Zoekresultaten 1671-1680 van de 47474 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-479/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat over een (oud) deken. Verweerder heeft klager aan de hand van de ontvangen signalen en zijn eigen ervaringen mogen aanspreken op zijn gedrag. Dat klager daarop niet zat te wachten en zich er ook niet mee kon verenigen, maakt niet dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Het voormalig lidmaatschap van klager bij de Raad van de Orde maakt niet dat verweerder hem niet had mogen aanspreken. Nog steeds is klager als advocaat onderworpen aan het toezicht van de deken. Evenmin gebleken waarom het vertrouwen in de advocatuur zou zijn geschaad doordat verweerder aan klager vrijblijvend heeft aangeboden om zijn berichten door te zenden aan de Antwerpse stafhouder. Het stond klager vrij dat aanbod af te slaan. Klacht deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7302

    Beslissing in raadkamer. Broer en zus van overleden patiënt worden niet geacht de wil van de overledene te vertegenwoordigen in verband met de weergave in het medisch dossier van de wensen van de patiënt en de tegenstrijdige meningen van familieleden van de patiënt. Kennelijk niet-ontvankelijk. De klacht dat de huisarts klagers van ontwikkelingen rond het uitvoeren van sedatie op de hoogte had moeten stellen kennelijk ongegrond. Het informeren van de eerste contactpersoon volstaat.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-013/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. De raad kan niet vaststellen dat verweerster klaagster niet naar behoren heeft bijgestaan. Klaagster spreekt verweerster pas jaren na het sluiten van het dossier aan op de gekozen strategie. Die strategie is echter steeds met klaagster besproken en voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding is die door klaagster goedgekeurd. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-147/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-198/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat klaagster geen belang heeft bij haar klacht over tegenstrijdig belang. Klacht voor het overige ongegrond. De rechtbank heeft een bericht over een machtiging tot binnentreden per ongeluk niet naar de curator gestuurd, maar naar het advocatenkantoor van verweerder. De brief was niet gericht aan een specifiek geadresseerde. Begrijpelijk dat medewerkers van kantoor het bericht onder de aandacht van verweerder hebben gebracht. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder daarvan kennis heeft genomen en het bericht en naar zijn cliënt heeft doorgestuurd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7703

    Huisarts heeft bij klaagster een Mirena spiraal geplaatst. Nadien is een baarmoederperforatie vastgesteld en moest de spiraal operatief worden verwijderd. Dit is een vaker voorkomende complicatie en het feit dat deze complicatie zich heeft voorgedaan kan niet tot de conclusie leiden dat de spiraal niet goed is geplaatst. Ook andere omstandigheden leiden niet tot die conclusie. De klacht dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld bij de plaatsing is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-247/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7649

    De patiënte van de huisarts is overleden aan een massale longbloeding bij een snel groeiende longtumor. De maanden hieraan voorafgaand is zij meermaals in verband met onder andere benauwdheid en hoestklachten gezien door de huisarts. Hij heeft de NHG-richtlijn Acuut Hoesten goed gevolgd, een longfoto gemaakt - waarop niets was te zien - en klaagster doorverwezen naar de longarts. Onheuse bejegening door de huisarts kan niet worden vastgesteld bij verschillende lezing van de feiten. De huisarts heeft terecht - conform de geldende wetgeving - maar een beperkt deel van het dossier aan klager, weduwnaar van de patiënte, ter hand gesteld. Van een meldingsplicht van een calamiteit was geen sprake, omdat geen sprake was van een tekortkoming in de zorg. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:256 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8091

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de uroloog werkzaam is. De uroloog heeft onder meer het eerste consult met de patiënt gedaan en een cystoscopie (kijkonderzoek van de blaas) bij hem uitgevoerd. Op basis van de bevindingen van de uroloog is daarna door een collega-uroloog een trans urethrale resectie van de blaas uitgevoerd. Later heeft de uroloog consulten met de patiënt gehad en het vervolgbeleid bepaald. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden.Klaagster verwijt de uroloog in zes klachtonderdelen dat hij niet de zorg heeft geleverd die van hem mocht worden verwacht. Zij verwijt hem onder meer dat hij de TUR-blaasprocedure niet voldoende heeft voorbereid en onvoldoende heeft gehandeld bij de complicatie (een perforatie) van de chemospoeling van de blaas van de patiënt. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:257 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8092

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) is in de periode van januari 2023 tot en met 25 augustus 2023 behandeld in het ziekenhuis waarin de verpleegkundig specialist werkzaam is. De verpleegkundig specialist heeft als lid van het behandelteam veelvuldig contact gehad met de patiënt (en klaagster) tijdens zijn behandeling vanwege blaaskanker. De patiënt is op 28 november 2023 in een ander ziekenhuis overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist in twee klachtonderdelen dat zij niet de zorg heeft geleverd die van haar mocht worden verwacht. Zij verwijt de verpleegkundig specialist dat zij heeft nagelaten vervolgonderzoek en diagnostiek in te zetten en dat zij onjuiste informatie heeft vermeld in een verwijsbrief.Het college is alles overziend van oordeel dat de verpleegkundig specialist in haar handelen geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. Zij heeft daar waar nodig op de juiste wijze gehandeld en steeds, daar waar nodig afstemming gezocht met één van de urologen. Voor nader onderzoeken/diagnostiek bestond gelet op het geheel van feiten en omstandigheden, zoals uitgebreid te lezen in het dossier, anders dan klaagster stelt, naar het oordeel van het college geen aanleiding.