Zoekresultaten 43061-43070 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.287

    Klacht tegen assistente van de apotheker is ongegrond. Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat assistente terecht heeft geweigerd het medicijn aan klager af te geven nu hij niet een recept had. Onder de omstandigheid dat klager de weekendartsen niet onnodig wilde lastig vallen, was de assistente niet gehouden om de dienstdoende apotheker te consulteren. Behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot een andere beslissing. Beroep afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1316 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.197

    De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens het verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de verpleegkundige niet betrokken is geweest bij de begeleiding van klaagster in de separeer. De verpleegkundige heeft in haar hoedanigheid van coördinerend verpleegkundige niet in strijd gehandeld met de zorg die zij behoorde te betrachten jegens klaagster. Het CTG bevestigt de uitspraak van het RTG.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1310 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.167

    De aangeklaagde arts is als verzekeringsarts werkzaam bij het UWV, heeft een beoordeling einde wachttijd in het kader van de WIA uitgevoerd met betrekking tot klager. De arts heeft klager twee maal op spreekuur gezien, waarna hij een verzekeringsgeneeskundige rapportage heeft uitgebracht en een medisch onderzoeksverslag opgesteld. De conclusie was dat er duurzaam benutbare mogelijkheden waren conform de beschouwing en de functionele mogelijkheden lijst. Na arbeidskundige beoordeling is klager < 35% arbeidsongeschikt bevonden en is hem daarom een WIA-uitkering geweigerd. Klager verwijt verweerder: dat hij officiële documenten vervalst, dat hij klager heeft beledigd/niet met respect heeft behandeld, dat hij het leven van klager heeft bedreigd, dat hij collectieve middelen verspilt en dat hij spanning bij klager heeft veroorzaakt. Het RTG heeft de klacht in zijn geheel als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1917 Raad van Discipline Arnhem 10-118

    Verzet tegen voorzittersbeslissing is niet tijdig ingesteld. Termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1317 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.198

    De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens haar verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de betrokkenheid van de verpleegkundige tijdens de separeer niet is komen vast te staan. Het CTG bekrachtigt de uitspraak van het RTG onder verbetering van de gronden. In hoger beroep is komen vast te staan dat de verpleegkundige géén dienst had op 18 maart 2007 en derhalve niet betrokken is geweest bij de plaatsing in de separeer. De verpleegkundige was echter wél betrokken bij het verblijf in de separeer. De daarbij gehanteerde veiligheidsmaatregelen zijn als adequaat aan te merken. Het CTG merkt voorts op dat de betrokken instelling de verkeerde namen heeft doorgegeven van de betrokken verpleegkundigen waardoor de rechtsgang voor klaagster is bemoeilijkt. Ten overvloede wijst het CTG er op dat klaagster pas een kopie heeft ontvangen van haar medisch dossier ná tussenkomst van het CTG.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1311 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.170

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1918 Raad van Discipline Arnhem 10-165

    Verzetzaak. Klacht wegens het niet opsturen van het procesdossier aan de cassatieadvocaat nadat de behandelend advocaat de werkzaamheden voor klager al enige tijd had beëindigd. Beslissing dat de klacht als kennelijk niet gegrond moet worden beschouwd, wordt in verzet bekrachtigd. Het had op de weg van klager of de cassatieadvocaat gelegen om verweerder een herinnering te sturen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1318 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.285

    Volgens klager heeft zijn huisarts in strijd met zijn geheimhoudingsverplichting aan een derde informatie verstrekt over klager. De arts heeft dit ontkend. Voorts verwijt klager de arts dat deze hem ten onrechte heeft laten arresteren, waarna wederrechtelijke vrijheidsbeneming en een valse aangifte van de arts is gevolgd. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1912 Raad van Discipline Arnhem 10-80

    De klacht (in januari 2010 bij de deken aan de orde gesteld): in een zaak (die speelde in 2001) optredend voor de verzekeraar van aansprakelijk gestelde advocaten a. onjuiste informatie verstrekken en geen advies vragen aan deskundige medici, b. voor die verzekeraar de zaak niet naar behoren uitvoeren maar in de doofpot stoppen en c. optreden voor een verzekeraar die tevens de zijne was en waarin een kantoorgenoot was betrokken. Het tijdsverloop, dat zonder een deugdelijke verklaring bleef, leidt tot kennelijke niet-ontvankelijkheid.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1312 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.181

    De zoon van klaagster is in een pleeggezin geplaatst dat is ingeschreven in de praktijk van de huisarts. Begin 2007 brengt klaagster (de biologische moeder) een bezoek aan de arts i.v.m. verkoudheidsklachten van haar zoon, sindsdien heeft zij meerdere malen contact gehad met de arts m.b.t. deze klachten. In november 2008 verwijst de arts de zoon op verzoek van klaagster naar de KNO-arts. Klaagster verwijt de arts tekortschieten in de medische zorg. Hij heeft de zoon van klaagster wel verschillende malen gezien maar geen behandeling uitgevoerd terwijl dat volgens klaagster dringend nodig was. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.