Zoekresultaten 21661-21670 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1816

    Tandarts. Mond- kaak- en aangezichtschirurg. Klacht: 1) onzorgvuldig gehandeld door afbreken naald niet te merken, 2) fouten niet durven toe te geven en 3) klager aan het lijntje gehouden met onderzoek naaldpunt. College: ongegrond. Tandheelkundige wegwerpnaalden zijn zeer buigbaar. Als naald afbreekt, treedt breuk op bij overgang mantel-naald. Daarnaast is uit onderzoek van de naaldpunt gebleken dat deze niet afkomstig is van naald uit kliniek verweerder. Noch komen vast te staan, noch aannemelijk geworden dat naaldpunt die op de SEH uit de kaak klager is verwijderd, is afgebroken tijdens behandeling door verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:70 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1038 DB/ZWB/D

    Gehandeld in strijd met H4 Voda door te weinig opleidingspunten te behalen en in strijd met gedragsregel 1 door met de deken gemaakte afspraken over inhalen tekort niet na te komen. Dekenbezwaar gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.238

    Regionaal Tuchtcollege heeft klachten tegen gz-psycholoog gegrond verklaard over een tekort schietende zorgverlening en het ontbreken van een behandelplan c.q. therapieplan. Overige klachten zijn ongegrond verklaard. Aan de gz-psycholoog is een waarschuwing opgelegd. Klager komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van zijn overige klachten: het ondanks verzoek van klager niet (voldoende) aanpassen van de rapportage, het medisch dossier en de ontslagbrief, het onnodig en voortijdig stoppen van de cognitieve gedragstherapie, het niet serieus nemen van de klachten en depressiviteit en het niet willen stellen van een deugdelijke diagnose. De gz-psycholoog gaat eveneens in beroep. Hij vindt dat hij niet tuchtrechtelijk onjuist heeft gehandeld en hem ten onrechte een waarschuwing is opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt zowel het principaal als het incidenteel beroep en bekrachtigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege met verbetering van de motivering oplegging maatregel: op onderdelen had de gz-psycholoog betere zorg kunnen en moeten bieden. Er is sprake geweest van onvoldoende regievoering vanuit zijn verantwoordelijkheid als hoofdbehandelaar. Nu de gz-psycholoog lering heeft getrokken uit het voorgevallene en er op zich sprake is geweest van goede bedoelingen, kan volstaan worden met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.367

    Klaagster is langdurig arbeidsongeschikt geraakt en heeft in dat kader bedrijfsarts A op het arbeidsomstandighedenspreekuur bezocht, waarna verschillende spreekuren in het kader van verzuimbegeleiding hebben plaatsgevonden met bedrijfsarts A, verweerster, tevens bedrijfsarts, en bedrijfsarts C. Na een mislukte re-integratiepoging is klaagster volledig ziek gemeld en volledig arbeidsongeschikt verklaard. Verweerster heeft op enig moment een mail ontvangen van degene die klaagster bij haar herstel begeleidde, waarna verweerster de begeleiding van klaagster aan een college heeft overgedragen. Klaagster verwijt verweerster dat zij 1) klaagster valselijk heeft beschuldigd van het niet hebben in vertrouwen van haar, en 2) de behandelingsovereenkomst ten onrechte heeft opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.201

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft een keizersnede ondergaan, die door de gynaecoloog is uitgevoerd. Ondanks het meerdere malen ophogen van de verdoving is de operatie door klaagster als (zeer) pijnlijk ervaren. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij met de keizersnede is begonnen en doorgegaan ondanks dat klaagster zowel voorafgaand bij de pincetproef als tijdens de ingreep duidelijk heeft aangegeven dat zij pijn had. Verder verwijt klaagster de gynaecoloog dat hij na aanvankelijk te hebben toegegeven dat klaagster veel pijn had gehad dit later heeft teruggedraaid, althans heeft genuanceerd. Het Regionaal Tuchtcollege acht beide klachten gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg. Het Centraal Tuchtcollege overweegt onder meer dat de gynaecoloog kon en mocht vertrouwen op de inschatting van de anesthesioloog dat klaagster voldoende was verdoofd. Niet is komen vast te staan dat de gynaecoloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17173

