Zoekresultaten 10351-10360 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:145 Raad van Discipline Amsterdam 22-491/A/NH
- Datum publicatie: 01-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:145
Voorzittersbeslissing. Klacht is niet-ontvankelijk omdat de vervaltermijn van drie jaar neergelegd in 46g lid1 onder a Advocatenwet is overschreden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:146 Raad van Discipline Amsterdam 22-480/A/A
- Datum publicatie: 01-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:146
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3378
- Datum publicatie: 29-07-2022
- Datum uitspraak: 29-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:114
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klaagster was opgenomen in een instelling in verband met een verstandelijke beperking en een aandoening in het autistisch spectrum. Verweerder is de huisarts van de zoon. Klaagster is de mentor en bewindvoerder van haar zoon en verwijt verweerder onder andere dat hij zonder informed consent van klaagster en zonder de zoon te hebben gezien medicatie heeft voorgeschreven. Daarbij zou verweerder het dossier niet op orde hebben en klaagster onheus hebben bejegend. Het college overweegt dat het ging om valeriaandruppels die via de drogist verkrijgbaar zijn en dat niet kan worden vastgesteld dat verweerder zonder informed consent de druppels heeft verstrekt. Wat betreft de dossiervoering het volgende. Nu verweerder (ter terechtzitting) geen voldoende uitleg heeft gegeven waarom hij in het geheel niet over een dossier van zijn patiënt beschikte, acht het college dit klachtonderdeel gegrond. Het college is van oordeel dat de klacht over de bejegening eveneens gegrond is. Verweerder heeft op onprofessionele wijze gereageerd op de vragen van klaagster. Klacht deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TACAKN:2022:28 Accountantskamer Zwolle 21/2170 Wtra AK 21/2171 Wtra AK 21/2172 Wtra AK 21/2173 Wtra AK
- Datum publicatie: 29-07-2022
- Datum uitspraak: 29-07-2022
- ECLI:NL:TACAKN:2022:28
Klacht tegen accountants die betrokken zijn geweest bij verenigingstuchtrechtspraak voor leden van een beroepsvereniging. De klacht is ontvankelijk. De klacht is ten aanzien van twee accountants ongegrond. De klacht is ten aanzien van twee accountants gedeeltelijk gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van waarschuwing. De tuchtrechtspraak zoals deze wordt uitgeoefend door organen van de beroepsvereniging is niet wettelijk geregeld, maar is een vorm van verenigingstuchtrechtspraak voor leden van de beroepsvereniging. Dit staat er niet aan in de weg dat het handelen en nalaten van betrokkenen als leden van een van beide tuchtcolleges ter toetsing aan de Accountantskamer kan worden voorgelegd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkenen, die lid waren van de Raad van Beroep, zelfs in het licht van de terughoudende toetsing van het handelen van accountants die deelnemen aan verenigingstuchtrechtspraak, gehandeld hebben in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door zich niet te distantiëren van de beslissing van de Raad van Beroep om in strijd met haar eigen reglement en ondanks een uitdrukkelijk daartoe gedaan verzoek partijen niet mondeling te horen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2022:29 Accountantskamer Zwolle 22/337 Wtra AK
- Datum publicatie: 29-07-2022
- Datum uitspraak: 29-07-2022
- ECLI:NL:TACAKN:2022:29
Klacht tegen accountant die forensisch onderzoek heeft verricht naar aanleiding van klokkenluidersmeldingen bij een accountantsorganisatie. Klacht ongegrond. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene voldoende heeft gedaan om klager in de gelegenheid te stellen om zijn medewerking te verlenen aan het door hem te verrichten onderzoek, dat tevens onderzoek in de mailbox van klager inhield. Dat klager om hem moverende redenen geen medewerking heeft willen verlenen aan dat onderzoek, valt betrokkene niet te verwijten. Het uitgevoerde onderzoek was gericht op de vaststelling van feiten met betrekking tot de door betrokkene in opdracht van de Raad van Commissarissen te onderzoeken vragen.Betrokkene heeft toegelicht, en de Accountantskamer acht aannemelijk, dat hij zelf geen directe inzage heeft gehad in klagers mailbox. Het onderzoek naar die mailbox is uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf. Door de gekozen werkwijze en de tussenschakeling van een gespecialiseerd bedrijf is in voldoende mate voorkomen dat door betrokkene kennis werd genomen van allerlei voor het te verrichten onderzoek niet relevante e-mailberichten. Van schending van klagers recht op privéleven is geen sprake geweest. Een negatieve publicatie in het Financieel Dagblad over klager waarbij werd gerefereerd aan het onderzoek van betrokkene maakte niet dat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 9 van de VGBA.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 210264H
