Zoekresultaten 1841-1850 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:29 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2014/7

    Ontvankelijkheid. Begrip belanghebbende. Ingevolge artikel 99 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) kan een ieder met enig redelijk belang een klacht tegen een notaris indienen. Een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist, ook een indirect of afgeleid belang van een klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Verwijzing naar de uitspraak van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag van 26 maart 2014 (ECLI:NL:TNORDHA:2014:9). Klager heeft de klacht ingediend op eigen titel en niet als vertegenwoordiger van de erfgenamen die zich tot hem hebben gewend. De kamer acht klager ontvankelijk in het gedeelte van de klacht dat betrekking heeft op de bejegening door de notaris van klager. De kamer acht klager niet ontvankelijk in het overige gedeelte van de klacht, omdat het overige gedeelte van de klacht betrekking heeft op inhoudelijke aspecten van de afwikkeling van de nalatenschap. Klager heeft daarbij onvoldoende belang, omdat de inhoudelijke aspecten van de afwikkeling van de nalatenschap klager niet op enigerlei wijze persoonlijk aangaan

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:30 Kamer voor het notariaat Amsterdam 553654/NT 13-77 B 553657/NT 13-78 B

    Door geen openheid van zaken te geven aan de erfgenamen en door het ontvangen van de teruggave van de Belastingdienst op de kantoorrekening in plaats van op de derdenrekening, hebben de notaris en de kandidaat-notaris klachtwaardig gehandeld. Waarschuwing opgelegd aan beiden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:28 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-73

    De notaris is nalatig geweest door de “aanvullende huwelijkse voorwaarden” van 1 april 2008 niet in een notariële akte op te nemen, zodat deze voorwaarden op grond van artikel 1:115 BW nietig zijn. Vanaf eind 2012 hebben zich feiten en omstandigheden voorgedaan, – welke aan de notaris kunnen worden verweten – waardoor klager tot de overtuiging is gekomen dat hij zonder nadeel voor hemzelf het echtscheidingsconvenant heeft kunnen ondertekenen en de verplichtingen die daaruit voor hem voortvloeien op zich heeft kunnen nemen. De notaris heeft partij gekozen voor [B], althans hij heeft de schijn gewekt dat hij partij voor [B] heeft gekozen, door klager niet te wijzen op de ongeldigheid van de aanvullende huwelijksvoorwaarden, noch klager volledig en juist te informeren over zijn rechtspositie ten aanzien van de gemeenschapsschuld van € 110.000,-. De notaris heeft onnodig tijdsdruk uitgeoefend op klager .

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:31 Kamer voor het notariaat Amsterdam 556382/NT 13-82 O van

    5.3 Ingevolge artikel 99 lid 15 Wna kan een klacht echter slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven kennis heeft genomen. Het motief van de wetgever voor het opnemen van deze termijn is in de wetsgeschiedenis (Tweede Kamer II, 1996-1997, 23 706, nr. 12) als volgt verwoord : “ (...) De reden daarvoor is met name gelegen in het feit dat na verloop van een bepaalde termijn ervan uit moet kunnen worden gegaan dat de betrokkene geen reden ziet om een klacht tegen de notaris in te dienen. Gezien het karakter van de procedure, waarbij elke klager zelf de procedure zonder vormvoorschriften in gang kan zetten, acht ik een dergelijke termijn alleszins aanvaardbaar. De notaris moet ook niet in lengte van jaren kunnen worden achtervolgd met klachten waarvan de feiten door het verstrijken van een te lange termijn nog zeer moeilijk naar behoren zijn vast te stellen. (...) ” De onderhavige klacht is ingediend op 27 november 2013 bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Vast staat dat klager de overeenkomst van koop- en aanneming heeft ondertekend op 11 mei 2005 en dat het appartementsrecht op 18 augustus 2005 aan klager is geleverd. Op basis daarvan mag worden aangenomen dat hij vanaf (in elk geval) het moment van oplevering bekend was, althans bekend mag worden verondersteld te zijn geweest, met de gekozen juridische constructie. Gelet op het vorenstaande is de kamer van oordeel dat genoemde termijn van drie jaren (in elk geval) is gaan lopen met ingang van de datum van het passeren van de akte van levering, derhalve 18 augustus 2005. Nu de onderhavige klacht niet eerder dan op 27 november 2013 is ingediend, is de kamer van oordeel dat de onderdelen als vermeld onder 3.1, 3.2, 3.3 en 3.6 van de klacht zijn verjaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2014:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/94

    De Kamer neemt tot uitgangspunt dat een cliënt die handelingsbekwaam is, moet worden geacht zijn belangen te kunnen behartigen. Dit is het wettelijk uitgangspunt. Eerst indien aanleiding bestaat om daaraan te twijfelen, dient een notaris de geestesgesteldheid van zijn cliënt nader te onderzoeken. De Kamer is van oordeel dat door klaagster onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht om tot de conclusie te komen dat de oud-notaris had moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid zodat hij het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid had moeten toepassen. Wel acht de Kamer het onzorgvuldig dat de oud-notaris op instigatie van een derde het testament van de heer [B] vóór het gesprek met de heer [B] heeft aangepast, hij zonder een kantoorgenoot mee te nemen een bezoek heeft gebracht aan de heer [B] en tijdens dit bezoek direct is overgegaan tot het passeren van het meegenomen gewijzigde testament. Mede gelet op de hoge leeftijd van de heer [B] had de oud-notaris zich op meer indringende wijze moeten vergewissen van de wensen van de heer [B], waarover hij alleen via de heer [D] had vernomen. Hij had dit kunnen doen door voorafgaand aan het gesprek een concept van het gewijzigde testament naar de testateur te sturen of door het ondertekenen van het testament pas tijdens een tweede afspraak te laten plaatsvinden. Verder had het in deze situatie in de rede gelegen dat de notaris zich had laten vergezellen door een kantoorgenoot dan wel een andere objectieve derde. Het feit dat volgens de notaris haast geboden was bij het verlijden van het testament vanwege de ziekte van de heer [C], maakt dit niet anders. Wat er ook zij van de afweging die de oud-notaris heeft gemaakt ten aanzien van het passeren van het testament van de zeer ernstig zieke heer [C], voor het verlijden van het testament van de heer [B] gold niet dat haast geboden was. De oud-notaris had naar het oordeel van de Kamer ten aanzien van de heer [B] meer zorgvuldigheid in acht moeten nemen door hem langer tijd te geven voor het beoordelen van het gewijzigde testament. Dit klachtonderdeel is derhalve in zoverre gegrond. De Kamer is van oordeel dat de geconstateerde onzorgvuldigheid dusdanig ernstig is dat ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing dient te worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:32 Kamer voor het notariaat Amsterdam 558591/NT 14-4 O van

