Zoekresultaten 22471-22480 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.114

    Klaagster heeft een niertransplantatie ondergaan. Klaagster werd ingeleid voor de bevalling in verband met verslechtering van de nierfunctie en oplopende bloeddruk. Na de bevalling is de dochter van klagers opgenomen op de neonatale intensive care unit i.v.m. de verdenking van een infectie. Uiteindelijk bleek er sprake te zijn van een GBS-meningitis en sepsis. Klagers verwijten de aangeklaagde gynaecoloog dat hij - als hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor de begeleiding van klaagsters zwangerschap - onzorgvuldig en in strijd met de vigerende richtlijn GBS-ziekte heeft gehandeld doordat hij: 1. heeft nagelaten GBS-diagnostiek uit te voeren gelet op de in december 2011 bij klaagster aangetoonde urine infectie waardoor klaagster draagster was geworden van GBS. De gynaecoloog had tijdens de zwangerschap onderzoek moeten doen naar GBS-dragerschap bij klaagster, gelet op de recidiverende urineweginfecties voorafgaande aan en tijdens de zwangerschap; 2. gelet op de premature bevalling volgens de beslisboom een kweek had moeten inzetten, zeker nu hij betrokken was bij deze beslissing en ook overigens zelf heeft aangegeven dat de kans groot was dat klaagster prematuur zou bevallen. Voor zover de gynaecoloog de richtlijn juist heeft geïnterpreteerd zijn klagers van oordeel dat genoeg redenen aanwezig waren voor het afwijken van de richtlijn en dat de gynaecoloog daartoe had moeten besluiten; 3. gelet op de duur van de gebroken vliezen (23 uur) ten minste een kweek had moeten inzetten; 4. ten onrechte eventuele resistentie tegen antibiotica boven het leven van een kind heeft gesteld, door strikt de richtlijn te volgen; 5. gelet op de door klaagster gebruikte afweermedicatie, die ook invloed hadden op haar ongeboren kind, ook had moeten hebben voor de verminderde weerstand van het kind. De gynaecoloog heeft geen informatie opgevraagd bij het Medisch Centrum. 6. veel te laat pas alert is geworden op de GBS-bacterie. Pas een dag na de bevalling is een kweek bij klaagster afgenomen. Het RTG Zwolle verklaart de onderdelen 1, 2, 4 en 5 gegrond, de onderdelen 3 en 6 ongegrond en berispt de gynaecoloog. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, omdat er onvoldoende aanleiding was voor de arts om nader onderzoek te doen. De eerdere GBS-infectie was – vanwege een onvolledige brief – niet bekend bij de arts en (frequent terugkerende) urineweginfecties zijn geen risicofactor voor GBS. Met de in de beslisboom van de richtlijn GBS-ziekte genoemde premature bevalling is bovendien bedoeld een spontane vroeggeboorte, en niet een ingeleide bevalling, zoals bij klaagster. Geoordeeld wordt dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld heeft. Aan hem wordt dus geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:27 Raad van Discipline Amsterdam 17-837/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij deels gegrond. Verweerder heeft zich in de dagvaarding onnodig grievend over de wederpartij uit te laten door gebruik te maken van zeer persoonlijke brieven met gevoelige inhoud om daaraan vervolgens vergaande conclusies te verbinden betreffende de relatie tussen klager en zijn ouders. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:22 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-809/DH/DH

    voorzittersbeslissing; klacht tegen advocaat wederpartij over het niet adequaat reageren op e-mails van de advocaat van klager kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.385

    Klacht tegen tandarts. Klager heeft op enig moment van de (assistente van) verweerder een standaardbegroting gekregen voor het plaatsen van twee implantaten. Het in de begroting gedane aanbod was blijkens de begeleidende brief 6 maanden geldig. Na het verstrijken van deze termijn heeft klager laten weten akkoord te gaan met de begroting waarna de tandarts niet meer van zich heeft laten horen. Klager verwijt de tandarts contractbreuk. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege constateert dat de tussen partijen ontstane onduidelijkheid over de behandelrelatie hen beiden valt aan te rekenen en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:28 Raad van Discipline Amsterdam 17-625/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:47 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.396

    Klacht van de inspectie tegen een orthodontist. De inspectie verwijt verweerder dat hij (seksueel) grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond ten opzichte van meerdere, deels minderjarige, vrouwelijke patiënten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard, de inschrijving van de orthodontist in het BIG-register doorgehaald dan wel hem het recht op wederinschrijving ontzegd, de inschrijving van de orthodontist bij wijze van voorlopige voorziening met onmiddellijke ingang geschorst en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de orthodontist hetgeen meebrengt dat de maatregel van doorhaling gehandhaafd blijft en dat aan de orthodontist, voor het geval hij niet meer is ingeschreven in het register, het recht wederom te worden ingeschreven wordt ontzegd. Ook het Centraal Tuchtcollege gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:29 Raad van Discipline Amsterdam 17-894/A/A

    Klacht over eigen advocaat deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder overleg met klaagster te proberen uitstel te verkrijgen voor een zitting. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.455

    Klacht tegen een internist. Klaagster verwijt de internist dat zij -) de verhoogde waarden van de trombocyten van 24 en 28 juni 2013 niet heeft gezien en niet in verband heeft gebracht met een (toen nog) niet gediagnosticeerd en ernstig ziektebeeld -) geen externe expertise heeft ingeroepen bij haar (toen nog) niet gediagnosticeerd ziektebeeld -) het verzoek van haar echtgenoot van 16 juli 2013 om de expertise van een intensivist in te roepen niet heeft gehonoreerd, terwijl het ziektebeeld nog niet was gediagnosticeerd -) klaagsters ziektebeeld, zonder het inroepen van externe expertise, heeft bestempeld als een psychiatrische aandoening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afwezen. Het Centraal Tuchtcollege komt op grond van de stukken en hetgeen door partijen over en weer ter terechtzitting in beroep nog naar voren is gebracht tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-815/DH/DH

    voorzittersbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij gedeeltelijk niet-ontvankelijk gelet op de vervaltermijn en overigens kennelijk ongegrond bij gebrek aan voldoende feitelijke onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:30 Raad van Discipline Amsterdam 17-732/A/A

    Ongegrond verzet.