    Tandarts. Klacht: 1) onvakkundig gehandeld bij plaatsen implantaat, 2) niet gewezen op mogelijkheden en beperkingen, 3) op geld uit zijn, 4) arrogant en niet toetsbaar opgesteld en 5) na zestien maanden rekening gestuurd. College: ongegrond. Niet onvakkundig gehandeld. Implantaat niet per definitie incorrect geplaatst; wel vraagtekens bij positie. Tandarts aantoonbaar ervaring met plaatsen BICON-implantaten. 2) Uit patiëntenkaart blijkt dat opties zijn besproken. 3) en 4) niet onderbouwd. 5) behandeling heeft plaatsgevonden, dus tandarts mag declareren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.475

    De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.265

    Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft sinds 2007 een volledige gebitsprothese in de onderkaak met als extra retentie twee implantaten met drukknoppen. In de bovenkaak was sprake van een conventionele, niet met implantaten ondersteunde prothese. Klaagster had in het bijzonder erg veel last van de zeer loszittende prothese in de bovenkaak. Zij is behandeld door de aangeklaagde tandarts en de eveneens aangeklaagde kaakchirurg. De klacht houdt in dat: 1. zij pas in de klachtenprocedure van het ziekenhuis ervan op de hoogte is gesteld dat er voor de geplaatste implantaten geen voorzieningen zouden bestaan; 2. de tandarts, medisch gezien, volstrekt onnodig en tegen de wil van klaagster in, een steg heeft willen plaatsen in de onderkaak en later zelfs nog twee in de bovenkaak van klaagster; 3. de tandarts niet/misleidende/onjuiste informatie heeft verstrekt met betrekking tot de diagnose, de behandelingen en het resultaat; 4. de tandarts concrete vragen van klaagster ontwijkend heeft beantwoord; 5. de tandarts niet op de hoogte was van de gangbare systemen; 6. de tandarts heeft “geragd” door mond en tijd; 7. de tandarts een leugenachtig verweer heeft gevoerd in de klachten procedure; 8. er sprake is van fraude met het door de tandarts aangeleverde verpakkingsmateriaal van de implantaten; 9. de tandarts klaagster tussen de behandelingen door heeft gevraagd zich te legitimeren; 10. de tandarts klaagster een blanco formulier heeft laten ondertekenen; 11. op 1 februari 2016 uitsluitend puntsgewijs de oorspronkelijke klacht is besproken. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht in alle onderdelen als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.368

    Klaagster is langdurig arbeidsongeschikt geraakt en heeft in dat kader bedrijfsarts A op het arbeidsomstandighedenspreekuur bezocht, waarna verschillende spreekuren in het kader van verzuimbegeleiding hebben plaatsgevonden met bedrijfsarts A, bedrijfsarts B en verweerder, tevens bedrijfsarts. Na een mislukte re-integratiepoging is klaagster volledig ziek gemeld en volledig arbeidsongeschikt verklaard. Klaagster heeft 15 klachtonderdelen geformuleerd en verwijt verweerder samengevat dat hij 1) niet zorgvuldig heeft gehandeld jegens klaagster, 2) niet zorgvuldig is omgegaan met het beroepsgeheim, 3) in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg, en 4) niet onafhankelijk heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.202

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster heeft een keizersnede ondergaan, die door de dienstdoende gynaecoloog in het ziekenhuis, waar ook de anesthesioloog werkzaam is, is uitgevoerd. Ondanks het meerdere malen ophogen van de verdoving is de operatie door klaagster als (zeer) pijnlijk ervaren. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij met de keizersnede is begonnen en doorgegaan ondanks dat klaagster zowel voorafgaand bij de pincetproef als tijdens de ingreep duidelijk heeft aangegeven dat zij pijn had. Verder verwijt klaagster de anesthesioloog dat hij niet heeft zorggedragen voor adequate pijnbestrijding bijvoorbeeld in de vorm van algehele anesthesie. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klachten gegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de beslissing in eerste aanleg.