Zoekresultaten 12881-12890 van de 42773 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.455

    Klacht tegen plastisch chirurg werkzaam in een genderteam. Klaagster is in behandeling voor genderdysforie bij het ziekenhuis. Voor klaagster is een operatieplan opgesteld inhoudende een penis-inversie-vaginaplastiek. De operatie is uitgevoerd onder leiding van de plastisch chirurg. Enige tijd later heeft een her operatie plaatsgevonden. De klacht houdt in dat de plastisch chirurg de eerste operatie niet juist heeft uitgevoerd, nu het resultaat aanzienlijk afweek van hetgeen haar, met name tijdens de voorlichtingsavond(en), was voorgespiegeld. Daarnaast neemt klaagster het de plastisch chirurg zeer kwalijk dat hij niet onmiddellijk na de operatie duidelijk heeft gemaakt dat de operatie niet goed is verlopen, haar daaromtrent in het ongewisse heeft gelaten en haar ook overigens na de operatie niet goed heeft begeleid. Ook acht klaagster het kwalijk dat de plastisch chirurg door zijn bemoeienis met de her operatie ervoor heeft gezorgd dat er onnodige vertraging is opgetreden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (in al haar onderdelen) als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.020

    Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft de praktijk van de tandarts voor het eerst bezocht op 8 augustus 2017 vanwege pijnklachten. Een collega van de tandarts heeft het gebit van klaagster gecontroleerd en hierbij diverse foto’s gemaakt. Vervolgens is aan klaagster uitgelegd welke behandelingen nodig waren. Daarop is klaagster boos geworden en is de tandarts de behandelkamer in gekomen om klaagster te kalmeren. Bij vervolgafspraken heeft de tandarts verscheidene caviteiten geconstateerd en vier elementen behandeld. Klaagster verwijt de tandarts 1. dat de tandarts zijn praktijk onrechtmatig verrijkt door cariës niet te behandelen, zodat later een duurdere wortelbehandeling kan worden uitgevoerd. Dit  beleid wordt alleen toegepast op buitenlanders. 2. dat de eerste keer een verkeerde behandeling is aangeboden en 3. dat een onnodige scan is uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 2 en 3 wijst de klacht voor het overige af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:206 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.014

    Klacht tegen verpleegkundige. De klacht betreft de overleden echtgenoot van klaagster, die een operatie heeft ondergaan. Ter revalidatie is de echtgenoot opgenomen in een verpleeghuis waar de verpleegkundige werkzaam is. De verpleegkundige had nachtdienst op een andere afdeling en was aangewezen als degene die kon worden opgepiept in het geval zijn collega vragen zou hebben over een patiënt. De echtgenoot is de avond volgend op de nachtdienst overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij niet de juiste zorg heeft verleend door niet de juiste stappen te nemen die nodig waren gelet op het verslechtende gezondheidsbeeld van de echtgenoot. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:154 Raad van Discipline Amsterdam 19-140/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/056

    Klaagster dient een klacht in tegen een klinisch psycholoog, werkzaam als zorgmanager. Zij verwijt hem niet te willen meewerken aan het intrekken van de bij klaagster gestelde diagnose Borderline, die volgens klaagster onjuist is. Verweerder daarentegen stelt dat het onderzoek dat aan de diagnose ten grondslag heeft gelegen lege artis is uitgevoerd en dat hij dan ook niet kan meewerken aan het laten intrekken van de diagnose. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/057

    Klaagster dient een klacht in tegen een klinisch psycholoog, inhoudende dat zij ten onrechte de diagnose Borderline heeft gesteld, ten onrechte niet meewerkt aan het intrekken van de diagnose et cetera. Verweerster daarentegen voert aan dat zij niet betrokken is geweest bij het onderzoek bij klaagster dat tot de diagnose heeft geleid en dat zij niet kan meewerken aan het laten intrekken van de diagnose omdat het onderzoek bij klaagster lege artis is uitgevoerd. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/058

    Klaagster verwijt verweerster, destijds klinisch psycholoog in opleiding, ten onrechte de diagnose Borderline te hebben gesteld in plaats van een diagnose in het Autisme spectrum en niet mee te willen werken aan het intrekken van de diagnose Borderline, die volgens klaagster onjuist is. Verweerster voert aan dat het onderzoek dat zij bij klaagster heeft afgenomen lege artis is uitgevoerd en dat het diagnosticeren van autisme niet betekent dat de diagnose borderline (dus) onjuist is geweest, zoals klaagster stelt. Het door haar lege artis opgestelde onderzoeksrapport had een geldigheidsduur van een jaar en bovendien kunnen borderline en autisme naast elkaar bestaan. Het intrekken van de diagnose borderline is dan ook niet aan de orde, aldus verweerster. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 332/2018

    Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerder heeft voorafgaand aan de operatie van klager op de juiste wijze gehandeld. Na het ontstaan van de complicatie is verweerder voortvarend opgetreden waardoor geen delay is ontstaan. Voor het overige zorgvuldig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-182h

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Beklaagde heeft klaagster nooit behandeld en ook geen diagnoses gesteld. Het College heeft geen enkele aanwijzing dat onware informatie door beklaagde is verspreid. Op basis van de verwijzing is door het GGZ-team eerst gekeken of aanmelding passend was bij de zorg die het GGZ-team kan bieden en vervolgens is een huisbezoek afgesproken. Toen bleek dat klaagster niet in de zorg wilde komen en er evenmin sprake was van gevaar voor klaagster of haar omgeving is de behandeling niet opgestart. Dit getuigt van zorgvuldigheid. Klacht afgewezen.    

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/16

    Klacht van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen huisarts. Verweerder heeft een persoonlijke en intieme/seksuele relatie met een patiënte gehad in 2014/2015. Verweerder wordt onder meer verweten zich seksueel grensoverschrijdend te hebben gedragen jegens patiënte. De klacht is gegrond. Het college besluit te volstaan met een berisping. De redenen hiervoor zijn dat verweerder vanaf het begin van het onderzoek van de IGJ al veel spijt heeft betuigd en zelfinzicht heeft getoond, er een lange periode is gelegen tussen de melding bij de IGJ en het indienen van de tuchtklacht en verweerder binnen deze periode tijd al diverse nadelige gevolgen van zijn handelen heeft ondervonden. Voorts heeft verweerder zelf ook al maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen.