Zoekresultaten 15751-15760 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:150 Raad van Discipline Amsterdam 20-412/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Anders dan klaagster stelt heeft de voorzitter op basis van het klachtdossier niet kunnen vaststellen dat sprake is van een dermate opvallende vertraging van de onderhandelingen over wijziging van het ouderschapsplan dat verweerster daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:96 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-684/DH/DH

    Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet en er zijn geen nieuwe gezichtspunten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:100 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-534/DH/RO

    Klacht gegrond. Schending Gedragsregel 15. Verweerder heeft tegen een voormalig cliënt opgetreden, terwijl hem dat niet vrijstond. Verweerder heeft de zaak overgedragen aan een ander, maar is zich desondanks met de zaak blijven bemoeien. Gelet op het tuchtrechtelijk verleden wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-083/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door als advocaat een cliënt bij te staan in een zaak tegen klager, terwijl hij eerder klager als advocaat had bijgestaan in een zaak waaraan hetzelfde feitencomplex ten grondslag lag. Verweerder is na eerdere door de raad opgelegde berisping doorgegaan met (opnieuw) optreden tegen klager. Verweerder heeft bovendien, door summier te reageren op verzoeken van de deken, een efficiënt klachtonderzoek onmogelijk gemaakt. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/386

    Verwijt aan bedrijfsarts, tevens Inspecteur Militaire Gezondheidszorg, over onder meer zijn betrokkenheid bij de totstandkoming en publicatie van een volgens klager onjuiste onderzoeksrapportage. Klachten jegens verweerder zijn niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:151 Raad van Discipline Amsterdam 20-397/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Uit de door verweerder gegeven toelichting volgt dat verweerder in opdracht van en in het belang van zijn cliënte heeft gehandeld door beslag te leggen op het woonhuis van klager en door niet akkoord te gaan met de door klager aangeboden zekerheid. Dat verweerder daarbij onevenredig nadeel aan klager heeft toegebracht zonder enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënte is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-281/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Het is niet aan de tuchtrechter een oordeel te geven over de inhoud van een door verweerster ingediende vordering tot schadevergoeding in de strafzaak tegen klager.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:45 Accountantskamer Zwolle 19/1961, 19/1962, 19/1963 Wtra AK

    Verzoek om herziening van onherroepelijke beslissing van de Accountantskamer door oorspronkelijke klager. Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk. D e Wtra kent de mogelijkheid tot het doen van een verzoek om herziening van een onherroepelijke uitspraak niet. Een dergelijk verzoek om herziening is dan ook in beginsel niet mogelijk. De algemene beginselen van behoorlijk (tucht)procesrecht brengen mee dat in bijzondere gevallen herziening kan worden verzocht van een onherroepelijk geworden uitspraak. Alleen door degene over wie was geklaagd kan herziening worden verzocht van een onherroepelijk geworden uitspraak waarbij een maatregel is opgelegd. Het is voor een oorspronkelijke klager niet mogelijk om een verzoek om herziening in te dienen. Verzoeker heeft zich, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 6 van het EVRM en artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, op het standpunt gesteld dat uit deze bepalingen volgt dat ook voor hem, als oorspronkelijke klager, de mogelijkheid dient te bestaan om te verzoeken om herziening. Er is geen sprake van een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. De strafrechtelijke poot van artikel 6 EVRM is daarom niet van toepassing. De voorzitter volgt voor wat betreft de civielrechtelijke poot van artikel 6 EVRM het oordeel van de Hoge Raad in zijn arrest van 18 januari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:52), gelezen in samenhang met de onderdelen 3.9 tot en met 3.11 van de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2018:47), waarnaar de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.4.2 van zijn arrest verwijst. Samengevat is de conclusie dat bij een verzoek tot heropening van een tuchtzaak geen sprake is van vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen. De accountantstuchtrechtelijke procedure ziet niet op de vaststelling van de burgerlijke rechten en verplichtingen van de oorspronkelijke klagende partij in de zin van artikel 6 van het EVRM. Artikel 6 EVRM is daarom niet van toepassing. Ten aanzien van het door verzoeker gedane beroep op artikel 47 van het Handvest overweegt de Accountantskamer dat de bepalingen van het Handvest, waaronder artikel 47 van het Handvest, alleen gelden wanneer het recht van de Europese Unie ten uitvoer wordt gebracht. Dat is hier niet het geval.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:46 Accountantskamer Zwolle 19/2048 Wtra AK

    Klacht over verrichte werkzaamheden in het kader van de loonadministratie van een klant en over het niet verschaffen van duidelijkheid over de facturen. Klacht deels niet-ontvankelijk, voor zover deze betrekking heeft op gedragingen die hebben plaatsgevonden voor 1 januari 2016. Klacht, voor deze betreft gedragingen van na 31 december 2015, deels gegrond, deels ongegrond. Strijd met fundamentele beginselen van integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel van waarschuwing. De Accountantskamer is van oordeel dat door het niet betalen van toeslaguren aan werknemers door de klant sprake was van een situatie waarbij betrokkene in verband kon worden gebracht met het niet-integere handelen van de klant. Op grond van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van de VGBA lag het op de weg van betrokkene om een maatregel te nemen gericht op het beëindigen van dit niet-integere handelen. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene, door ondanks het achterwege blijven van verbeteringen gedurende langere tijd werkzaamheden te blijven verrichten voor de klant c.q. door onder zijn verantwoordelijkheid werkzame medewerkers deze werkzaamheden te laten blijven verrichten, heeft gedoogd dat voorschriften met betrekking tot de loonbetaling niet werden nageleefd. Betrokkene had onder deze omstandigheden eerder moeten besluiten om de opdracht voor het verrichten van diverse werkzaamheden terug te geven. Indien, zoals bij deze opdracht, gefactureerd wordt op uurbasis, dient ter beantwoording van de vraag hoe het honorarium van de accountant is bepaald op verzoek van de cliënt inzichtelijk te worden gemaakt wie wanneer werkzaamheden heeft verricht. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene door ondanks een daartoe strekkend verzoek van klager geen inzicht te verschaffen in hoe het honorarium voor de door hem en/of onder zijn verantwoordelijkheid verrichte werkzaamheden is bepaald, gehandeld heeft in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:47 Accountantskamer Zwolle 20/321 Wtra AK

    Klacht tegen accountant (RA) die als bestuurder van een coöperatie werkzaam is. Tussen klager en de coöperatie is een geschil ontstaan over de rechtsgeldigheid van een transactie. Klager verwijt de accountant dat hij niet integer is geweest en dat hij niet heeft meegewerkt aan waarheidsvinding. Daarbij wijst klager erop dat de accountant het geschil niet heeft willen voorleggen aan het scheidsgerecht, dat hij niet heeft meegewerkt aan het door klager gestarte onderzoek, dat hij geen minnelijke regeling heeft willen treffen en dat hij feiten zou hebben verdraaid. Deze verwijten treffen geen doel. De accountant heeft geen onjuist of misleidend standpunt ingenomen. Hij was niet verplicht om zijn medewerking te verlenen aan de verzoeken van klager. Klacht ongegrond.