ECLI:NL:TGZCTG:2022:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1147

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2022:134
Datum uitspraak: 18-07-2022
Datum publicatie: 28-07-2022
Zaaknummer(s): C2021/1147
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een onbekende zorgverlener, die volgens klager psycholoog is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager onvoldoende heeft aangegeven wat er is gebeurd, wanneer dat is gebeurd en wat precies de klacht is tegen de psycholoog. Klager is daarom niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2021/1147 van:
A., verblijvende te B., appellant, klager in eerste aanleg, 
tegen
C., (gz-) psycholoog, werkzaam te B.,
beklaagde in beide instanties. 
1.    Verloop van de procedure
A. – hierna klager – heeft op 3 maart 2021 bij het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle tegen een onbekende zorgverlener, die volgens klager psycholoog is, een klacht ingediend. Bij beslissing van 27 augustus 2021, onder nummer Z2021/3004, heeft dat college klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
Klager is van die beslissing op tijd in beroep gekomen. 
Het Centraal Tuchtcollege heeft de zaak in beroep in raadkamer behandeld.  
2.    Beslissing in eerste aanleg
Het Regionaal Tuchtcollege heeft het volgende overwogen en geoordeeld.
“Klager heeft een klaagschrift ingediend, tegen beklaagde die volgens klager psycholoog is, met bijlagen en een aanvullend klaagschrift met bijlagen. Na schriftelijke vragen van de secretaris en telefonisch contact met de secretaris, heeft klager nog twee aanvullende klaagschriften ingestuurd.
Het college verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht. Het college licht dat als volgt toe. 
Een klacht moet voldoende duidelijk en voldoende onderbouwd zijn om in behandeling te kunnen nemen. Dat wil zeggen dat duidelijk moet zijn wat de klacht is, tegen wie de klacht is gericht en op welke feiten die klacht is gebaseerd. Als de klacht niet voldoende duidelijk is en/of niet voldoende onderbouwd moet de secretaris van het college de klager in de gelegenheid stellen om het klaagschrift aan te vullen. Als de klager dat niet of niet voldoende doet beslist het college dat klager niet ontvankelijk is in de klacht.   
Het klaagschrift van klager is niet voldoende onderbouwd. Klager heeft in het klaagschrift namelijk niet geschreven wat zijn klacht tegen beklaagde precies is en op welke feiten zijn klacht is gebaseerd. Daarom heeft de secretaris van het college telefonisch contact met klager opgenomen om toe te lichten dat, om de klacht in behandeling te kunnen nemen, nadere onderbouwing van zijn klacht nodig was. De secretaris heeft klager vervolgens per brief van 14 juni 2021 om een nadere onderbouwing van de klacht gevraagd. Meer specifiek heeft de secretaris gevraagd om aan te geven wat precies de klacht is tegen beklaagde, wat er is gebeurd en wanneer dat is gebeurd. Klager heeft op die brief gereageerd op 6 juli 2021. Klager heeft in zijn eerste reactie echter onvoldoende aangegeven wat precies de klacht is tegen beklaagde, wat er is gebeurd en wanneer dat is gebeurd. 
Op 21 juli 2021 heeft de secretaris van het college in een telefonisch contact met klager aangegeven dat de klacht onvoldoende duidelijk was en met klager besproken dat duidelijk moest zijn wat precies de klacht is, wat er is gebeurd en wanneer dat is gebeurd. 
Klager heeft vervolgens nog een aanvullend klaagschrift ingestuurd dat is binnengekomen op 3 augustus 2021. In dit aanvullende klaagschrift heeft klager echter ook onvoldoende aangegeven wat precies de klacht is tegen beklaagde, wat er is gebeurd en wanneer dat is gebeurd. 
Bij deze stand van zaken dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn klacht, daargelaten of de klacht overigens ontvankelijk zou zijn omdat beklaagde mogelijk niet in het BIG-register is geregistreerd.”

3.    Vaststaande feiten en omstandigheden
Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de feiten weergegeven in de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Deze weergave is in beroep niet of in elk geval onvoldoende, bestreden. 
4.    Beoordeling van het beroep
4.1    Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van de inhoud van de aan het Regionaal Tuchtcollege voorgelegde klacht en aanvullende klacht, alsmede de correspondentie met de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege. Het door het Regionaal Tuchtcollege opgebouwde zaaksdossier is aan het Centraal Tuchtcollege gestuurd. Verder heeft het Centraal Tuchtcollege kennisgenomen van het beroepschrift dat is binnengekomen op 23 november 2021 en de nagekomen stukken die zijn binnengekomen op 28 december 2021. 
4.2    Na bestudering van de stukken en de bespreking hiervan in raadkamer, is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege klager terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege neemt datgene wat het Regionaal daarover heeft overwogen hier over. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het klaagschrift en de aanvullende klachten onvoldoende zijn onderbouwd. In de klacht is onvoldoende aangegeven wie de beklaagde is, wat er is gebeurd, wanneer dat is gebeurd en wat klager de beklaagde precies verwijt. Dit betekent dat het beroep van klager zal worden verworpen. 
5.    Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is gegeven door: R. Prakke-Nieuwenhuizen, voorzitter, L.F. Gerretsen-Visser en E.J. van Sandick, leden-juristen en M.A.J. Hagenaars en A. de Keijser, leden-beroepsgenoten, en E. van der Linde, secretaris.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2022. 
Voorzitter  w.g.    Secretaris  w.g.