Zoekresultaten 161-170 van de 15391 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9214
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:125
Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De psychiater wordt verweten dat hij na afloop van een behandelrelatie uit eigen beweging contact heeft gezocht met een voormalig patiënte (klaagster), met haar een persoonlijke en vervolgens seksuele relatie is aangegaan en haar heeft verzocht dit contact geheim te houden. Het college oordeelt dat de psychiater ernstig tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van hem als hulpverlener mocht worden verwacht. Gezien de aard, duur en intensiteit van de eerdere behandelrelatie, de ernstige en langdurige psychiatrische problematiek van klaagster en haar kwetsbare positie, had de psychiater zich moeten onthouden van niet-professioneel contact. De psychiater heeft de afhankelijkheidsrelatie en de ongelijkwaardige positie onvoldoende onderkend en zijn eigen behoeften laten prevaleren boven die van klaagster. Het college rekent de psychiater bovendien aan dat hij onvoldoende inzicht en diepgaande reflectie heeft getoond op de achtergronden van zijn handelen en het risico op herhaling. Gelet op de aard, ernst, duur en omvang van het grensoverschrijdende gedrag legt het college de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9119
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een hartinfarct gehad. Zij verwijt de huisarts dat in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek is verricht naar de aanhoudende klachten van klaagster, waardoor er te laat een diagnose (essentiële trombocytose) is gesteld. Het college oordeelt dat de huisarts gelet op de toen beschikbare informatie de juiste vervolgonderzoeken heeft ingezet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8849
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173
Deels gegronde klacht tegen een (cosmetisch) arts. Naar het oordeel van het college is er sprake geweest van onzorgvuldige nazorg na de eerste interventie (bij de eerste nabloeding). De tijd die de arts heeft aangehouden voor het monitoren van klaagster wordt door het college beoordeeld als te kort. Dit geldt te meer, nu sprake was van een hematoom/nabloeding op een zeer kwetsbare plek in het hoofd- halsgebied en een dergelijke bloeding kan leiden tot stikken en overlijden. Daarnaast heeft de arts klaagster onvoldoende geïnformeerd over de nazorg. Ten aanzien van de bekwaamheid overweegt het college als volgt. Hoewel de arts hier meerdere keren concreet naar is gevraagd, heeft zij niet inzichtelijk kunnen maken waar haar opleiding nu concreet uit bestond. De arts heeft het college niet weten te overtuigen van haar bekwaamheid ten opzichte van de lipolaserbehandeling. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9458
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 15-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175
Grotendeels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster was naar de fysiotherapeut verwezen in verband met radiculaire klachten aan haar rechterbeen. Na afloop van het behandeltraject is bij klaagster een diagnose spinaal meningeoom gesteld. Het valt de fysiotherapeut te verwijten dat hij zonder een duidelijke diagnose en behandelplan klaagster is gaan behandelen en de behandeling in een complexe situatie voor het overgrote deel door stagiaires heeft laten uitvoeren die hij onvoldoende heeft gesuperviseerd. De fysiotherapeut had meer regie moeten voeren. Hij had in ieder geval de behandeling moeten overnemen toen bleek dat de klachten verergerden en hij had klaagster vervolgens moeten terugverwijzen naar de huisarts. Ook was de verslaglegging onzorgvuldig en heeft de fysiotherapeut nagelaten het medisch dossier digitaal aan klaagster te verstrekken. Berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3225 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:147
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een forensisch milieuonderzoeker. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat het op basis van de wet niet mogelijk is om een tuchtklacht te behandelen tegen een zorgverlener die niet is opgenomen in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3142 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:148
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts is werkzaam bij een grote huisartsenpraktijk. Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier huisartsen van deze praktijk. Klaagster is niet tevreden over de zorgverlening door de praktijk. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat het klaagschrift van klaagster niet voldoet aan de wettelijk vereisten. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 Verzet
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:150
Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3141 VZ
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 08-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:146
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts is één van de twee praktijkhouders van een grote huisartsenpraktijk. Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier huisartsen van deze praktijk. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest bij de zorg aan klaagster. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat het klaagschrift van klaagster niet voldoet aan de wettelijk vereisten. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656
- Datum publicatie: 14-07-2026
- Datum uitspraak: 06-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:149
Klacht tegen een orthopedisch chirurg over een door haar in opdracht van de rechtbank opgemaakt deskundigenrapport. Klager is het niet eens met de manier waarop dit rapport tot stand is gekomen. Hij verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat zij niet met de second opinion-arts in overleg is getreden en dat zij niet onpartijdig was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.