtelijke termijnen voor het indienen van een klacht bij de deken. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding toelaatbaar wordt geacht. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4326

    Beklaagde is als arts ingeschakeld als medisch adviseur door uitvoeringsorganisatie om te beoordelen of er bij klager sprake was van “structurele medische omstandigheden” in de zin van artikel 5.16 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF), waardoor klager niet binnen de geldende diplomatermijn kon afstuderen (en zijn prestatiebeurs omgezet zou kunnen worden in een gift). De klacht heeft betrekking op het door beklaagde opgestelde adviesrapport. Het college verklaart de klacht deels gegrond, namelijk voor zover klager stelt dat beklaagde het wettelijke inzage- en blokkeringsrecht niet heeft toegepast. Het verweer dat beklaagde op dit punt heeft mogen vertrouwen op de juristen van de uitvoeringsorganisatie gaat volgens het college niet op. Beklaagde heeft als BIG-geregistreerde een eigen verantwoordelijkheid. Hij had kennis kunnen nemen van bijvoorbeeld de Richtlijn medisch specialistische rapportage in bestuurs- en civielrechtelijk verband. Het college legt als maatregel een waarschuwing op. De klacht is ongegrond voor zover klager stelt dat (de totstandkoming van) het rapport inhoudelijk niet klopt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:35 Raad van Discipline Amsterdam 23-083/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De feitelijke grondslag van de klacht, dat verweerster klaagster tijdens een IBS-zitting heeft vertegenwoordigd terwijl zij wist dat klaagster al een stamadvocaat had, ontbreekt. Dat de inbewaringstelling is verlengd en later een zorgmachtiging is opgelegd is niet het gevolg van ondermaats optreden van verweerster. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.