Zoekresultaten 12861-12870 van de 46424 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:286 Raad van Discipline Amsterdam 20-842/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Gelet op de insteek van de gevoerde procedure is het begrijpelijk en zeker niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder de namen van zijn cliënten niet met klager wil delen. Integendeel, verweerder is als advocaat immers gebonden aan een verplichting tot geheimhouding en het onthullen van de namen van zijn cliënten zou daarmee in strijd kunnen komen. Voorts geldt dat, los van de vraag of dit zou kunnen leiden tot de conclusie dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, niet kan worden vastgesteld dat verweerder niet streeft naar een minnelijke oplossing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-076b

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht. Zij overweegt hiertoe dat klager wordt verondersteld de wil van zijn overleden vader te vertegenwoordigen. De omstandigheid dat de overledene bij leven niet zelf blijk heeft gegeven van ontevredenheid over zijn behandeling is een te verstrekkende eis voor ontvankelijkheid. Uit de machtiging maakt het college voorts op dat klagers moeder en echtgenote van de patiënt met de klacht instemt en deze ondersteunt. Dit maakt klager klachtgerechtigd. Klager verwijt beklaagde dat zij heeft gefiatteerd dat geen CT-scan is gemaakt en dat de patiënt direct is ontslagen, zonder dat zij zelf de patiënt heeft onderzocht. Dit verwijt is naar het oordeel van het college niet terecht. Beklaagde heeft de omstandigheden van de patiënt met de arts-assistent doorgenomen. Op basis van de informatie uit het medisch dossier en van de arts-assistent, waar onder de uitkomsten van het door de arts-assistent ingezette onderzoek, was het niet onjuist om het voorgenomen beleid telefonisch te fiatteren. Zij heeft hiermee voldoende invulling gegeven aan haar rol van supervisor van een onervaren arts-assistent. Dit neemt niet weg dat het naar het oordeel van het college de voorkeur verdient om in een vergelijkbaar geval wel persoonlijk de patiënt te beoordelen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/047

    Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij ondanks toezegging haar niet als patiënt heeft teruggenomen na de sluiting van het Slotervaartziekenhuis waardoor zij geen goede behandeling heeft gekregen en dat hij haar 'chanteert' om voor een operatie te kiezen omdat hij anders weigert haar te behandelen. Verweerder voert verweer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-105

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Beklaagde heeft naar het oordeel van het College onvoldoende grondig de anamnese afgenomen en heeft, mede als gevolg daarvan, maar ook door een onjuiste duiding van de klachten, ten onrechte als diagnose obstipatie gesteld. Ten slotte had beklaagde klaagster in het tweede consult zelf moeten verwijzen naar de spoedeisende hulp of op zijn minst een spoedecho en cito lab (snelle bloedafname en -onderzoek) moeten aanvragen. Gelet op de ernst van de klachten kon een verwijzing voor het maken van een echo of een nadere beoordeling in het ziekenhuis niet een paar dagen wachten. De combinatie van het onvoldoende serieus nemen van klaagster, het stellen van een diagnose die niet goed bij de klachten past en het niet met spoed doorverwijzen bij een mogelijk acute buik maken dat het College een berisping passend vindt. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2002:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-68

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Het College overweegt dat beklaagde adequaat heeft gereageerd op het telefoontje van klaagster door urine- en bloedonderzoek te doen en de moeder thuis te bezoeken. Daarbij heeft zij blijkens het dossier de anamnese afgenomen en de moeder lichamelijk onderzocht. De infectiewaarden lieten op dat moment geen afwijkingen zien. Ook toen de moeder later door een waarnemend huisarts naar het ziekenhuis werd verwezen, werd daar blijkens het dossier niet meteen gedacht aan een longontsteking. Deze is pas vastgesteld na het maken van een CT-scan, welke scan werd gemaakt om een longembolie uit te sluiten. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2008

