Zoekresultaten 22271-22280 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:45 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170209

    Klacht van belastinginspecteur en Belastingdienst tegen de advocaat van wederpartij. De klacht is door de raad ongegrond verklaard. Klagers en de deken hebben hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst is in twee klachtonderdelen, die de persoonlijke bejegening door de beklaagde advocaat van een belastinginspecteur betreffen, niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een eigen belang. Het hoger beroep van klager (belastinginspecteur) en de deken met betrekking tot deze twee klachtonderdelen slaagt niet. De advocaat heeft gehandeld binnen de vrijheid die hem toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Het hof acht, net als de raad, ook de overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:53 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-950/DH/A

    voorzittersbeslissing; klacht over optreden advocaat wederpartij kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:46 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170276

    Het hoger beroep beperkt zich tot de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing door de raad. Hoewel het handelen van verweerder in het verleden een onvoorwaardelijke schorsing rechtvaardigt, oordeelt het hof dat de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke schorsing verweerder kennelijk aan het denken heeft gezet, zodanig dat hij de problemen - die de deken aanleiding hebben gegeven tot het indienen van een nieuw dekenbezwaar - en de resterende vraagpunten alsnog (praktisch) volledig heeft opgelost en ook concrete stappen heeft gezet in de vorm van het volgen van een cursus en therapie om herhaling in de toekomst te voorkomen. Gelet op deze recente ontwikkelingen en de visie van de deken daarop, ziet het hof aanleiding de opgelegde maatregel aan te passen in die zin dat een geheel voorwaardelijke schorsing wordt opgelegd voor een langere periode dan door de raad bepaald, namelijk voor 8 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:47 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170244

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou klager tijdens zijn dienstverlening niet goed geadviseerd hebben over de mogelijke gevolgen van de vaststellingsovereenkomst en verweerder zou hebben verzuimd de wederzijdse rechten en verplichtingen nauwkeurig in de vaststellingsovereenkomst vast te leggen. Klacht ongegrond. Het hof acht de klacht alsnog ongegrond. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:48 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170227

    Klacht over advocaat wederpartij. Klacht gegrond. Verweerder heeft zich onnodig intimiderend uitgelaten. Nu verweerder heeft erkend dat de wijze waarop verweerder jegens klager is opgetreden mede was bepaald door de omstandigheid dat hij optrad als advocaat van zijn dochter, is daarmee het verband gegeven tussen een gebrek aan voldoende onafhankelijkheid van verweerder bij zijn cliënte en de onjuiste bewoordingen die verweerder heeft gebruikt in zijn brief aan klager. Gegrondverklaring zonder oplegging van maatregel. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:44 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170343

    Art. 13 lid 2 Advocatenwet. Beklag tegen de beslissing van de deken is ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat de procedure die klagers tegen de curator zouden willen voeren een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij betrekt het hof dat klagers reeds hebben getracht hun gelijk te halen bij de curator en de rechtbank en de rechtbank op de bezwaren van klagers gemotiveerd heeft beslist.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1176

    Dekenbezwaar. Eindbeslissing na tussenbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat geen sprake is van het voeren van een bij voorbaat kansloze procedure door verweerder, hoewel deze enige malen een zelfde procedure is gestart op grond van art. 64 Vreemdelingenwet en vervolgens tegen de beslissing bezwaar/beroep heeft aangetekend. Verweerder heeft gemotiveerd aangevoerd dat zijn cliënt belang had bij de procedures. Het verwijt dat verweerder niet naar de zitting van de rechtbank is gegaan, treft evenmin doel. Verweerder heeft aangevoerd dat hij niets had toe te voegen aan hetgeen reeds in de schriftelijke stukken was aangevoerd, terwijl niet is komen vast te staan dat voor de cliënt niet duidelijk was dat verweerder niet naar de zitting zou gaan. Van ontoelaatbare druk van de kant van verweerder om de klacht in te trekken is ook niet gebleken. De deken heeft dit verwijt onvoldoende onderbouwd. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:218 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1176

    Dekenbezwaar. Verweerder wordt verweten dat hij een bij voorbaat kansloze procedure heeft gevoerd, niet naar een zitting van de rechtbank is gegaan en zijn cliënt onder ontoelaatbare druk heeft gezet om de klacht tegen hem in te trekken. De raad gelast een getuigenverhoor waarbij de cliënt van verweerder zal worden gehoord. Daartoe zal een datum worden bepaald.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17176

    Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat zij over klaagsters gezondheidssituatie heeft geoordeeld zonder de juiste informatie, een onjuist advies heeft gegeven en heeft geweigerd contact op te nemen met klaagsters huidige psycholoog. College: Geen wettelijke basis voor ‘preventiespreekuur’. Onderscheid vrijwillig en verplicht spreekuurcontact. Het doel van het spreekuur en de daarbij behorende rechten en plichten van de werknemer waren voor klaagster kennelijk niet duidelijk. Het had op verweersters weg gelegen om te verifiëren of klaagster de gang van zaken begreep bijvoorbeeld door haar naar de reden van haar komst te vragen en vervolgens een andere afspraak te plannen als bleek dat klaagster er met een andere vraagstelling zat. Niet gebleken is dat zij dat (in voldoende mate) heeft gedaan. Ten onrechte geen informatie opgevraagd bij klaagsters huidige psycholoog. Dat klaagster pas heel kort onder behandeling was doet daaraan niet af. Conclusie en advies berusten op onvolledige informatie. Advies ook onduidelijk. Inconsequent gehandeld, aangezien zij heeft gesteld dat sprake was van een “preventief” spreekuurcontact (vergelijkbaar met een contact in het kader van een arbeidsomstandighedenspreekuur), terwijl uit haar handelen blijkt dat zij zich bezighield met klaagsters verzuimbegeleiding. Schending geheimhoudingsverplichting. Deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-253

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Door het benoemen van medische informatie in de rapportage naar de werkgever kan de bedrijfsarts een bepaalde mate van onzorgvuldigheid worden verweten, maar gelet op de omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De term ‘mental cause’ is weinig concreet, er was al correspondentie tussen klaagster en de werkgever in het dossier waaruit de werkgever kon afleiden dat een geheel lichamelijke oorzaak van het verzuim niet logisch was. De gebruikte term kan als een incident worden beschouwd. Discriminatie is niet vast komen te staan. Klacht afgewezen.