Zoekresultaten 8571-8580 van de 48436 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:103 Raad van Discipline Amsterdam 23-272/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat. Verder geldt dat hoewel klager eerder een klacht over verweerster heeft ingediend met in de kern dezelfde soort verwijten over hetzelfde feitencomplex er geen sprake is van ne bis in idem. Klager heeft zijn eerdere klacht over verweerster binnen twee maanden weer ingetrokken, waardoor niet alleen de tuchtrechter nog geen oordeel over de klacht had gegeven, maar ook de deken nog geen dekenvisie over de klacht had gegeven en verweerster nog geen verweer tegen de klacht had gevoerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:48 Hof van Discipline 's Gravenhage 220072 220073

    Klaagster ontvankelijk in haar beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de raad van klachtonderdeel i), nu het verzet van klaagster tegen de voorzittersbeslissing op dit klachtonderdeel gegrond is verklaard. Het hof is van oordeel dat de gronden die namens klaagster zijn aangevoerd ten aanzien van de overige klachtonderdelen onvoldoende reden vormen om het appelverbod te doorbreken. Van een ondeugdelijke voorzittersbeslissing is het hof niet gebleken, noch dat sprake zou zijn van een door de gemachtigde van klaagster genoemde ‘geldigheidstermijn’ van 30 dagen. Dat klager het niet met de beslissing van de raad eens is, en dat de raad vermeend zou zijn tekortgeschoten in de motivering van de beslissing en in de feiten- en klachtomschrijving, betekent niet dat daarmee fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden. Voor zover het beroep is gericht tegen de beoordeling door de raad van klachtonderdeel i), ten aanzien waarvan het verzet wel gegrond is verklaard en de klacht ongegrond, overweegt het hof dat het onderzoek in hoger beroep ten aanzien van dit klachtonderdeel niet heeft geleid tot andere beschouwingen en gevolgstrekkingen dan die van de raad op 31 januari 2022, waarmee het hof zich verenigt. De beslissing van de raad wordt op dit onderdeel bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-979/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende onderbouwd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-811/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:102 Raad van Discipline Amsterdam 23-256/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft bij haar bijstand aan de voormalig advocaat van klager in een klachtprocedure de grenzen van haar vrijheid als advocaat van de wederpartij niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:65 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-987/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht tegen verweerster in haar hoedanigheid van mediator in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2023:24 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712321 DW RK 22/8 MdV/SM

    De gegronde klachtonderdelen, in onderlinge samenhang bezien, leveren de volgende verwijten op. De gerechtsdeurwaarder heeft zonder rekening te houden met het belang van klager en de wens van de opdrachtgever buitenproportioneel beslag gelegd. In het exploot van 26 november 2020 zijn de executiekosten opgelopen tot € 1.464,34, waar de oorspronkelijke hoofdsom € 95,00 was. De bij klager gewekte indruk dat deze beslagen voor eigen gewin zijn gelegd, is niet geheel onbegrijpelijk. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder er blijk van gegeven onvoldoende op de hoogte te zijn van de voor de beroepsgroep relevante jurisprudentie en wet- en regelgeving, die hem had kunnen beletten disproportioneel beslagen te leggen, of daarover onjuiste stellingen in te nemen. Ook heeft de kamer moeten constateren dat de gerechtsdeurwaarder op ten minste drie separate momenten gedemonstreerd heeft (tegenover klager, en ook in klachtprocedure) zijn administratie niet te kunnen overzien. Dit heeft er onder meer toe geleid dat de gerechtsdeurwaarder relevante stukken niet meer kan produceren, en een uitermate verwarrende verklaring heeft verstrekt over de inleidende dagvaarding. Naar het oordeel van de kamer geeft de gerechtsdeurwaarder blijk van een onjuiste rechtsopvatting waar het gaat om de (excessieve) hoeveelheid aan gelegde beslagen en de betekening van de daaruit voortvloeiende exploten. Nu het leggen van beslag, het betekenen van stukken maar ook het voeren van een deugdelijke administratie behoren tot de kernwerkzaamheden van een gerechtsdeurwaarder, rekent de kamer deze onjuiste rechtsopvatting de gerechtsdeurwaarder zwaar aan. De kamer ziet daarom aanleiding tot het opleggen van zowel een berisping als een boete van € 3.000,-

