Zoekresultaten 13661-13670 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.101
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:94
Klaagster is sinds 2000 ambulant onder behandeling bij de geestelijke gezondheidszorg. Klaagster is gediagnosticeerd met schizofrenie van het gedesorganiseerde type. De arts was als arts assistent in opleiding tot specialist psychiatrie betrokken bij de behandeling van klaagster van 26 juni 2019 tot en met haar ontslag op 19 juli 2019. De klacht luidt dat de arts een volger is van de leugens over klaagster die zijn collega’s hem voorhouden.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de zorg zoals deze in zijn totaliteit aan klaagster is aangeboden wel degelijk op enkele punten tekort is geschoten, maar dat van persoonlijke verwijtbaarheid van de aangeklaagde arts geen sprake is. Het beroep wordt daarom verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.043
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:88
Klacht tegen een internist. Bij klaagster was borstkanker vastgesteld, waarna zij een borstsparende operatie heeft ondergaan. De internist is in januari 2009 voor het eerst bij klaagsters behandeling betrokken geraakt. Klaagster verwijt de internist dat zij klaagster heeft gebruikt als testpersoon voor de behandeling met immunotherapie en haar onjuiste informatie heeft gegeven over de prognose van haar ziekte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor zover het handelen betreft voor 16 april 2009 niet-ontvankelijk verklaard, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-527/DB/ZWB
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 26-04-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:80
Advocaat heeft zich binnen de door de raad van discipline bij beslissing van 5 april 2019 bepaalde proeftijd schuldig gemaakt aan een in art. 46 Advocatenwet bedoelde gedraging. De raad gelast de tenuitvoerlegging van de bij beslissing van 5 april 2019 voorwaardelijk opgelegde schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van twee weken.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/40
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 12-04-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:7
De notaris heeft een stamrecht-B.V. ontbonden op basis van de enkele mededeling van de (inmiddels overleden) enig aandeelhouder dat de stamrechten waren uitgekeerd. Daarna volgt een forse belastingaanslag. Daargelaten of erflater daadwerkelijk heeft meegedeeld dat de stamrechten volledig waren uitgekeerd, is de kamer van oordeel dat de notaris verder had moeten doorvragen en/of nader onderzoek had moeten doen om erflater in de gegeven omstandigheden juist en volledig te kunnen informeren over de fiscale gevolgen van de beoogde ontbinding. Door geen (voldoende) invulling te geven aan zijn onderzoek- en Belehrungspflicht, heeft de notaris notariële kernwaarden geschonden. Dat de notaris bovendien niet heeft gereageerd op de (zes) herhaalde verzoeken van erflater en zijn advocaat om contact op te nemen over de kwestie vindt de kamer uitermate verwerpelijk. Door niets van zich te laten horen, heeft hij erflater maandenlang - tot zijn overlijden - in het ongewisse gelaten. Van een behoorlijk handelend notaris mag worden verwacht dat hij, als hij ontdekt dat hij (mogelijk) een fout heeft gemaakt, alles in het werk stelt om deze fout te herstellen dan wel, indien herstel niet mogelijk blijkt, te zorgen voor een passende vergoeding van de schade die een benadeelde (cliënt) door zijn handelwijze heeft geleden. Dit geldt eens te meer nu de notaris er ten tijde van de ontbinding van de B.V. al van op de hoogte was dat erflater ongeneeslijk ziek was, terwijl erflater hem kort nadat hij bekend was geworden met de negatieve fiscale gevolgen heeft laten weten dat hij nog maar kort te leven had en dat hij de ontstane situatie voor zijn overlijden afdoende geregeld wilde hebben. Ook dit nalaten rekent de kamer de notaris ernstig aan. Berisping en proceskostenveroordeling
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-447
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 29-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:63
Primair stelt verweerder dat klager zijn klacht heeft ingetrokken en de klacht daarom niet opnieuw behandeld kan worden. Het zogenoemde ‘ne bis in idem-beginsel’ is ook in het tuchtrecht aanvaard. In dit geval is er echter geen sprake van het ten tweeden male voorleggen van een klacht aan de tuchtrechter. De eerste klacht van klager is niet door de deken onderzocht, laat staan aan de tuchtrechter voorgelegd. De klacht ziet op de zorgvuldigheid van de dienstverlening door verweerder. De raad hanteert bij de beoordeling van deze klacht als uitgangspunt dat verweerder dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Klager heeft geen kennis kunnen nemen van (een concept van) de memorie van grieven voordat dit stuk werd ingediend. Dit is onzorgvuldig. Ook het zonder overleg in rekening brengen van vermijdbare kosten is onzorgvuldig. Voor de overige klachten over het opstellen van aantekeningen voor een zitting en het gebrekkige optreden tijdens een zitting is onvoldoende onderbouwing gegeven. De raad legt de maatregel van een berisping op mede gebaseerd op het feit dat verweerder zonder gegronde reden afwezig was bij de zitting.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-553
