Zoekresultaten 13891-13900 van de 47460 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2044

    Neuroloog wordt verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met de zorg die hij jegens klaagster had behoren te betrachten omdat hij heeft nagelaten tijdig de visus van klaagster te controleren en klaagster onvoldoende uitgebreid heeft onderzocht of laten onderzoeken; heeft nagelaten CVST mee te nemen in de differentiaaldiagnose en geen acht heeft geslagen op klachten en symptomen van klaagster en de diagnose CVST veel eerder had kunnen stellen. Neuroloog had gezien klachtenpatroon CVST mee moeten nemen in differentiaaldiagnose en na diagnose CVST onderzoek van fundus en meting visus moeten verrichten. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:234 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-293

    Klacht over kwaliteit dienstverlening in 3 zaken van klaagster. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster in strijd met Regel 13 gehandeld en niet de vereiste zorg jegens klaagster daarin betracht door in 2 van de 3 opgedragen zaken werkzaamheden door andere kantoormedewerkers, waaronder bureaujuristen, te laten doen, terwijl uit de stukken niet is gebleken dat daarover overleg met klaagster is geweest. Evenmin is de raad gebleken dat verweerster in die twee zaken 1 en 3 de voortgang bij haar medewerkers voldoende heeft gecontroleerd, terwijl die zaken hoofdzakelijk onder haar verantwoordelijkheid vielen. Klacht in zoverre gegrond. Het baart de raad inmiddels zorgen, mede gelet op haar eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen die hiermee samenhangen, dat verweerster haar kantoororganisatie niet goed onder controle lijkt te hebben en haar verantwoordelijkheid niet neemt. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-337

    Verzet gedeeltelijk gegrond. De raad komt tot de conclusie dat klager zijn stelling dat hij niets van verweerster vernam voldoende aannemelijk heeft gemaakt en dat verweerder deze stelling onvoldoende heeft weersproken. De voorzitter heeft het klachtonderdeel ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard en het verzet in zoverre gegrond. De raad oordeelt vervolgens dat verweerder klager niet op de hoogte heeft gehouden van de stand van zaken in het hoger beroep. Verweerder heeft processtukken niet in concept aan klager voorgelegd. Evenmin heeft hij klager afschriften verstrekt van ingediende processtukken. Verweerder heeft klager ook niet adequaat geïnformeerd over een eventueel in te stellen cassatieprocedure. Dit alles is niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Uit het dossier blijkt dat verweerder klager heeft bijgestaan omdat klager niet meer in aanmerking kwam voor een toevoeging en zich geen advocaat kon veroorloven op betalende basis. Verweerder heeft daarop besloten om klager – een bekende – pro bono bij te staan. Een vriendendienst zoals deze vrijwaart een advocaat echter niet van zijn plicht om de cliënt op de hoogte te houden van de stand van zaken, te informeren over de in te dienen of ingediende processtukken en adequaat te adviseren. Verweerder heeft dit alles echter niet gedaan. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:285 Raad van Discipline Amsterdam 20-840/A/A 20-841/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerders voeren primair aan dat klager niet-ontvankelijk is vanwege het ne bis in idem-beginsel. Er zijn nieuwe tuchtrechtelijk relevante feiten/gedragingen gesteld, waardoor de voorzitter de klacht wel ontvankelijk acht. Dat verweerders klachtwaardig hebben gehandeld kan niet worden vastgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-076a

    Ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt beklaagde dat zij geen CT-scan heeft laten maken en de patiënt naar huis heeft laten gaan. Dit verwijt is naar het oordeel van het college niet terecht. Beklaagde heeft kennis genomen van hetgeen in het medisch dossier was opgenomen over het eerdere recente bezoek van de patiënt aan de SEH en de diagnose die toen was gesteld na anamnese, bloedonderzoek en echo: een sigmoïd diverticulitis (en een blaassteen als toevalsbevinding). Beklaagde heeft hierop wederom een echo van de buik laten maken en hierop werd de eerdere diagnose bevestigd. Dit keer werd als nevenbevinding een hydronefrose van de rechter nier aangetroffen. Hierop heeft beklaagde de zaak telefonisch besproken met de arts-assistent urologie en met haar supervisor. De patiënt is uit het ziekenhuis ontslagen met een verhoogde pijnmedicatie en de mededeling om bij het verergeren van de klachten terug te komen. Voorts is voor de patiënt een afspraak gemaakt op de poli chirurgie binnen maximaal een week voor een CT-scan blanco en op de afdeling urologie binnen twee weken vanwege de hydronefrose. Het ingezette beleid is niet in strijd met de Richtlijn diagnostiek en behandeling acute diverticulitis van het colon. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-739