    4.3 Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel, te weten het verwijt dat de notaris niet adequaat op het verzoek van klaagster tot acute dienstverlening voor de laatste wilsbeschikking van erflaatster heeft gereageerd, oordeelt de kamer als volgt. De notaris heeft op maandag 19 augustus 2013 van zijn medewerkster vernomen dat erflaatster haar testament wenste te wijzigen en dat zij, hoewel ernstig ziek, niet in een terminale fase verkeerde. Dinsdag 20 augustus 2013 heeft de notaris telefonisch contact opgenomen met klaagster en in dat gesprek medegedeeld dat hij niet eerder dan donderdag 22 augustus 2013 erflaatster kon bezoeken. Daarbij heeft de notaris klaagster gezegd, naar deze niet heeft weersproken, dat, indien de situatie van erflaatster zou verslechteren, zij niet diende te wachten tot donderdag 22 augustus maar eerder contact met de notaris diende op te nemen of een andere notaris diende te benaderen die wel op kortere termijn beschikbaar zou zijn. Op woensdag 21 augustus 2013 is de notaris niet op de hoogte gesteld van de verslechterde situatie van erflaatster. Op grond van het vorenstaande is niet aannemelijk geworden dat de notaris op de hoogte is gebracht van de ernst van de gezondheidstoestand van erflaatster en dat deze meebracht dat hij zich onmiddellijk naar erflaatster had moeten begeven of had moeten zorgdragen voor de aanwezigheid van een andere notaris. Ook overigens is niet van omstandigheden gebleken die meebrengen dat de notaris erflaatster eerder had moeten bezoeken dan donderdag 22 augustus. Onder deze omstandigheden is de kamer van oordeel dat de notaris niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De kamer acht dit klachtonderdeel derhalve ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2014:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/66

    Het is vaste rechtspraak dat het strafrechtelijk beginsel ne bis in idem – inhoudende dat niemand mag worden berecht of gestraft voor hetzelfde feit waarover reeds bij definitieve einduitspraak is beslist – ook van toepassing is binnen het notariële tuchtrecht. De kamer neemt daarom slechts de klachtonderdelen in aanmerking die niet dezelfde inhoud en strekking hebben als de reeds eerder tegen de notaris ingediende klacht. Bij het financiële beheer heeft de notaris dan ook gehandeld volgens de geldende normen. De notaris kan naar het oordeel van de kamer geen enkel verwijt dienaangaande worden gemaakt. Klager heeft dienaangaande naar voren gebracht dat hij om een afschrift van de boedelrekening heeft gevraagd maar dat de notaris daarover (ten onrechte) niet bleek te beschikken. De notaris heeft naar voren gebracht, en ook aan klager laten weten dat de derdengelden door de notaris worden geadministreerd op dossierniveau. Er is volgens de notaris geen afzonderlijke bankrekening waarop het bedrag dat hij voor de erven houdt is opgenomen. De kamer is van oordeel dat deze werkwijze in de notariële praktijk gebruikelijk en normaal is. Bij het financiële beheer heeft de notaris dan ook gehandeld volgens de geldende normen

  • ECLI:NL:TNORDHA:2014:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 13-61

    Klaagster verwijt de notaris dat zij heeft meegewerkt aan valsheid in geschrifte.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam 556893/NT 13-87 O van

    5.7 De kamer is, zoals hiervoor reeds overwogen, van oordeel dat de notaris rekening had dienen te houden met de belangen van alle betrokken partijen, hetgeen zij heeft nagelaten. Dat zij dit blijkens haar ter zitting ingenomen standpunt niet inziet baart de kamer voorts zorgen. De notaris heeft, voorafgaand aan het doorhalen van het beslag, wel contact opgenomen met de economische eigenaren van het appartementsrecht maar niet met de beslaghebbers - klaagster en Rood Staalbouw -, terwijl zij wist dat klaagster en Rood Staalbouw nu juist een minnelijke regeling hadden getroffen zodat hun beslag kon worden opgeheven, maar dat na opheffing van dit beslag onmiddellijk een nieuw beslag zou worden gelegd door Point Works, zodat daarmee deze minnelijke regeling in feite onuitvoerbaar was. De kamer acht dit nalaten zodanig ernstig verwijtbaar, dat de kamer de notaris de maatregel van berisping oplegt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2014:57 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/57

    Klaagster heeft haar verwijten, zo heeft de kamer uit haar betoog afgeleid, geuit tegen de achtergrond van het wantrouwen jegens haar zussen. In dat kader heeft klaagster de stappen die de notaris heeft gezet subjectief geïnterpreteerd. Beoordeeld op grondslag van de voor de notaris geldende beroepsregels treft hem in dezen echter geen enkele blaam.