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 01-03-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:57
Artikel 46h Advocatenwet bepaalt dat verzet tegen de voorzittersbeslissing dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na verzending van het afschrift van deze beslissing. In deze zaak is de raad op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van oordeel dat klaagster te laat in verzet is gekomen van de beslissing van de voorzitter. Het verzet werd 14 dagen na de afloop van de wettelijke termijn ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken. Er bestaat de mogelijkheid dat berichten van de griffie kennelijk in de postbus ‘ongewenste e-mail’ van klaagster zijn terechtgekomen, maar dit levert voor klaagster geen verschoonbare termijnoverschrijding op aangezien zij reeds eerder hiermee geconfronteerd was en de voorzittersbeslissing daarom opnieuw aan haar was toegezonden. Het verzet is niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.254
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:95
Klacht tegen KNO-arts. Klager is door zijn huisarts naar de KNO-arts verwezen in verband met neuspassageproblemen. Een KNO-arts in opleiding (eveneens aangeklaagd, C2019.255) heeft net als de huisarts klager eerst een neusspray voorgeschreven alsmede een allergietest. Pas toen bleek dat de neusspray onvoldoende hielp, is besloten tot een neusoperatie. De aangeklaagde KNO-arts was medebeoordelaar van dit beleid en heeft hierover met klager telefonisch contact gehad. Klager verwijt de KNO-arts dat er onnodig neusspray is voorgeschreven, terwijl een operatie van de neus nodig was. Dit werkte vertragend en bracht kosten met zich vanwege het eigen risico. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.073
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 30-04-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:89
Klacht tegen een chirurg. Bij klaagster is tijdens het bevolkingsonderzoek een afwijking de linkerborst gevonden. Zij kwam daarvoor in behandeling in het ziekenhuis waar de chirurg destijds werkzaam was. Klaagster is gezien door een nurse practitioner in opleiding en uit nader onderzoek bleek dat sprake was van borstkanker. De chirurg was als supervisor aanwezig en maakte deel uit van het multidisciplinair overleg waar klaagster is besproken. Hij heeft na dit overleg het voorlopig behandelplan opgesteld en getekend. Klaagster verwijt de chirurg geen of onvoldoende dossiervoering, dat hij teveel taken heeft laat verrichten door een (leerling) nurse practitioner en dat hij zonder informed consent klaagster heeft willen laten deelnemen aan medisch wetenschappelijk onderzoek.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2021:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/42
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 15-03-2021
- ECLI:NL:TNORSHE:2021:8
Klacht van zus over (met name) beoordeling van de wilsbekwaamheid van haar broer door de notaris bij het opmaken van zijn levenstestament. Kamer verklaart klacht niet-ontvankelijk omdat zus niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij de mondelinge behandeling heeft zus ook naar voren gebracht dat het van “redelijk en algemeen belang” is om kwetsbare mensen met bijvoorbeeld de diagnose alzheimer in de toekomst te behoeden voor de situatie waarin haar broer is komen te verkeren. De kamer is echter van oordeel dat de kring van belanghebbenden niet zo ruim is dat iedereen in het kader van het algemeen belang van de bescherming van de rechtszekerheid en het vertrouwen in het notariaat een klacht tegen een notaris kan indienen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:70 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-801 20-802
- Datum publicatie: 30-04-2021
- Datum uitspraak: 08-02-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:70
Voorzittersbeslissing. Verweerders - tevens advocaten - zijn door klagers als privépersoon aangesproken over de vermeende grens van hun aangrenzende percelen. Verweerder heeft namens zichzelf privé en namens verweerster privé – tevens namens een derde – op zijn advocatenbriefpapier inhoudelijk gereageerd op de sommatie van klagers en is als advocaat een procedure gestart. Voldoende aanknopingspunten en verwevenheid om de privégedragingen van verweerders aan artikel 46 Advocatenwet te toetsen. Dat verweerders misbruik van hun functie als advocaat hebben gemaakt jegens klagers of anderen tegen hen hebben opgestookt, is niet komen vast te staan. Evenmin is de voorzitter gebleken van een door verweerder gedane toezegging. Klachten kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1366
- Pagina: 1367
- Pagina: 1368
- ...
- Pagina: 4820
- Volgende pagina zoekresultaten