    Neuroloog wordt verweten dat hij klager geen toestemming heeft gevraagd voor een eerste afspraak met de coassistente; klagers hoofdpijnklachten niet heeft behandeld en geen goede bejegening heeft nagestreefd. Ongegrond. Klager was van tevoren geïnformeerd over de afspraak bij de coassistente, neuroloog heeft een behandeling ingezet en niet gebleken dat er sprake is van onheuse bejegening.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-051

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Achteraf is duidelijk dat beklaagde niet de juiste diagnose (perianaal abces) heeft gesteld. Zij is, in navolging van de huisarts die ‘s middags de lidocaïnecrème had voorgeschreven, uitgegaan van een getromboseerde aambei. Het College overweegt dat de integrale huisartsenzorg zowel op basis van professionele als op humanitaire gronden vergt dat gehoor wordt gegeven aan een patiënt die gedurende een avond-, nacht- of weekenddienst herhaald verzoekt om beoordeling door een arts of om sterkere pijnstilling wegens verergerende en wanhopig makende pijn. De overweging dat de arts na een beoordeling in het ziekenhuis mogelijk in medisch-technisch opzicht geen verandering in de situatie zou kunnen brengen, maakt dat niet anders. Het College is van oordeel dat beklaagde zich actiever had moeten opstellen door hetzij zelf contact met klager op te nemen, hetzij hem een consult op de HAP aan te bieden, hem sterkere pijnstilling voor te schrijven of te overleggen met het ziekenhuis. De HAP heeft klager, bezien vanuit humaan oogpunt, op de bewuste nacht bij de tweede hulpvraag geen adequate zorg gegeven, waarvan beklaagde persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-485

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft klager niet goed voorgelicht over de mogelijkheid om door de overheid gefinancierde rechtsbijstand aan te vragen en heeft op meerdere vlakken gehandeld in strijd met de ter zake geldende gedragsregels. Ook heeft verweerster verzuimd een verweerschrift in te dienen, terwijl bij gebreke van schriftelijke vastlegging niet kan worden vastgesteld dat zij uitdrukkelijk met klager heeft besproken dat van het indienen van een verweerschrift zou worden afgezien. Bij het bepalen van de op te leggen maatregel neemt de raad enerzijds in aanmerking het ontbreken van een relevant tuchtrechtelijk verleden zijdens verweerster en anderzijds het feit dat verweerster ter zitting van de raad geen inzicht heeft getoond in het kwalijke van haar handelen. De raad acht een berisping een passende maatregel. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-092

    Ongegronde klacht tegen een chirurg met betrekking tot een uitgevoerde galblaasoperatie. Het College stelt voorop dat het binnen de beroepsgroep van beklaagde gebruikelijk is een galblaasoperatie laparoscopisch te starten. Een dergelijke operatie is minder ingrijpend voor de patiënt en tijdens de operatie kan op grond van bevindingen alsnog worden besloten de operatie ‘traditioneel’ voort te zetten. Beklaagde heeft toegelicht dat hij tijdens de operatie geen intra-abdominale adhesies (verklevingen) in de bovenbuik aantrof, zodat de operatie verder ook laparoscopisch kon verlopen. Het College overweegt verder dat de eerdere ingrepen die klaagster heeft ondergaan alle plaats hebben gevonden in de onderbuik van klaagster en niet in de bovenbuik, waar de laparoscopische ingreep plaatsvond. Voorts is niet gebleken van aanknopingspunten dat het bloedverlies tijdens de operatie meer dan 1 liter is geweest. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:279 Raad van Discipline Amsterdam 20-813/A/A 20-814/A/A 20-815/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij kennelijk ongegrond. Gelet op het uitvoerige en met stukken onderbouwde verweer van verweerders kan niet worden vastgesteld dat verweerders “er alles aan zouden hebben gedaan” om de boel te vertragen en geen duidelijkheid te verschaffen. Klacht over kantoor van verweerders kennelijk niet-ontvankelijk.