Zoekresultaten 22201-22210 van de 47441 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:207 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-436/DB/LI

    Voorzitter heeft juiste maatstaf gehanteerd en kon de klacht zonder zitting afdoen op gerond van artikel 46j Advocatenwet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17100

    Huisarts wordt verweten dat zij de klachten van patiënte heeft gebagatelliseerd en een acuut coronair syndroom heeft gemist waardoor patiënte is overleden. Tevens was zij niet empatisch en respectvol en is er sprake van onzorgvuldige verslaglegging. Verweerster heeft zich teveel laten leiden door haar eigen waarneming. Zij had meer acht moeten slaan op het triageverslag en de aanhoudende onrust van patiënte, minder moeten vertrouwen op een relativerende opmerking van patiënte die zij niet kende en dus niet kon inschatten of het in de aard van deze patiënte zat om haar klachten (ten onrechte) te relativeren. Verslaglegging had vollediger gekund doch de hulpverlening is niet in het gedrang gekomen. Deels gegrond. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:208 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-617/DB/LI

    Geen sprake van het uitoefenen van ongeoorloofde druk door advocaat om klacht in te trekken. Begrijpelijk dat een advocaat tegen wie een klacht is ingediend zich terughoudend opstelt. Advocaat heeft de belangen van klager in de lopende zaken steeds behartigd. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1177

    Klacht tegen eigen advocaat. Door stukken, waarvan aannemelijk is dat deze relevante bewijswaarde hadden, niet (tijdig) in het geding te brengen en door niet te reageren op contactverzoeken van klager na het voor klager negatieve vonnis, heeft verweerder niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1757

    volgt

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:209 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-636 DB /OB

    Advocaat heeft erkend dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld, terwijl zijn cliënt had kunnen begrijpen dat hij dat wel zou doen. Onduidelijkheid over het al dan niet instellen van hoger beroep komt voor risico van de advocaat. Dat advocaat heeft erkend dat hij geen hoger beroep heeft ingesteld, betekent niet dat hij erkent dat zijn cliënt schade heeft geelden. Client dient de advocaat aansprakelijk te stellen. Zonder dat kan de advocaat de zaak niet aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar doorgeleiden. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-760

    verzet ongegrond. Geen plaats voor een ruimere verjaringstermijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-249 17-249D

    Gecombineerde klacht/dekenbezwaar over eigen advocaat van klagers. Klagers ex 46g lid 1 sub a Aw niet-ontvankelijk in aantal klachtonderdelen die buiten 3-jaarstermijn vallen. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Vervaltermijn deken ook ex 46g lid 1 sub a Aw beoordeeld. Deken heeft onbetwist gesteld eerst in april 2016 bekend te zijn geworden met het gewraakte handelen van verweerder vanaf 2010 door indiening van de klacht door klagers. Binnen 3-jaarstermijn dekenbezwaar ingediend en daarmee ontvankelijk. Onzorgvuldige communicatie van verweerder met klagers. Schending van Gedragsregel 8 door het ontbreken van schriftelijke opdrachtbevestigingen met financiële afspraken. Gegrond. Waarschuwing. Overige klachtonderdelen over voeren incassoprocedure over onbetaalde declaraties, grievende uitlatingen, dossieroverdracht ongegrond. Dekenklacht gegrond ten aanzien van ontbreken van schriftelijke opdrachtbevestigingen van verweerder en ontbreken van schriftelijke bevestiging van met klagers beweerdelijk gemaakte financiële afspraken en besproken plan van aanpak met risico analyse. Aldus heeft verweerder in strijd gehandeld met het bepaalde in artikel 7.5 van de VOdA en met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt (artt. 46 Aw in combinatie met Gedragsregels 8 en 26). Dat verweerder geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan en een bij voorbaat kansloze procedure in hoger beroep namens klaagster heeft gevoerd en daarmee in strijd met art.10a en 46 Aw kan de raad door gemotiveerde betwisting daarvan en bij gebreke van concrete onderbouwing niet vaststellen. Overige dekenklachten ongegrond. Alleen maatregel in klachtzaak. Eenmaal proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-123

    Verweerder heeft in een procedure twee brieven met klager overgelegd en mocht dat naar het oordeel van de raad ook doen. Geen strijdigheid met gedragsregel 12. Verweerder heeft na vergeefs overleg met klager vooraf om bemiddeling door de deken gevraagd. Volgens de deken had de cliënt van verweerder in de gegeven omstandigheden een belang dat bepaaldelijk kon vorderen dat de gewraakte brieven door verweerder in de procedure zouden worden overgelegd. Gelet op dit advies van de deken in samenhang met het aannemelijke processuele belang van verweerder om de correspondentie over te leggen is de raad van oordeel dat verweerder de gewraakte correspondentie met klager in de procedure heeft mogen overleggen zoals door hem gedaan. Evenmin strijdigheid met gedragsregel 13, nu de raad uit de inhoud van de door klager bedoelde (letterlijke) tekst in de brief van 29 december 2015 niet is gebleken dat op dat moment (nog) sprake was van schikkingsonderhandelingen tussen partijen. Klager heeft dat verwijt onvoldoende onderbouwd die niet ter zitting is verschenen voor een noodzakelijk nadere toelichting daarop. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2017:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17126

    volgt