Zoekresultaten 13111-13120 van de 46782 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.346

    Klacht tegen huisarts, die waarnam voor de vaste huisarts van klaagster. Klaagster bezocht meermalen haar huisarts en tijdens diens vakantie twee waarnemers in verband met klachten van misselijkheid en braken. Uiteindelijk werd in het ziekenhuis acute nierinsufficiëntie en ernstige hypercalciëmie geconstateerd. Klaagster verwijt deze waarnemend huisarts dat hij haar niet acuut naar het ziekenhuis heeft doorgestuurd toen uit een bloedtest naar voren kwam dat haar nierfunctie ineens zonder duidelijke oorzaak 73% was gedaald ten opzichte van de laatste meting. Klaagster is hierdoor in een levensbedreigende situatie terechtgekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-851/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over de communicatie. Verweerster kan niet tuchtrechtelijk verweten worden dat op 20 juli 2018 een zitting heeft plaatsgevonden buiten klaagsters aanwezigheid, terwijl zij wel haar verhinderingen aan verweerster had doorgegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 027-2020

    Deze klacht is één van meer klachten ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt). Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarde) hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenooronsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers verwijten beklaagde onzorgvuldig handelen tijdens de opname en het natraject. Het college oordeelt dat beklaagde op een aantal momenten onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar rol van (superviserend) kinderarts door patient niet zelf te boordelen. Ook is beklaagde onvoldoende nagegaan of nader onderzoek aangewezen was. Zo heeft zij haar bevindingen en overwegingen niet met een KNO-arts besproken en heeft zij (herhaling van) bloedonderzoek achterwege gelaten. Klacht in zoverre gegrond. Klacht over natraject ongegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.050

    Klacht tegen psychiater. De klacht van klaagster bestaat uit vier onderdelen. De eerste drie onderdelen zien op de behandeling van de inmiddels overleden zoon van klaagster door de aangeklaagde psychiater. In het vierde onderdeel van de klacht verwijt klaagster de psychiater dat hij heeft geweigerd klaagster inzage te geven in het medisch dossier van haar zoon na het overlijden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de eerste drie klachtonderdelen ongegrond verklaard, het vierde klachtonderdeel gegrond verklaard en de psychiater ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het beroep van klaagster richt zich tegen de ongegrondverklaring van de eerste drie klachtonderdelen. Het beroep van de psychiater richt zich tegen de gegrondverklaring van het vierde klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege, behalve ten aanzien van de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege ziet in de gegeven omstandigheden geen reden om aan de psychiater een maatregel op te leggen en vernietigt in zoverre de beslissing waarvan beroep.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 028-2020

    Deze klacht is één van meer klachten ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt). Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarde) hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenooronsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers verwijten beklaagde (superviserend kinderarts) onzorgvuldig handelen tijdens de opname en het natraject. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.054

    Klacht tegen psychiater. Klager was in 2015 een aantal maanden opgenomen in een forensisch psychiatrische kliniek, waar verweerder als psychiater werkzaam was. Klager werd medicamenteus behandeld voor een psychose. De klachten houden in dat verweerder klager verkeerde medicijnen dan wel medicijnen in vermoedelijk te hoge doseringen heeft toegediend als gevolg waarvan hij agressief werd en zich ging misdragen. Zijn alledaagse functioneren is hierdoor eerder verslechterd dan verbeterd. verweerder heeft begin april/mei geen respons gegeven op pogingen tot contact door de huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachten (kennelijk) ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het beroep richt zich tegen de ongegrondverklaring van de klacht met betrekking tot de medicatie. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/052

    Klaagster verwijt specialist ouderengeneeskunde, dat de inmiddels overleden echtgenoot van klaagster onvoldoende zorg heeft gekregen in het verzorgingstehuis waar hij verbleef. Zo is volgens klaagster onder meer de gewichtsafname van haar man niet goed gemonitord en heeft hij onnodig geleden door doorligwonden. Verweerder bestrijdt de klachten. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 029-2020

    Deze klacht is één van meer klachten ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt). Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarde) hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenooronsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers verwijten beklaagde onzorgvuldig handelen tijdens de opname. Het college oordeelt dat beklaagde door patiënt niet zelf te beoordelen en de voorgenomen lumbaalpunctie niet met de nodige voortvarendheid uit te voeren of daarvoor hulp te vragen aan haar supervisor, niet binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.133

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij langdurig bagatelliserend en niet adequaat op haar klachten heeft gereageerd, met als gevolg dat pas in een laat stadium bij haar non-Hodgkinlymfoom (een vorm van lymfeklierkanker) is ontdekt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond, deels ongegrond en legt een waarschuwing op. De huisarts komt van deze beslissing in beroep. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de huisarts zich gelet op de klachten van klaagster in eerste instantie mocht beperken tot bloedonderzoek. De huisarts mocht daarbij het initiatief van een vervolgconsult bij klaagster laten, omdat zij de praktijk altijd goed wist te vinden. Toen klaagster terugkeerde heeft de huisarts vervolgens adequaat gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van de huisarts gegrond en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 030-2020

    Deze klacht is één van meer klachten ingediend naar aanleiding van de behandeling van de zoon van klagers (patiënt). Patiënt is op een zaterdag via de spoedeisende hulp opgenomen op de kinderafdeling met (onverklaarde) hoofdpijnaanvallen. Patiënt had eerder een middenooronsteking gehad. Op zondagmiddag is een lumbaalpunctie gedaan en bleek een bacteriële meningitis. Patiënt is enkele weken later overleden. Klagers verwijten beklaagde (superviserend neuroloog) onzorgvuldig handelen tijdens de opname en het natraject. Klacht ongegrond.