We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 23081-23090 van de 47978 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1798

    Neuroloog was niet op de hoogte van verhoogde bezinking en heeft nierfunctiestoornissen niet besproken, waardoor de familie onvoldoende is geïnformeerd en patiënt ten onrechte is ontslagen naar revalidatiecentrum. Verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1777

    Medisch adviseur wordt verweten dat hij op intimiderende wijze een medische keuring heeft uitgevoerd in een openbare ruimte, dat hij in verband met het verkrijgen van informatie uit de curatieve sector machtigingen heeft opgesteld die niet voldoen aan de eisen van KNMG, dat ten onrechte een afwijzend advies aan de opdrachtgever is gegeven waarbij klager geen gelegenheid heeft gehad gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht. Eigen verantwoordelijkheid verweerder voor keuze onderzoekslocatie. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Verschillende lezingen over de gebeurtenissen. Zelfstandige beoordeling op basis van eigen onderzoek en informatie uit de curatieve sector. Machtigingen, in samenhang met begeleidende brief, voldoen aan de eisen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:183 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-357/DB/LI

    Advocaat heeft cliënt tijdig bericht dat het door de rechtsbijstandsverzekeraar beschikbaar gestelde maximum was bereikt en zijn uurtarief voor zijn verdere werkzaamheden vermeld. Kosten zijn onder meer door de grote omvang door de cliënt aangeleverde stukken hoog opgelopen. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.089 en c2017.090

    Klacht van IGZ tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. De klacht houdt in dat verweerder ten opzichte van zijn cliënte de grenzen van de professionele relatie niet in acht heeft genomen door een persoonlijke relatie met haar aan te gaan en dat hij geen verantwoorde zorg aan cliënte heeft geboden door zelfstandig een specialistische behandeling uit te voeren waarvoor hij zichzelf zonder supervisie niet bekwaam achtte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard, aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaar en publicatie van de beslissing gelast. Het principaal beroep van verweerder richt zich niet tegen de gegrondverklaring door het Regionaal Tuchtcollege van de klacht noch tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel, maar ziet veeleer op de verbetering van gronden. IGZ heeft in incidenteel beroep verzocht om de voorwaarden van de in eerste aanleg opgelegde schorsing te verduidelijken zodat de inspectie toezicht kan uitoefenen op de naleving van die voorwaarden. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de gegrondverklaring van de beide klachtonderdelen onder verbetering van gronden en handhaaft de oplegging van de voorwaardelijke schorsing onder aanpassing van de voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.091

    Herzieningsverzoek van doorgehaalde huisarts. De arts is bij beslissing van 31 maart 2015 doorgehaald op grond van een combinatie van verwijten: grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van een patiente, onjuist declaratiegedrag, slechte dossiervoering, het opstellen van een valse medische verklaring; tezamen met een aantal eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen leidde dit alles tot het oordeel van het Centraal Tuchtcollege dat de arts niet over een juiste beroepshouding beschikt en dat hij heeft gehandeld in strijd met zowel de eerste als de tweede tuchtnorm. De arts heeft na de strafrechtelijke behandeling van de gebeurtenissen ten aanzien van (onder andere) de klaagster herziening van het tuchtrechtelijk oordeel gevraagd. Van een aantal feiten is hij tuchtrechtelijk vrijgesproken, maar is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf terzake van poging tot ontucht ten opzichte van een patient die zich aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd. De arts beroept zich op een document dat niet vervalst zou zijn om zich een alibi ten tijde van het gewraakte grensoverschrijdende gedrag te verschaffen en blijft de ontuchtige handelingen betwisten. Het Centraal Tuchtcollege wijst het herzieningsverzoek af. De tuchtrechtelijke toetsing heeft een ander kader dan de strafrechtelijke; het bewuste document is niet de enige grond voor twijfel aan het alibi en er was sprake van een combinatie van diverse verwijten, waarop de doorhaling in 2015 was gebaseerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-506/DB/ZWB

    Voldoende aannemelijk dat aan advocaat opdracht is verstrekt om zich in hoger beroep te stellen en de dagvaarding te (doen) aanbrengen. Klager heeft, toen bleek dat de rechtsbijstandsverzekeraar ook na het positieve advies van de advocaat definitief geen dekking gaf, nagelaten de opdracht voor de verder behandeling in hoger beroep te bevestigen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.180

    Klacht tegen een huisarts van een Penitentiaire Inrichting. Klager verwijt de huisarts dat hij laakbaar heeft gehandeld door de verkeerde medicatie toe te dienen, als gevolg waarvan klager in coma heeft gelegen en zijn leven in gevaar is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat moet worden vastgesteld dat de huisarts aan verweerder geen verkeerd medicijn heet toegediend of heeft voorgeschreven en heeft daarom de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17112

    Verwijt aan specialist ouderengeneeskunde dat hij zonder toestemming van de mentor en op onjuiste wijze een psychiatrisch onderzoek bij patiënte heeft verricht en een uitspraak over de wilsbekwaamheid van patiënte heeft gedaan. Toestemming wettelijk vertegenwoordiger. Verweerder was bekend met setting in verpleeghuizen en met familieproblemen en heeft nagelaten te onderzoeken of er een mentor was benoemd. Desondanks heeft hij onderzoek gedaan. Rapportage ver beneden de maat. Deels gegrond. Berisping en publicatie.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam C/13/628222 / NT RK 17/42 (Th)

    De kamer rekent de notaris niet alleen het laten ontstaan van een negatieve bewaringspositie zwaar aan, maar ook dat hij het tekort niet terstond heeft aangevuld en kennelijk heeft laten afhangen van een betaling van een declaratie. Voorts blijkt uit het verweer van de notaris dat ook in de maanden juli, augustus en oktober telkens aan het eind van de maand sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie, waarvan de notaris naar eigen zeggen steeds niet op de hoogte is geweest. In zoverre kan niet gezegd worden dat sprake is van een incident. Op zichzelf beschouwd zou dit het opleggen van de maatregel van ontzetting uit het ambt kunnen rechtvaardigen. De kamer is evenwel van oordeel dat het opleggen van deze maatregel aan de notaris in het onderhavige geval te ver voert. De kamer acht namelijk aannemelijk dat bedoelde maandelijkse negatieve bewaringsposities vooral veroorzaakt zijn door een onhandige timing in de betalingen. Voorts staat vast dat de negatieve bewaringsposities niet het gevolg zijn van overboekingen te eigen bate en evenmin van excessieve uitgaven. Ook neemt de kamer in ogenschouw de over het algemeen relatief geringe omvang en korte duur van de tekorten en de serieuze maatregelen die de notaris heeft genomen om herhaling te voorkomen, zoals wekelijkse monitoring van de bewaringspositie, controle bij elke kantooruitgave en een stringenter incassobeleid. Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen, acht de kamer het passend en geboden dat de notaris wordt opgelegd de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee maanden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-102/DB/LI

    Een advocaat dient een opvolgend advocaat te informeren over de stand van een zaak. Dit geldt eveneens ten aanzien van een tweede opvolgende advocaat in een later stadium, indien deze informatie nodig heeft die de betreffende advocaat niet aan de eerste opvolgende advocaat had verstrekt. Verzet ongegrond.