Zoekresultaten 20951-20960 van de 47477 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.367
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:133
Klaagster is langdurig arbeidsongeschikt geraakt en heeft in dat kader bedrijfsarts A op het arbeidsomstandighedenspreekuur bezocht, waarna verschillende spreekuren in het kader van verzuimbegeleiding hebben plaatsgevonden met bedrijfsarts A, verweerster, tevens bedrijfsarts, en bedrijfsarts C. Na een mislukte re-integratiepoging is klaagster volledig ziek gemeld en volledig arbeidsongeschikt verklaard. Verweerster heeft op enig moment een mail ontvangen van degene die klaagster bij haar herstel begeleidde, waarna verweerster de begeleiding van klaagster aan een college heeft overgedragen. Klaagster verwijt verweerster dat zij 1) klaagster valselijk heeft beschuldigd van het niet hebben in vertrouwen van haar, en 2) de behandelingsovereenkomst ten onrechte heeft opgezegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.201
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:127
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft een keizersnede ondergaan, die door de gynaecoloog is uitgevoerd. Ondanks het meerdere malen ophogen van de verdoving is de operatie door klaagster als (zeer) pijnlijk ervaren. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij met de keizersnede is begonnen en doorgegaan ondanks dat klaagster zowel voorafgaand bij de pincetproef als tijdens de ingreep duidelijk heeft aangegeven dat zij pijn had. Verder verwijt klaagster de gynaecoloog dat hij na aanvankelijk te hebben toegegeven dat klaagster veel pijn had gehad dit later heeft teruggedraaid, althans heeft genuanceerd. Het Regionaal Tuchtcollege acht beide klachten gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg. Het Centraal Tuchtcollege overweegt onder meer dat de gynaecoloog kon en mocht vertrouwen op de inschatting van de anesthesioloog dat klaagster voldoende was verdoofd. Niet is komen vast te staan dat de gynaecoloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17173
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 16-05-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:55
Tandarts. Klacht: 1) onvakkundig gehandeld bij plaatsen implantaat, 2) niet gewezen op mogelijkheden en beperkingen, 3) op geld uit zijn, 4) arrogant en niet toetsbaar opgesteld en 5) na zestien maanden rekening gestuurd. College: ongegrond. Niet onvakkundig gehandeld. Implantaat niet per definitie incorrect geplaatst; wel vraagtekens bij positie. Tandarts aantoonbaar ervaring met plaatsen BICON-implantaten. 2) Uit patiëntenkaart blijkt dat opties zijn besproken. 3) en 4) niet onderbouwd. 5) behandeling heeft plaatsgevonden, dus tandarts mag declareren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.475
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:140
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.265
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:121
Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft sinds 2007 een volledige gebitsprothese in de onderkaak met als extra retentie twee implantaten met drukknoppen. In de bovenkaak was sprake van een conventionele, niet met implantaten ondersteunde prothese. Klaagster had in het bijzonder erg veel last van de zeer loszittende prothese in de bovenkaak. Zij is behandeld door de aangeklaagde tandarts en de eveneens aangeklaagde kaakchirurg. De klacht houdt in dat: 1. zij pas in de klachtenprocedure van het ziekenhuis ervan op de hoogte is gesteld dat er voor de geplaatste implantaten geen voorzieningen zouden bestaan; 2. de tandarts, medisch gezien, volstrekt onnodig en tegen de wil van klaagster in, een steg heeft willen plaatsen in de onderkaak en later zelfs nog twee in de bovenkaak van klaagster; 3. de tandarts niet/misleidende/onjuiste informatie heeft verstrekt met betrekking tot de diagnose, de behandelingen en het resultaat; 4. de tandarts concrete vragen van klaagster ontwijkend heeft beantwoord; 5. de tandarts niet op de hoogte was van de gangbare systemen; 6. de tandarts heeft “geragd” door mond en tijd; 7. de tandarts een leugenachtig verweer heeft gevoerd in de klachten procedure; 8. er sprake is van fraude met het door de tandarts aangeleverde verpakkingsmateriaal van de implantaten; 9. de tandarts klaagster tussen de behandelingen door heeft gevraagd zich te legitimeren; 10. de tandarts klaagster een blanco formulier heeft laten ondertekenen; 11. op 1 februari 2016 uitsluitend puntsgewijs de oorspronkelijke klacht is besproken. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht in alle onderdelen als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.368
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:134
Klaagster is langdurig arbeidsongeschikt geraakt en heeft in dat kader bedrijfsarts A op het arbeidsomstandighedenspreekuur bezocht, waarna verschillende spreekuren in het kader van verzuimbegeleiding hebben plaatsgevonden met bedrijfsarts A, bedrijfsarts B en verweerder, tevens bedrijfsarts. Na een mislukte re-integratiepoging is klaagster volledig ziek gemeld en volledig arbeidsongeschikt verklaard. Klaagster heeft 15 klachtonderdelen geformuleerd en verwijt verweerder samengevat dat hij 1) niet zorgvuldig heeft gehandeld jegens klaagster, 2) niet zorgvuldig is omgegaan met het beroepsgeheim, 3) in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg, en 4) niet onafhankelijk heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.202
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:128
Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster heeft een keizersnede ondergaan, die door de dienstdoende gynaecoloog in het ziekenhuis, waar ook de anesthesioloog werkzaam is, is uitgevoerd. Ondanks het meerdere malen ophogen van de verdoving is de operatie door klaagster als (zeer) pijnlijk ervaren. Klaagster verwijt de anesthesioloog dat hij met de keizersnede is begonnen en doorgegaan ondanks dat klaagster zowel voorafgaand bij de pincetproef als tijdens de ingreep duidelijk heeft aangegeven dat zij pijn had. Verder verwijt klaagster de anesthesioloog dat hij niet heeft zorggedragen voor adequate pijnbestrijding bijvoorbeeld in de vorm van algehele anesthesie. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klachten gegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt de beslissing in eerste aanleg.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.266
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:122
Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster heeft sinds 2007 een volledige gebitsprothese in de onderkaak met als extra retentie twee implantaten met drukknoppen. In de bovenkaak was sprake van een conventionele, niet met implantaten ondersteunde prothese. Klaagster had last van een loszittende prothese in de bovenkaak. Zij is behandeld door een (eveneens aangeklaagde) tandarts en de kaakchirurg. De klacht houdt in dat: 1. klaagster pas in de klachtenprocedure van het ziekenhuis ervan op de hoogte is gesteld dat er voor de geplaatste implantaten geen voorzieningen zouden bestaan; 2.klaagster er vanuit is gegaan dat een bekwaam chirurg (en sympathiek mens) weet waar hij aan begint en dat het voor haar volstrekt logisch was dat indien de kaakchirurg ook maar enigszins had getwijfeld over een succesvolle uitkomst hij er niet aan was begonnen; 3. klaagster in shock verkeert over de mondelinge uitspraken van de kaakchirurg tijdens de hoorzitting: de tegenstrijdigheden daarvan zijn absoluut niet medisch schriftelijk onderbouwd en evenmin terug te vinden via aantekeningen in het medisch dossier; 4. er geen discussie heeft plaatsgevonden over botaugmentatie en er nimmer is gesproken over maten; 5. de vrijlegging van de implantaten drie maanden na plaatsing heeft plaatsgevonden en niet na vier maanden zoals in het uittreksel van het medisch dossier is vermeld; 6. de kaakchirurg geen schriftelijke verklaringen aan de klachtencommissie heeft geleverd; 7. de kaakchirurg geen antwoord heeft gegeven op dringende medische vragen; 8. het plaatsen van drukknoppen niet meer mogelijk is en een klikgebit geen optie meer is. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht in alle onderdelen als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.372
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:135
De klacht houdt in dat verweerder, bedrijfsarts, onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klaagster door tijdens haar arbeidsongeschiktheidsperiode haar op basis van een verkeerde voorstelling van zaken gedurende langere tijd te hebben begeleid zonder daadwerkelijk een passende bijdrage te hebben geleverd aan haar herstel. Klaagster stelt dat er aan de kant van verweerder sprake is van niet integer handelen, een gebrek aan vakmanschap, gebrek aan transparantie en inlevingsvermogen, inflexibel handelen, een passieve houding etc. Het Regionaal Tuchtcollege heeft als volgt beslist: k laagster heeft op 30 juli 2015 een klacht bij het RTG ingediend. Bij beslissing van 12 januari 2016 heeft het College de klacht ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen die beslissing beroep ingesteld en heeft ter zitting haar klacht tegen verweerder ingetrokken, waarna de behandeling van de klacht is gestaakt. Naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege had klaagster de onderhavige klacht gelijktijdig met de door haar op 30 juli 2015 ingediende klacht tegen verweerder kunnen indienen. Gelet op het beginsel van concentratie van klachten is klaagster niet-ontvankelijk in de klacht. Het CTG acht klaagster, zij het op andere gronden, eveneens niet-ontvankelijk in haar klacht en verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.203
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:129
Klacht tegen radioloog. Klaagster is door middel van een keizersnede bevallen in het ziekenhuis van de radioloog. Door de behandelend gynaecoloog is na de bevalling besloten over te gaan tot een uterusembolisatie, die door de radioloog is uitgevoerd. D e interventie is met een Angio-Seal uitgevoerd. Tijdens de interventie is een (na)bloeding opgetreden van het aangeprikte vat in het rechterbeen van klaagster na de plaatsing van de Angio-Seal. Dit is een bekende complicatie. De radioloog heeft de bloeding gestelpt door ongeveer tien minuten op de wond te drukken. Door het hard drukken op het bloedvat is de plug van de Angio-Seal in het bloedvat terecht gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster dat de radioloog na de ingreep de doorbloeding van het been had moeten controleren gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht ongegrond en verstaat dat de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Daarbij acht het Centraal Tuchtcollege van belang dat het ten tijde van de ingreep niet gebruikelijk was om de doorbloeding van het been te controleren door te voelen of het been warm of koud aanvoelt, of door na de interventie een echo te maken. Evenmin diende de radioloog een dergelijke controle uit te voeren op grond van op dat moment bestaande richtlijnen, protocollen of wetenschappelijke literatuur.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2095
- Pagina: 2096
- Pagina: 2097
- ...
- Pagina: 4748
- Volgende pagina zoekresultaten