Zoekresultaten 15791-15800 van de 47453 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:228 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180294

    Herstelbeslissing. Het hof vult het dictum van de beslissing met nummer 180294 aan met een proeftijd van twee jaar, ingaande op de datum van de herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:10 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-676/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-296/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:229 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190049

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Het hof oordeelt dat artikel 46h lid 7 Advocatenwet door de voorzitter op juiste gronden is toegepast. Er bestaat geen aanleiding voor het doorbreken van het zogeheten appelverbod. Het verzet van klaagster tegen de beslissing van de voorzitter wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:26 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190172

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster zou zich onbehoorlijk en onbetamelijk hebben gedragen tegenover klaagster. Verweersters beroep is gericht tegen de hoogte van de opgelegde maatregel door de raad, te weten schrapping van het tableau. Het hof overweegt dat verweerster klaagster in de veronderstelling heeft gelaten dat zij de advocaat of gemachtigde was van E. In de aanloop naar de hoorzitting was er voor verweerster voldoende aanleiding om deze veronderstelling, indien onjuist, te corrigeren, bijvoorbeeld toen klaagster verweerster vroeg een machtiging te overleggen. Het verkeerd informeren van E. in het onderhavige geval levert een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen jegens klaagster op, nu verweerster met haar onjuiste en misleidende mededelingen aan E. klaagster ten onrechte in een kwaad daglicht heeft gesteld en hierdoor de belangen van klaagster heeft geschaad. Verweerster heeft het hof er niet van kunnen overtuigen dat zij haar kantoorpraktijk inmiddels op orde heeft en dat het risico op herhaling niet meer aanwezig is. Verweerster schroomt niet om in strijd met de waarheid mededelingen te doen aan cliënten en derden, teneinde haar eigen nalatigheid en/of gebrek aan deskundigheid te verbloemen. Met de raad is het hof dan ook van oordeel dat verweerster, mede gelet op haar tuchtrechtelijke verleden, een patroon laat zien van zorgwekkende gedragingen waarmee zij de kernwaarden integriteit en vakkundigheid schendt en cliënten en derden dupeert. Niet valt in te zien hoe het voorgestelde coachingstraject in dit stadium en in deze omstandigheden soelaas zou kunnen bieden. Bekrachtiging beslissing van de raad, bekrachtiging schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-258/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:230 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190067

    Herstelbeslissing. Per abuis is onder het kopje ‘beslissing’ een zinsnede weggevallen, te weten ‘en opnieuw recht doende, verklaart de klachtonderdelen b), c) en d) alsnog ongegrond.’

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/71

    Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in de ter zitting ingediende klachten. De bij klaagschrift ingediende klacht valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste klachtonderdeel betreft het verwijt van klager dat de notaris in zijn hoedanigheid van vereffenaar de door klager gestelde vordering betwist. De kamer acht dit niet klachtwaardig. De inhoudelijke discussie over deze vermeende vordering dient niet plaats te vinden in onderhavige tuchtprocedure. De beantwoording van de vraag of klager een vordering toekomt is voorbehouden aan de civiele rechter. Klachtonderdeel 1 wordt daarom ongegrond verklaard. Het tweede klachtonderdeel betreft het verwijt van klager dat de notaris zich (in onderhavige tuchtprocedure) heeft laten bijstaan door [mr. X], terwijl [mr. X] de notaris q.q. en/of erflaatsters erfgenamen ook heeft bijgestaan in eerdere procedures die klager jegens de notaris q.q. en/of erflaatsters erfgenamen had aangespannen. De kamer is van oordeel dat het niet aan een cliënt is om te beoordelen of het zijn advocaat vrijstaat om hem te vertegenwoordigen. Voor zover het [mr. X] - in de verhouding tussen hem en klager - niet vrij mocht hebben gestaan om de notaris (q.q.) in één of meerdere procedures bij te staan, kan dit niet aan de notaris worden verweten. De notaris staat immers buiten de verhouding tussen [mr. X] en klager. De omstandigheid dat de Raad van Discipline in het ressort [naam ressort] heeft geoordeeld dat het [mr. X] niet vrij stond om in een eerdere procedure op te treden als advocaat van de notaris q.q. maakt dit niet anders. Klachtonderdeel 2 wordt daarom ook ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:27 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190173

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster zou tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld doordat zij klaagster niet goed heeft bijgestaan. Meer specifiek geeft klaagster aan dat verweerster haar belangen zwaar heeft verwaarloosd, haar willens en wetens op het verkeerde been heeft gezet en de rechtbank in haar leugens heeft betrokken. Verweersters beroep is gericht tegen de hoogte van de opgelegde maatregel door de raad, te weten schrapping van het tableau. Verweerster heeft het hof er niet van kunnen overtuigen dat zij haar kantoorpraktijk inmiddels op orde heeft en dat het risico op herhaling niet meer aanwezig is. Verweerster schroomt niet om in strijd met de waarheid mededelingen te doen aan cliënten en derden, teneinde haar eigen nalatigheid en/of gebrek aan deskundigheid te verbloemen. Bovendien is gebleken dat verweerster tijdens de mondelinge behandeling bij de raad in 2019 opnieuw onware mededelingen heeft gedaan. Met de raad is het hof dan ook van oordeel dat verweerster, mede gelet op haar tuchtrechtelijke verleden, een patroon laat zien van zorgwekkende gedragingen waarmee zij de kernwaarden integriteit en vakkundigheid schendt en cliënten en derden dupeert. Niet valt in te zien hoe het voorgestelde coachingstraject in dit stadium en in deze omstandigheden soelaas zou kunnen bieden. Bekrachtiging beslissing van de raad, bekrachtiging schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:6 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-174/DH/DH

    Verzet gegrond, klacht ongegrond. De voorzitter heeft een gedeelte van de klacht niet beoordeeld en daarom is het verzet gegrond. De raad oordeelt dat het door de voorzitter niet beoordeelde klachtonderdeel ongegrond is.