- Datum publicatie: 29-07-2022
- Datum uitspraak: 20-05-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:124
Verzoek om herstel proceskostenveroordeling afgewezen. Herstel kennelijke verschrijving in feitenoverzicht.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3490
- Datum publicatie: 29-07-2022
- Datum uitspraak: 29-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:112
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster is bekend met klachten van angst en depressie. In verband daarmee is zij door de huisarts doorverwezen naar een psychiater. Zij heeft toen paroxetine voorgeschreven gekregen. Deze dosering is later afgebouwd. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat verweerder, tegen het uitdrukkelijke verzoek van klaagster in, heeft geadviseerd om zonder afbouwschema te stoppen met het gebruik van paroxetine. Zij gebruikte al jarenlang een niet-werkzame dosering van 10mg paroxetine. Het advies dat door verweerder is gegeven, is naar het oordeel van het college lege artis. De klacht dat verweerder suïcidaliteit bij klaagster heeft genegeerd, is ook ongegrond. Uit het medisch dossier blijkt dat verweerder klaagster heeft gevraagd of zij suïcidaal was. Daarop heeft klaagster ontkennend geantwoord. In de periode daarna, toen haar klachten heftiger werden, heeft verweerder de POH-GGZ ingeschakeld en haar doorverwezen naar de psychiater. Verwijten omtrent inhoud en wijze van mondelinge communicatie laten zich moeilijk op hun juistheid beoordelen door het college. Dit neemt niet weg dat het college uit het medisch dossier afleidt dat verweerder juist zeer betrokken is geweest bij klaagster en – in tegenstelling tot hetgeen klaagster heeft gesteld – uiterst zorgvuldig heeft gehandeld. Er hebben gedurende een lange periode veel consulten plaatsgevonden met klaagster, waarbij verweerder steeds conform de op dat moment geldende beroepsnormen heeft gehandeld en waarbij hij alles heeft gedaan wat in zijn macht lag om klaagster te helpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3793
- Datum publicatie: 29-07-2022
- Datum uitspraak: 29-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:113
Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is de echtgenote van een overleden patiënt van een huisarts. Verweerder nam waar voor deze huisarts. De patiënt kwam in de ochtend langs met klachten. Verweerder bracht deze klachten in verband met een mogelijke Covid-19 besmetting en vond insturen van de patiënt niet noodzakelijk. Die avond is de patiënt overleden aan een hartstilstand. Klaagster verwijt verweerder dat hij de patiënt niet heeft onderzocht en in plaats daarvan met pijnstillers naar huis heeft gestuurd. Het college overweegt dat verweerder gezien de door de patiënt geuite klachten te beperkt onderzoek heeft gedaan en onjuiste conclusies heeft verbonden aan de onderzoeksresultaten. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1147
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:134
Klacht tegen een onbekende zorgverlener, die volgens klager psycholoog is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager onvoldoende heeft aangegeven wat er is gebeurd, wanneer dat is gebeurd en wat precies de klacht is tegen de psycholoog. Klager is daarom niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1033
- Datum publicatie: 28-07-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:141
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het onderzoek dat hij op 6 januari 2011 bij haar heeft verricht, onder meer door te concluderen dat er geen sprake was van een posttraumatische stressstoornis (PTSS), terwijl later is gebleken dat dit wel zo was. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er op 11 maart 2014 al een onherroepelijke eindbeslissing is gewezen over het bij de klacht aan de orde gestelde handelen van de gz-psycholoog. Daarom kan de klacht van klaagster niet opnieuw worden behandeld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1035
- Pagina: 1036
- Pagina: 1037
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten