Zoekresultaten 22181-22190 van de 46800 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:163 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-016/DB/OB

    Verzetbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-364/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster sub 2 en klaagster sub 3 hebben geen rechtstreeks belang bij de klacht. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht is ingediend namens klager sub 1 is deze kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:164 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1001/DB/LI

    Klager verwijt verweerder dat hij in zijn hoedanigheid van deken onvoldoende toezicht heeft gehouden op mr. H., ex-echtgenote van verweerder. Mr. H. zou de derdengeldenrekening van haar kantoor hebben gebruikt om zwart geld weg te sluizen. Verweerder heeft onderzoek naar mutaties gedaan, maar klager heeft op geen enkele wijze aannemelijk weten te maken dat gelden die aan klager zouden toebehoren, van de derdengeldenrekening van de stichting Derdengelden van mr. H. zijn verdwenen. In verzet zijn door klager geen nieuwe gezichtspunten naar voren gebracht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:256 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.350

    Klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de behandeling van de dochter van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat het in deze tuchtrechtprocedure gaat om het vaststellen van mogelijk tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de psychiater waarvoor klager zelf de feiten moet aandragen. Omdat klager geen afschrift van het medisch dossier van patiënte heeft ingezien of ontvangen is het voor hem nagenoeg onmogelijk om de feiten te onderbouwen waarop zijn klacht kennelijk berust. Als de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen niet komen vast te staan, kan die klacht in beginsel niet gegrond verklaard worden. Dit berust niet hierop dat het woord van klager minder geloof verdient dan het woord van de psychiater (die van de GGZ-instelling ten behoeve van zijn verweer wel inzage in het medisch dossier van patiënte heeft gekregen) maar op de omstandigheid dat voor het oordeel dat bepaalde gedragingen van de psychiater hem tuchtrechtelijk kunnen worden verweten, eerst aannemelijk moet zijn geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dat leidt tot de conclusie dat de klacht niet gegrond verklaard kan worden en dus moet worden afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege is tot hetzelfde oordeel gekomen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-098/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-480/DB/ZWB

    Klaagster was geen partij in de procedure en haar belangen zijn geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:257 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.085

    Klacht tegen een (kinder- en jeugd)psychiater. Klager verwijt de psychiater dat hij zich tegenover klager niet heeft gehouden aan de regels van een zorgvuldige, betamelijke beroepsuitoefening en dat hij het beroepsgeheim heeft geschonden. Verweerder heeft vérgaande uitspraken gedaan over klager in een verslag aan de huisarts van de ex-partner, zonder dat verweerder persoonlijk contact met klager en zijn dochter heeft gehad. Verweerder baseert zich daarbij op informatie die hij niet in bezit hoorde te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en de psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt grotendeels tot dezelfde bevindingen als het Regionaal Tuchtcollege. De klacht is gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing maar uitsluitend voor zover aan de psychiater de maatregel van berisping is opgelegd. In zoverre opnieuw rechtdoende, legt het Centraal Tuchtcollege de psychiater de maatregel op van voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden en gelast het Centraal Tuchtcollege publicatie van deze beslissing. De verzwaring van de opgelegde sanctie is mede ingegeven door het feit dat de psychiater het foutieve van zijn handelen nauwelijks lijkt in te zien.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-027/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen deken kennelijk ongegrond. Door klager te wijzen op het belang van het aanleveren van bewijsstukken, is verweerder hem juist behulpzaam geweest. Bovendien is het aan een deken om te bepalen of na de sluiting van het onderzoek ingekomen brieven van partijen al dan niet worden geretourneerd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2017:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17 - 223/DB/LI

    In strijd gehandeld met gedragsregel 12 door confraternele correspondentie te overleggen. Niet gebleken dat verweerder driemaal niet telefonisch bereikbaar was voor klager. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zitting bij te wonen en daar te reageren op aanhoudingsverzoek. Van een geannuleerde zitting was geen sprake en verweerder heeft gehandeld in het belang van zijn cliënte. Deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:258 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.163

    Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de moeder van klaagster, die in een woonzorgcentrum verbleef en op 1 oktober 2015 is overleden. Klaagster heeft en veelheid aan klachten ingediend tegen verweerster die als huisarts aan het zorgcentrum was verbonden. De verwijten die klaagster verweerster maakt hebben betrekking op: 1) foutieve, dan wel achterwege laten van (noodzakelijke) medische zorg, en 2) gebrekkige communicatie met de familie. Verweerster wordt met name verweten dat zij de hartmedicatie heeft afgebouwd zonder overleg met een specialist, terwijl de klachten ook de pijnmedicatie, de behandeling van de decubitus en de communicatie betreffen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster is in beroep gegaan tegen deze beslissing. Het door klaagster ingestelde beroep tegen deze beslissing richt zich tegen de klachtonderdelen betreffende de medicatie en de decubitus. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.