Zoekresultaten 12501-12510 van de 48123 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:234 Raad van Discipline Amsterdam 21-172/A/A
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 27-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:234
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/06
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 29-09-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:31
Klacht tegen verzekeringsarts. Het college oordeelt dat beklaagde gehandeld heeft conform de geldende richtlijnen en adequaat kennis heeft genomen van de bestaande informatie. Niet aannemelijk is geworden dat beklaagde klager niet heeft bevraagd over diens klachten en het college acht de overweging van beklaagde goed navolgbaar. Verder oordeelt het college dat beklaagde geen aanvullende informatie bij de huisarts had hoeven opvragen nu de informatie reeds compleet was om tot een oordeel te komen. Niet aannemelijk is geworden waarom beklaagde de beperkingen van klager onjuist zou hebben beoordeeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:228 Raad van Discipline Amsterdam 21-664/A/A
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 20-09-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:228
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Daargelaten de vraag of de heer S wist dat de dagvaarding mede namens hem was uitgebracht – hetgeen niet kan worden vastgesteld omdat de heer S zich dat niet meer kan herinneren – heeft de heer S in ieder geval achteraf ingestemd met het uitbrengen van de dagvaarding. Verweerder valt daarom geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-861/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-10-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:168
Herstelbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:222 Raad van Discipline Amsterdam 21-240/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:222
Klacht tegen advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder is een berisping opgelegd. Verweerder heeft zich ten onrechte rechtstreeks tot een klager gewend die werd bijgestaan door een advocaat. Voorts getuigt de druk die verweerder op deze advocaat en zijn maatschap heeft uitgeoefend en zijn aansprakelijkheidstelling van deze advocaat en zijn maatschap – de advocaat en zijn maatschap zijn ook klagers in deze zaak - niet van een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 150/2020
- Datum publicatie: 25-10-2021
- Datum uitspraak: 19-10-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:90
Klager werd verdacht van rijden onder invloed. Beklaagde heeft in dit kader onder supervisie van de keurende psychiater (eveneens aangeklaagd) de amnese zelfstandig afgenomen en heeft lichamelijk onderzoek verricht. Naar aanleiding van dit onderzoek werd geconcludeerd dat klager niet rijbevoegd was. Het rijbewijs werd volgens door het CBR ongeldig verklaard.Klager heeft vervolgens een tuchtklacht ingediend tegen beklaagde en de keuringsarts die hem heeft gekeurd. Alle klachtonderdelen zijn destijds door het RTG Zwolle en het CTG ongegrond verklaard.Klager is daarnaast in bezwaar en beroep gegaan bij het CBR. Deze procedures zijn ongegrond verklaard. Hierna is klager in hoger beroep gegaan bij de ABRvS. De ABRvS heeft het hoger beroep gegrond verklaard. Op grond van deze uitspraak moest het CBR een nieuw besluit op bezwaar nemen ten aanzien van de beslissing het rijbewijs van klager ongeldig te verklaren. Het CBR heeft hiervoor nieuwe informatie gevraagd aan beklaagde die deze informatie (samen met de keurend psychiater) heeft gegeven in een brief.Mede op basis van deze informatie heeft het CBR het rijbewijs van klager wederom ongeldig verklaard.In de onderhavige procedure beklaagt klager zich over hetgeen beklaagde in de brief heeft verklaard en staat eveneens de vraag centraal of klager ontvankelijk is in zijn klacht.Klager is ontvankelijk en de klacht wordt getoetst aan de tweede tuchtnorm, die van artikel47, eerste lid, aanhef en onder b wet BIG.Klager is voorts ontvankelijk in zijn klacht, voor zover de klacht zich richt tegen de inhoud van de brief. Voor zover de klacht zich richt tegen de uitvoering van het onderzoek en de totstandkoming van het keuringsonderzoek is klager niet-ontvankelijk op grond van het “ne bis in idem-beginsel”.De klacht wordt ongegrond verklaard voor zover gericht tegen de (inhoud) van de verklaring en klager wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:223 Raad van Discipline Amsterdam 21-613/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:223
Deels gegronde klacht over de eigen advocaat. Het valt verweerster tuchtrechtelijk te verwijten dat zij hetgeen zij met klager heeft besproken niet schriftelijk heeft vastgelegd, waardoor daarover bij klager misverstand heeft kunnen ontstaan. In de gegeven omstandigheden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 151/2020
- Datum publicatie: 25-10-2021
- Datum uitspraak: 19-10-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:91
Klager werd verdacht van rijden onder invloed. Beklaagde heeft klager in dit kader psychiatrisch onderzoek verricht bij klager en geconcludeerd dat hij niet rijbevoegd was. Het rijbewijs werd volgens door het CBR ongeldig verklaard. Klager heeft vervolgens een tuchtklacht ingediend tegen beklaagde en de keuringsarts die hem heeft gekeurd. Alle klachtonderdelen zijn destijds door het RTG Zwolle en het CTG ongegrond verklaard.Klager is daarnaast in bezwaar en beroep gegaan bij het CBR. Deze procedures zijn ongegrond verklaard. Hierna is klager in hoger beroep gegaan bij de ABRvS. De ABRvS heeft het hoger beroep gegrond verklaard. Op grond van deze uitspraak moest het CBR een nieuw besluit op bezwaar nemen ten aanzien van de beslissing het rijbewijs van klager ongeldig te verklaren. Het CBR heeft hiervoor nieuwe informatie gevraagd aan beklaagde die deze informatie (samen met de keuringsarts) heeft gegeven in een brief.Mede op basis van deze informatie heeft het CBR het rijbewijs van klager wederom ongeldig verklaard.In de onderhavige procedure beklaagt klager zich over hetgeen beklaagde in de brief heeft verklaard en staat eveneens de vraag centraal of klager ontvankelijk is in zijn klacht.Klager is ontvankelijk en de klacht wordt getoetst aan de tweede tuchtnorm, die van artikel47, eerste lid, aanhef en onder b wet BIG.Klager is voorts ontvankelijk in zijn klacht, voor zover de klacht zich richt tegen de inhoud van de brief. Voor zover de klacht zich richt tegen de uitvoering van het onderzoek en de totstandkoming van het keuringsonderzoek is klager niet-ontvankelijk op grond van het “ne bis in idem-beginsel”.De klacht wordt ongegrond verklaard voor zover gericht tegen de (inhoud) van de verklaring en klager wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:224 Raad van Discipline Amsterdam 21-118/A/A
- Datum publicatie: 25-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:224
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:218 Raad van Discipline Amsterdam 21-737/A/NH
- Datum publicatie: 25-10-2021
- Datum uitspraak: 18-10-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:218
Voorzittersbeslissing. Klacht van een voormalig advocaat over de deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1250
- Pagina: 1251
- Pagina: 1252
- ...
- Pagina: 4813
- Volgende pagina zoekresultaten