Zoekresultaten 20891-20900 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614817 / DW RK 16/977

    Klaagster maakt bezwaar tegen het bankbeslag en de daarbij in rekening gebrachte kosten. De beslagvrije voet bij het gelegde beslag onder de belastingdienst is ten onrechte op nihil gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld nadat klaagster hem hierop heeft gewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft in strijd met artikel 8 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders gehandeld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614732 / DW RK 16/966

    De gerechtsdeurwaarder heeft het gelegde derdenbeslag niet binnen de wettelijke termijn van acht dagen aan klager betekend. Klacht gegrond met maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-03 "2017.V8-Guardian"

    Op donderdag 29 juni 2017 omstreeks 13.21 uur lokale tijd liep de Guardian met een snelheid van ongeveer 14 knopen op een ondiepte nabij het eiland Storfosna in Noorwegen. Het schip raakte daarbij zodanig beschadigd dat in ieder geval de machinekamer en een deel van de accommodatie vol liepen met water en de pompen aan boord niet in staat waren om dit bij te houden. De bemanning heeft uiteindelijk het schip via het reddingsvlot verlaten. Het schip is niet gezonken en later vervoerd naar Nederland. Niemand raakte gewond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:57 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621634 / DW RK 17/8

    Verzet. Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen het maken van foto's van haar inboedel tijdens het leggen van beslag. Klaagster stelt dat het betreffende arrest niet executabel is omdat er geen bedrag in het dictum is vermeld. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-04 "2017.V7-Sea Bronco"

    Op 23 december 2016 vond in de haven van Vlissingen aan boord van het schip Sea Bronco een ernstig ongeval plaats, waarbij de eerste stuurman ernstig hoofdletsel opliep. Op het moment van het ongeval was de Sea Bronco aan het afmeren langszij een andere sleepboot, de Sea Bulldog. Een koplijn was reeds vastgemaakt en een bemanningslid was op het achterdek bezig met de achtertros. Betrokkene, kapitein van de Sea Bronco, was vanuit de achterzijde van de brug bezig om een tros, bevestigd aan de sleepdraad, met de sleepwinch strak te trekken. Deze tros was door het latere slachtoffer om de middenbolder van de Sea Bulldog gelegd. Op het moment dat de tros strak kwam te staan, stopte betrokkene niet op tijd met halen op de winch, waardoor de tros brak. Het slachtoffer werd getroffen door het rondzwiepende eind van de gebroken tros.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:58 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam /13/623991 / DW RK 17/155

    Verzet. De klacht gaat over een periode van meer dan drie jaar geleden. Klaagster kan niet meer worden ontvangen in de klacht. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-244

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Na het vallen van glas op de teen van klaagster, had de huisarts niet kunnen volstaan met de controle of de wond goed verzorgd was. Hij had ook moeten onderzoeken of er functieverlies was van pees of zenuw. Ook had de huisarts geen toestemming om de brief met medische informatie over klaagster ter kennis aan de (al dan niet) partner van klaagster te brengen, temeer omdat klaagster uitdrukkelijk verzocht om een vertrouwelijke afhandeling. Niet is gebleken dat de huisarts de brieven niet beantwoordde, omdat hij zowel telefonisch als persoonlijk contact met klaagster zocht. Eerste twee klachtonderdelen gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/164

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar burn-outklachten niet serieus heeft genomen. Ook verwijt klaagster hem dat hij zich onprofessioneel heeft gedragen door (1) een andere bedrijfsarts te vertellen over de – volgens hem – benutbare mogelijkheden van klaagster en (2) op een behandeltraject aan te dringen bij een specifiek zorgcentrum, waarschijnlijk met een financieel oogmerk. Het college acht geen aanknopingspunten aanwezig voor de juistheid van de stellingen van klaagster. Om die reden wordt de klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:96 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180057

    Voorzittersbeslissing. Appellanten worden niet ontvangen in hun hoger beroep tegen een beslissing van de raad, omdat zij als derdepartij geen appel kunnen instellen (vgl. 56 lid 1 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:3 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/32

    De klacht heeft betrekking op een bij een hond uitgevoerde TPO-operatie (Triple Pelvic Osteotomy). Ongegrond.