    Verweerder heeft het verweer dat hij namens klager heeft gevoerd in een procedure over de verhoging van partneralimentatie niet, althans niet voldoende feitelijk onderbouwd. Het gevoerde verweer was niet adequaat en de kwaliteit van dienstverlening daarmee ondermaats. Onder verantwoordelijkheid van verweerder is de beslissing van de rechtbank niet onverwijld naar klager gestuurd. Verweerder heeft op dit punt erkend dat hij een fout heeft gemaakt en heeft daarvoor ook zijn excuses gemaakt. Dit neemt niet weg dat verweerder ook in de nasleep van deze fout niet zorgvuldig heeft gehandeld. Het heeft te lang geduurd voordat hij contact opnam met klager en verweerder is niet voortvarend geweest bij het toesturen van het dossier ten behoeve van de opvolgend advocaat die voor klager hoger beroep zou instellen. De kernwaarde deskundigheid is in het geding en daarom is de raad van oordeel dat een onvoorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van acht weken passend is. De raad heeft bij het bepalen van de maatregel in aanmerking genomen dat aan verweerder eerder de maatregel van een deels onvoorwaardelijke schorsing is opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:286 Raad van Discipline Amsterdam 20-842/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Gelet op de insteek van de gevoerde procedure is het begrijpelijk en zeker niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder de namen van zijn cliënten niet met klager wil delen. Integendeel, verweerder is als advocaat immers gebonden aan een verplichting tot geheimhouding en het onthullen van de namen van zijn cliënten zou daarmee in strijd kunnen komen. Voorts geldt dat, los van de vraag of dit zou kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, niet kan worden vastgesteld dat verweerder niet streeft naar een minnelijke oplossing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-076b

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht. Zij overweegt hiertoe dat klager wordt verondersteld de wil van zijn overleden vader te vertegenwoordigen. De omstandigheid dat de overledene bij leven niet zelf blijk heeft gegeven van ontevredenheid over zijn behandeling is een te verstrekkende eis voor ontvankelijkheid. Uit de machtiging maakt het college voorts op dat klagers moeder en echtgenote van de patiënt met de klacht instemt en deze ondersteunt. Dit maakt klager klachtgerechtigd. Klager verwijt beklaagde dat zij heeft gefiatteerd dat geen CT-scan is gemaakt en dat de patiënt direct is ontslagen, zonder dat zij zelf de patiënt heeft onderzocht. Dit verwijt is naar het oordeel van het college niet terecht. Beklaagde heeft de omstandigheden van de patiënt met de arts-assistent doorgenomen. Op basis van de informatie uit het medisch dossier en van de arts-assistent, waar onder de uitkomsten van het door de arts-assistent ingezette onderzoek, was het niet onjuist om het voorgenomen beleid telefonisch te fiatteren. Zij heeft hiermee voldoende invulling gegeven aan haar rol van supervisor van een onervaren arts-assistent. Dit neemt niet weg dat het naar het oordeel van het college de voorkeur verdient om in een vergelijkbaar geval wel persoonlijk de patiënt te beoordelen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/047

    Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij ondanks toezegging haar niet als patiënt heeft teruggenomen na de sluiting van het Slotervaartziekenhuis waardoor zij geen goede behandeling heeft gekregen en dat hij haar 'chanteert' om voor een operatie te kiezen omdat hij anders weigert haar te behandelen. Verweerder voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-105

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft naar het oordeel van het College onvoldoende grondig de anamnese afgenomen en heeft, mede als gevolg daarvan, maar ook door een onjuiste duiding van de klachten, ten onrechte als diagnose obstipatie gesteld. Ten slotte had beklaagde klaagster in het tweede consult zelf moeten verwijzen naar de spoedeisende hulp of op zijn minst een spoedecho en cito lab (snelle bloedafname en -onderzoek) moeten aanvragen. Gelet op de ernst van de klachten kon een verwijzing voor het maken van een echo of een nadere beoordeling in het ziekenhuis niet een paar dagen wachten. De combinatie van het onvoldoende serieus nemen van klaagster, het stellen van een diagnose die niet goed bij de klachten past en het niet met spoed doorverwijzen bij een mogelijk acute buik maken dat het College een berisping passend vindt. Klacht gegrond verklaard. Berisping.