Zoekresultaten 10401-10410 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-302/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van curator over mededelingen aan journalisten. In het licht van het door verweerder gevoerde verweer heeft klager zijn klacht, dat verweerder klagers privacy heeft geschonden en aan onrechtmatige derdenverstrekking heeft gedaan, naar het oordeel van de voorzitter onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Klager heeft ook niet gesteld dat de door verweerder aan de journalisten gedane mededelingen feitelijke onjuistheden bevatten en van dergelijke feitelijke onjuistheden is de voorzitter ook niet gebleken. De voorzitter is kortom van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder zich in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van klager zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1165

    Klacht tegen tandarts. Klager heeft de tandartsenpraktijk bezocht waar verweerster werkzaam was als tandarts. Een collega-tandarts van dezelfde praktijk heeft bij klager twee verstandskiezen verwijderd (extractie). Verweerster heeft bij klager andere tandheelkundige handelingen verricht en ook met klager gecorrespondeerd. Klager verwijt verweerster dat zij fouten heeft gemaakt bij de extractie, dat zij die fouten heeft verzwegen en vervolgens daarover onjuiste informatie heeft verstrekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1076

    Klacht tegen arts. Klaagster is de weduwe van patiënt. Patiënt is na een herseninfarct opgenomen in het ziekenhuis en aansluitend opgenomen in een revalidatiecentrum. Klaagster verwijt de arts dat is besloten tot een klinische revalidatie in het revalidatiecentrum, zonder patiënt te informeren over de mogelijkheden van een poliklinische revalidatie en zonder klaagster te betrekken in de besluitvorming. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat gerede twijfel bestaat dat zij de veronderstelde wil van patiënt vertegenwoordigt, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster wél in de klacht kan worden ontvangen, omdat terughoudend moet worden omgegaan met het aannemen van bijzondere omstandigheden waarbij wordt aangenomen dat de nabestaande niet de wil van de patiënt vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht vervolgens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-303/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1160

    Klacht tegen cosmetisch arts. Klaagster is ontevreden over de liposuctiebehandeling zoals die door verweerder is uitgevoerd. Zij verwijt verweerder dat hij zonder toestemming de behandeling door een andere arts heeft laten uitvoeren en dat het hechten van de wond niet volgens afspraak heeft plaatsgevonden, dat hij onjuiste informatie over de behandeling heeft verstrekt, niet de afgesproken pijnstilling en niet de goede nazorg heeft gegeven en dat zijn dossiervorming onzorgvuldig is geweest terwijl hij klaagster geen of onvoldoende inzage in dat dossier heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1075

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster is de weduwe van patiënt. Patiënt is na een herseninfarct opgenomen in het ziekenhuis en aansluitend opgenomen in een revalidatiecentrum. Klaagster verwijt de neuroloog dat door, dan wel onder de verantwoordelijkheid van, de neuroloog is besloten tot een klinische revalidatie in het revalidatiecentrum zonder patiënt te informeren over de mogelijkheden van een poliklinische revalidatie en zonder klaagster te betrekken in de besluitvorming en b. een te afwachtend beleid is gehanteerd toen zich op 10 januari 2015 opnieuw visusklachten bij patiënt voordeden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat gerede twijfel bestaat dat zij de veronderstelde wil van patiënt vertegenwoordigt, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster wél in de klacht kan worden ontvangen, omdat terughoudend moet worden omgegaan met het aannemen van bijzondere omstandigheden waarbij wordt aangenomen dat de nabestaande niet de wil van de patiënt vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart voorts klachtonderdeel b. gegrond, omdat van de neuroloog verwacht had mogen worden dat hij meer voortvarend te werk was gegaan. Het Centraal Tuchtcollege legt aan de neuroloog geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:152 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-336/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1148

    Klacht tegen een (onbekende) psychiater. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager onvoldoende heeft aangegeven wat er is gebeurd, wanneer dat is gebeurd en wat precies de klacht is tegen de psychiater. Klager is daarom niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1074

    Klacht tegen oogarts. Klaagster is weduwe van patiënt. Klaagster verwijt de oogarts dat hij a. eind 2014 een te afwachtend beleid heeft gehanteerd bij de oogklachten van patiënt die TIA’s van het oog bleken te zijn en dat hij patiënt niet heeft geïnformeerd over de (recidive)risico’s hiervan, zoals het zijn van een voorbode van een herseninfarct en b. in 2015 een te afwachtend beleid heeft gehanteerd toen zich in 2015 opnieuw visusklachten voordeden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat er gerede twijfel bestaat of klaagster de wil van patiënt vertegenwoordigt. Patiënt heeft namelijk na voorlichting door de oogarts over het niet volgen van het TIA-beleid ervoor gekozen dit beleid niet te volgen. Er zijn geen aanknopingspunten dat patiënt op enig moment daarna alsnog ontevreden is geweest over het handelen van de oogarts. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:147 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-597/AL/MN

    Ongegrond verzet.