Zoekresultaten 41831-41840 van de 48216 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2428 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3877/12.11
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 02-02-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2428
Geen sprake van door klager gestelde valsheid in geschrifte. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2403 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3559/10.189
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 12-12-2011
- ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2403
De advocaat heeft de leden van de wrakingskamer die het verzoek tot wraking van mr. F., mrs. G., H., I. en mr. J., zouden behandelen, gewraakt. Hierdoor ontstaat een situatie die zich laat omschrijven als een verzoek tot wraking van de wrakingskamer die het initiële verzoek tot wraking dient te behandelen. Deze wrakingskamer houdt het ervoor dat een dergelijke gang van zaken evident in strijd komt met de goede tuchtprocesorde en dat verzoeker misbruik van het middel wraking maakt. Voorts is de wrakingskamer van oordeel dat de andere klachtzaak waar verzoeker op doelt niet verknocht is aan de onderliggende klachtzaak. De behandeling van het verzoek tot wraking van de mrs. F., G., H., I. en mr. J. wordt aangehouden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2397 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3515/10.145
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 09-01-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2397
Klager behartigt als gemachtigde de belangen van een cliënt in een arbeidsgeschil. Verweerder behartigt de belangen van de werkgever. Verweerder heeft een brief aan klager, waarin hij het standpunt van klagers cliënte bestreed, aan klager gezonden met rechtstreekse verzending van een kopie aan klagers cliënte. Klacht dat verweerder in de brief grievende uitspraken jegens klager heeft gedaan en dat hij aan klagers cliënte een kopie van die brief heeft gestuurd; voorts dat verweerder in de brief op onrechtmatige wijze heeft getracht klagers cliënte te manipuleren en op het verkeerde been te zetten. Verweerder heeft klager zijn excuus gemaakt over een bepaalde opmerking in de brief. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2398 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3849/11.251
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 21-12-2011
- ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2398
De feiten waarover klager klaagt hebben zich voorgedaan in 2006. Dat betekent dat er inmiddels vijf jaar is verstreken. Klager heeft niet gemotiveerd waarom hij zijn klacht niet eerder heeft ingediend, terwijl niet is gebleken van omstandigheden die meebrengen dat klager desondanks in zijn klachten zou moeten worden ontvangen. Het klachtenonderdeel is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk. De tuchtrechter is niet bevoegd te oordelen over een vordering dat een advocaat een door zijn gedraging veroorzaakte schade geheel of gedeeltelijk dient te vergoeden. Een vordering tot vergoeding van schade in dat kader kan alleen aanhangig worden gemaakt bij de civiele rechter. Dit klachtenonderdeel is derhalve eveneens kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2430 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3876/12.10
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 03-02-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2430
In de behandeling van een zaak geniet de advocaat een grote mate van vrijheid. Uit de feiten blijkt niet dat de advocaat in de belangenbehartiging van klaagster te kort is geschoten. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2399 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3866/11.269
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 11-01-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2399
Feitelijk beschuldigt klager de advocaat van valsheid in geschrifte. Van een klager mag verwacht worden van een dergelijke stelling deugdelijk bewijs bij te brengen. Dat ontbreekt. Gelet op het vorenstaande kan niet worden vastgesteld dat de advocaat jegens klager tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Dit klachtenonderdeel wordt als kennelijk ongegrond afgewezen. Niet kan worden vastgesteld dat klager ter zake - door hem gestelde grievende uitlatingen jegens een andere advocaat - rechtstreeks in zijn belang is getroffen, zodat dit klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2393 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3731/11.133
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 09-01-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2393
