Zoekresultaten 38491-38500 van de 48335 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4140 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3864/11.267

    Klager heeft verweerder benaderd met een verzoek om bijstand aan zijn dochter die ingevolge de wet BOPZ is opgenomen. Verweerder neemt hierna telefonisch contact op met de dochter, waarbij hij merkt dat zij al van rechtsbijstand is voorzien. Verweerder geeft hierna aan klager te kennen dat hij niet voor de dochter zal optreden. De voorzitter oordeelt dat geen opdracht tot verlening van juridische bijstand aan de dochter is aanvaard en verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4121 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4119/13.26

    Vast staat dat verweerder geen onderzoek heeft gedaan naar de juiste tenaamstelling van zijn cliënte. Dit laatste brengt niet zonder meer mee dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In dat verband is van belang dat de inleidende dagvaarding en het herstelexploot zijn uitgebracht onder verantwoordelijkheid van andere advocaten. Bovendien bevond zich in het dossier een uittreksel van de Kamer van Koophandel bevond. Relevant in dat kader is dat het verschil tussen de informatie zoals die uit het Handelsregister blijkt en de naam van de eisende partij in de procedure zich beperkt tot de letter “C”. Het heeft er dan ook de schijn van dat abusievelijk door de voorganger(s) van verweerder vergeten is de letter “C” ook in de processtukken een plaats te geven. Deze omissie rechtvaardigt niet de conclusie dat sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar gedrag van verweerder. Verweerder heeft gesteld dat evident is dat met de omschreven naam in de processtukken dezelfde vennootschap wordt bedoeld als de vennootschap zoals omschreven in het uittreksel van de Kamer van Koophandel. De voorzitter heeft geen reden daar anders over te denken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4102 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3914/12.48

    Verzet niet ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn. Niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4134 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4018/12.152

    Klager beklaagt zich over het feit dat verweerder in strijd gehandeld heeft met de tussen klaagster en haar wederpartij geldende geheimhoudingsverplichting betreffende een mediation tussen partijen. Vaststaat dat verweerder aan de rechter mededelingen heeft gedaan over hetgeen tussen klaagster en de wederpartij tijdens de mediation is besproken. Primair oordeelt de Raad dat niet, althans onvoldoende weersproken, vaststaat dat klaagster en haar wederpartij een mediationovereenkomst hebben gesloten met daarin opgenomen een geheimhoudingsbeding en dat tevens de advocaten, die de partijen bijstaan, aan dat geheimhoudingsbeding zijn gebonden. De Raad gaat voorbij aan de stelling van verweerder dat er alleen sprake was van therapeutische gesprekken. Verweerder had zich moet onthouden van elke berichtgeving aan de rechtbank omtrent de inhoud en het verloop van de mediation. Verweerder wordt ermee bekend verondersteld dat mediation een vertrouwelijk karakter heeft en dat er op hem geheimhouding rust met betrekking tot de inhoud van de mediationgesprekken. De Raad verwerpt het verweer dat de rechtbank verweerder verzocht zou hebben om de rechtbank te informeren omtrent de inhoud en het verloop van mediation. Het proces-verbaal geeft te kennen dat de rechtbank verzocht heeft om informatie over de stand van zaken. De klacht is gegrond. De Raad legt de verweerder de maatregel op van enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4115 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4055/12.189

    Klager heeft met de clienten van verweerder een koopovereenkomst betreffende een onroerende zaak gesloten. Verweerder heeft klager eerst schriftelijk gewezen op zijn verplichtingen en hem gesommeerd de koopovereenkomst na te komen. Daar klager daarop niet reageerde heeft verweerder een kort geding voorbereid en daartoe een concept dagvaarding aan klager gezonden en zijn verhinderdata gevraagd. Klacht dat verweerder klager willens en wetens heeft geïntimideerd en gechanteerd in plaats van deskundig jegens klager op te treden; dat verweerder niet heeft getracht de zaak in der minne op te lossen; dat verweerder klager onnodig op kosten heeft gejaagd en dat verweerder door zijn handelwijze het vertrouwen in de advocatuur heeft aangetast. De voorzitter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat verweerder de hem toekomende vrijheid van belangenbehartiging te buiten is gegaan en dat het verweerder vrijstond om klager in rechte te betrekken toen klager geen gevolg gaf aan de brief van verweerder. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4128 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4121/13.28

    De klachtonderdelen zien op de wijze waarop verweerster als mediator heeft gehandeld. Uit de gestelde verwijten kunnen niet zodanige gedragingen van verweerster worden afgeleid dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur zou kunnen worden geschaad. Klachtenonderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4109 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3972/12.106

    De tussen klaagster en verweerster ontstane problemen vinden hun oorsprong in de gebrekkige communicatie. De onduidelijkheid in de communicatie komt voor rekening van verweerster. Nu klaagster zich ook actiever had kunnen opstellen heeft dit consequenties voor de zwaarte van de maatregel. Klacht gegrond, zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2013:YG2856 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 092-2012

    Klacht tegen bedrijfsarts betreffende verzuimbegeleiding bij. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4090 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4137/13.44

    Uit het e-mail bericht van verweerder van 22 juni 2012 blijkt dat klager daarin geen antwoord heeft gegeven op de vraag van verweerder in de e-mail van 21 juni 2012. Toen dat antwoord ook daarna uitbleef stond het verweerder dan ook vrij om in opdracht van zijn cliënte tot betekening en bevel over te gaan. Verweerder had er – zoals hij zelf ook heeft erkend en waarvoor hij aan klager zijn excuses heeft aangeboden – verstandig aan gedaan na zijn e-mail bericht van 21 juni 2012 en ondanks de inhoud van het e-mail bericht van klager van 22 juni 2012 nogmaals te vragen of de cliënte van klager vrijwillig aan de proceskostenveroordeling zou voldoen. Dat verweerder dit niet heeft gedaan, betekent echter niet dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA4071 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4017/12.151

    Verplichting te wijzen op mogelijkheid gefinancierde rechtshulp zowel bij openen nieuwe zaak als bij voortzetting of heropening daarvan door een (opvolgend) advocaat. Beleidsvrijheid advocaat. Het ontbreken van de vereiste schriftelijke vastlegging ten aanzien van beide aspecten acht de raad in strijd met de in acht te nemen zorgvuldigheid. Klacht gegrond. Berisping.