Zoekresultaten 22831-22840 van de 47453 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/318122 KL RK 17-39

    De gedragingen die klaagster de notaris verwijt houden geen rechtstreeks verband met de werkzaamheden die de notaris – betrokken bij de boedelafwikkeling - in het kader van zijn ambtsuitoefening verricht heeft of die voor een notaris onbetamelijk zijn. Ook stond het de notaris vrij – gelet op stadium waarin de afwikkeling verkeerde, alsnog van het bewind af te zien. Klacht ook op overige onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2017:204 Raad van Discipline Amsterdam 17-557/A/A

    Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegronde klacht over eigen advocaat. Niet gebleken dat klager verweerster opdracht heeft gegeven om de zaak voor te leggen aan de gewone rechter. Dat zij dat niet heeft gedaan valt haar dan ook niet tuchtrechtelijk te verwijten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-487/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond omdat door advocaat is betwist en niet is gebleken dat er een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen tussen cliënt en advocaat.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-016/DB/OB

    Verzetbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-364/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster sub 2 en klaagster sub 3 hebben geen rechtstreeks belang bij de klacht. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht is ingediend namens klager sub 1 is deze kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1001/DB/LI

    Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van deken onvoldoende toezicht heeft gehouden op mr. H., ex-echtgenote van verweerder. Mr. H. zou de derdengeldenrekening van haar kantoor hebben gebruikt om zwart geld weg te sluizen. Verweerder heeft onderzoek naar mutaties gedaan, maar klager heeft op geen enkele wijze aannemelijk weten te maken dat gelden die aan klager zouden toebehoren, van de derdengeldenrekening van de stichting Derdengelden van mr. H. zijn verdwenen. In verzet zijn door klager geen nieuwe gezichtspunten naar voren gebracht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:256 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.350

    Klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de behandeling van de dochter van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat het in deze tuchtrechtprocedure gaat om het vaststellen van mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de psychiater waarvoor klager zelf de feiten moet aandragen. Omdat klager geen afschrift van het medisch dossier van patiënte heeft ingezien of ontvangen is het voor hem nagenoeg onmogelijk om de feiten te onderbouwen waarop zijn klacht kennelijk berust. Als de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen niet komen vast te staan, kan die klacht in beginsel niet gegrond verklaard worden. Dit berust niet hierop dat het woord van klager minder geloof verdient dan het woord van de psychiater (die van de GGZ-instelling ten behoeve van zijn verweer wel inzage in het medisch dossier van patiënte heeft gekregen) maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat bepaalde gedragingen van de psychiater hem tuchtrechtelijk kunnen worden verweten, eerst aannemelijk moet zijn geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dat leidt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond verklaard kan worden en dus moet worden afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege is tot hetzelfde oordeel gekomen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-098/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-480/DB/ZWB

    Klaagster was geen partij in de procedure en haar belangen zijn geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:257 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.085

    Klacht tegen een (kinder- en jeugd)psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij zich tegenover klager niet heeft gehouden aan de regels van een zorgvuldige, betamelijke beroepsuitoefening en dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden. Verweerder heeft vérgaande uitspraken gedaan over klager in een verslag aan de huisarts van de ex-partner, zonder dat verweerder persoonlijk contact met klager en zijn dochter heeft gehad. Verweerder baseert zich daarbij op informatie die hij niet in bezit hoorde te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en de psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt grotendeels tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. De klacht is gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing maar uitsluitend voor zover aan de psychiater de maatregel van berisping is opgelegd. In zoverre opnieuw rechtdoende, legt het Centraal Tuchtcollege de psychiater de maatregel op van voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden en gelast het Centraal Tuchtcollege publicatie van deze beslissing. De verzwaring van de opgelegde sanctie is mede ingegeven door het feit dat de psychiater het foutieve van zijn handelen nauwelijks lijkt in te zien.