Klagers zijn erfgenamen van mevrouw V. Over het vermogen van mevrouw V was een bewind ingesteld, waarbij stichting C als bewindvoerder was aangesteld. Verweerder heeft de belangen behartigd van een derde, die een vordering op de nalatenschap van mevrouw V pretendeerde. Algemeen gevolmachtigde van mevrouw V was mevrouw H. De cliënt van verweerder had een boedelvolmacht van mevrouw H overgelegd, waarop een niet gelegaliseerde handtekening staat en waarbij een legitimatiebewijs van mevrouw H ontbreekt. Verweerder heeft, nadat hem bekend was gemaakt dat namens mevrouw H de boedelvolmacht werd ingetrokken, aan de stichting C, onder verwijzing naar de boedelvolmacht, verzocht een aanzienlijk bedrag over te maken op de derdenrekening van verweerders kantoor. Tegelijkertijd verzocht verweerder aan mevrouw H om te bevestigen dat de boedelvolmacht niet zou zijn ingetrokken. De klacht behelst dat verweerder aan zijn cliënt een onjuiste boedelvolmacht heeft verstrekt met de instructie daarvan gebruik te maken bij twee banken; dat verweerder onder gebruikmaking van een onjuiste boedelvolmacht heeft getracht de stichting C te bewegen om een aanzienlijk bedrag op zijn derdenrekening te laten storten; en dat verweerder zich in een belangenverstrengeling heeft begeven, daar het notariaat van zijn kantoor de (ingetrokken) boedelvolmacht had opgemaakt. Eerste klachtonderdeel ongegrond. Tweede en derde klachtonderdeel gegrond. Verweerder heeft zijn brief aan de stichting C gebaseerd op niet-geverifieerde en onjuiste informatie en op een gebrekkige volmacht waarvan hij op dat moment de informatie had dat die was ingetrokken. Verweerder diende voorts rekening te houden met een mogelijk tegenstrijdig belang tussen zijn cliënt, die een beroep op de boedelvolmacht wenste te doen en mevrouw H, namens wie was meegedeeld dat de boedelvolmacht, opgemaakt door het notariaat van verweerders kantoor, werd ingetrokken. Schorsing voor de duur van één maand, met een bijzondere bepaling ten aanzien van het tijdstip van ingang daarvan.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2431 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3871/12.5
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 01-02-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2431
De termijn waarbinnen klager de klacht heeft ingediend tegen verweerder is zo onredelijk lang, voor zover het de tot en met september 2004 verleende rechtsbijstand betreft, dat de voorzitter de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afwijst.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2419 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3840/11.242AII
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 30-11-2011
- ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2419
Niet kan worden vastgesteld dat klaagster door toedoen van de advocaat rechtstreeks in haar belang is getroffen. Aan de beantwoording van de vraag of sprake is geweest van handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt wordt reeds daarom niet toegekomen. De voorzitter heeft de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2394 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3842/11.244a
- Datum publicatie: 12-02-2012
- Datum uitspraak: 15-12-2011
- ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2394
Op basis van de tegenstrijdige verklaringen van klager en de advocaat kan niet worden vastgesteld dat de advocaat voor klagers aanhouding en detentie verantwoordelijk is. De advocaat is overigens niet bevoegd tot het nemen van de beslissing om klager aan te houden en een gerechtelijke uitspraak ten uitvoer te leggen. Een beslissing tot de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wordt genomen door het Openbaar Ministerie. Uit de stukken, noch anderszins is gebleken dat de advocaat de hem toekomende ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn client te behartigen te buiten is gegaan dan wel zich in enig ander opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Klager heeft zijn stellingen onvoldoende nader onderbouwd, zodat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag van de advocaat. Voorts heeft klager geen feiten en omstandigheden gesteld en aangetoond, waaruit afgeleid kan worden dat het de advocaat niet vrijstond zich als advocaat van klagers wederpartij op verjaring van klagers vordering te beroepen. De tuchtrechter is niet bevoegd te oordelen over een vordering dat een advocaat een door zijn gedraging veroorzaakte schade geheel of gedeeltelijk dient te vergoeden. Een vordering tot vergoeding van schade in dat kader kan alleen aanhangig worden gemaakt bij de civiele rechter. De klachtenonderdelen a tot en met d zijn kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4183
- Pagina: 4184
- Pagina: 4185
- ...
- Pagina: 4822
- Volgende pagina zoekresultaten