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1161

    Klacht tegen arts werkzaam bij Bureau Rijbewijskeuringen. Klager werd verdacht van rijden onder invloed. De beklaagde arts heeft klager onderzocht onder supervisie van de keurende psychiater (eveneens aangeklaagd: C2021/1162). De conclusie van het rapport was dat klager niet rijbevoegd was met als gevolg dat zijn rijbewijs door het CBR ongeldig is verklaard. Klager heeft vervolgens een tuchtklacht ingediend tegen de arts en de psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege en het Centraal Tuchtcollege hebben de klacht destijds ongegrond verklaard. Klager is daarnaast in bezwaar gegaan bij het CBR en uiteindelijk in hoger beroep gegaan bij de bestuursrechter (ABRvS). De ABRvS heeft het hoger beroep gegrond verklaard, zodat het CBR een nieuw besluit op bezwaar moest nemen over de (on)geldigheid van het rijbewijs. Het CBR heeft hiervoor nieuwe informatie gevraagd. De keurend psychiater heeft deze informatie verstrekt in een brief die de arts mede heeft ondertekend. Mede op basis van deze informatie heeft het CBR het rijbewijs van klager wederom ongeldig verklaard. De nieuwe tuchtklacht van klager gaat over hetgeen de arts in de brief heeft verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht, voor zover gericht tegen de (inhoud van de) brief, ongegrond verklaard en klager voor het overige i.v.m. ne bis in idem niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-984/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij in familiezaak deels gegrond. Verweerster heeft de grenzen van de haar toekomende vrijheid overschreden vanwege het overleggen van de verklaringen van de psycholoog. In deze verklaringen laat de psycholoog zich fors negatief uit over klaagster. Verweerster heeft naar voren gebracht dat zij de verklaringen wilde overleggen om inzichtelijk te maken dat zijdens haar cliënt sprake was geweest van een hulpverleningstraject. Dat doel had verweerster echter ook op een andere wijze kunnen bereiken. Door de producties in deze vorm in het geding te brengen en daar in haar verweerschrift nadrukkelijk en onvoorwaardelijk naar te verwijzen, heeft verweerster zich onnodig grievend over klaagster uitgelaten en met name ook niet gewaakt voor onnodige polarisatie tussen klaagster en verweersters cliënt. In appel heeft verweerster bij het beroepschrift het volledige procesdossier uit de eerste aanleg, waaronder de als productie bij het verweerschrift ingediende verklaringen van de psycholoog, overgelegd, terwijl zij op dat moment op de hoogte was van de inhoud van de beslissing van het Medisch Tuchtcollege d.d. 10 februari 2020, van het bezwaar van (de advocaat van) klaagster tegen het overleggen van de verklaringen van de psycholoog en van de beslissing van de rechtbank om deze verklaringen buiten beschouwing te laten. Onder die omstandigheden stond het verweerster niet vrij om het volledige procesdossier uit eerste aanleg te overleggen, zonder de bewuste verklaringen in te trekken, te nuanceren of toe te lichten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-230/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij die echtscheidingsbeschikking niet heeft ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Klager werd bijgestaan door eigen advocaat. Beide advocaten hadden de echtscheidingsbeschikking kunnen laten inschrijven, maar geen van beiden heeft dat gedaan. Er bestaat geen wettelijke regel op grond waarvan advocaten verplicht zijn om de echtscheidingsbeschikking in te laten schrijven als zij namens een cliënt een echtscheidingsprocedure zijn gestart. Nu klager in deze zaak niet klaagt over zijn eigen advocaat en uit het klachtdossier ook niet blijkt dat verweerster destijds met de advocaat van klager heeft afgesproken dat zij de inschrijving van de beschikking zou regelen, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.